Sinds het Broelmuseum in 2013 de deuren sloot, zat de stedelijke collectie van Kortrijk in het depot verstopt. Nu opent met Abby een volledig nieuw museum in de voormalige Groeningeabdij. Abby is een museum voor beeldende kunst, laagdrempelig en met plaats voor gemeenschappen uit de regio. Het concept draait rond twee centrale vragen: wie zijn we als mens en hoe verhouden we ons tot elkaar?

Abby Kortrijk - Een nieuw begin

Sarah Keymeulen
Sarah Keymeulen (directeur van Abby): “Het was de bedoeling dat de Groeningeabdij, met het museum over de Guldensporenslag, een kleine verbouwing zou ondergaan. Op korte tijd is die ambitie volledig veranderd. Het museum Kortrijk 1302 werd in de Onze-Lieve-Vrouwekerk ondergebracht, waardoor het klooster vrijkwam. Toen hebben we een internationale architectuurwedstrijd uitgeschreven onder leiding van de Vlaamse Bouwmeester. Het Italiaanse bureau Barozzi Veiga werd gekozen, onder meer bekend van The Art Institute in Chicago. In al hun projecten proberen ze de historiciteit van een gebouw te respecteren en de beeldtaal van toen op een rustige manier naar vandaag door te trekken. In Abby hebben ze dat gedaan door een paviljoen toe te voegen. Als je in vogelvlucht kijkt, volgt dat paviljoen in kleur en structuur de daken van de oude abdij.”
Binnen zijn de zalen volledig hedendaags.
“Dat komt omdat het museum in vorige bouwfasen zo vaak is aangepast. We spreken nog over de zestiende-eeuwse kapel, maar daar is nog weinig zestiende-eeuws aan. In het oude museum waren de ramen dichtgemaakt en was de ruimte in twee verdiepingen ingedeeld. Nu is de oervorm blootgelegd en kan je de structuur van de kapel herkennen. De nieuwe tentoonstellingsruimtes zijn grotendeels ondergronds. Daarvoor was een bouwput van wel tien meter onder de abdij nodig. Dat was een complexe onderneming, maar nu hebben we hoogtechnologische museumzalen.”

Niet alleen de renovatie was complex, ook over de inhoudelijke invulling is nagedacht.
“We wisten meteen dat het een laagdrempelige ontmoetingsplek moest worden. Ik ga niet beweren dat we het warm water uitvinden, die evoluties hangen in meer musea in de lucht, maar wat bij ons structureel anders is, is dat je in het museum niet zoals gewoonlijk een kaartje koopt en in stilte rondwandelt. In Abby ga je via Abby Café of de Living binnen, waar je gratis de collectie-opstelling en delen van de tijdelijke tentoonstelling kan zien. Samen met het Salon en het Atelier boven vormen die ruimtes onze Stadsliving, die steeds tot 10 uur ‘s avonds open is en waar we een deel van de programmering met organisaties en gemeenschappen uit de regio delen. Dat is in geen enkel ander museum mogelijk.”
Laat zo’n wisselwerking met de bezoeker voldoende ruimte om een eigen identiteit uit te werken?
“Natuurlijk. Het is niet omdat een museum laagdrempelig is, dat er geen kennis en expertise nodig zijn. In een ideale wereld kom je tot een kruisbestuiving waarin iedereen elkaar inspireert, maar in de realiteit moet je als museum dat verhaal een stuk in handen nemen.”

De Living, ingericht door Rinus Van de Velde
In de Living laten jullie gratis een deel van de collectie zien.
“Als je voor een permanente opstelling kiest, is de kans op terugkerende bezoekers klein. Vandaar het idee om de vaste collectie deel te laten uitmaken van een hedendaagse kunstinstallatie die om de twee jaar wisselt, een soort actueel wonderkabinet. Bijzonder aan die installatie is dat ze niet dient om naar te kijken, maar om gebruikt te worden. Je kan er gaan zitten of iets lezen. Dat is een knipoog naar de traditie van Kunstwerkstede De Coene in Kortrijk, waar kunstenaars en ambachtsmensen samen totaalinterieurs maakten. De eerste kunstenaar die we gevraagd hebben, is Rinus Van de Velde.”
Hij cureert er ook de collectie-opstelling.
“Doordat iemand als Rinus de selectie doet, kan je er gif op innemen dat hij soms de meest absurde stukken uitkiest. Zo krijg je een eigenzinnige opstelling die nieuwe verbanden blootlegt. We zullen dus niet altijd de meest waardevolle stukken tonen. Misschien zal dat sommige mensen teleurstellen, maar ook het minder voor de hand liggende is representatief en mag getoond worden.”

Werk van Kris Martin (Begijnhofpark)
Rinus Van de Velde maakte ook een tekening voor Abby.
“Die zal in de collectie worden opgenomen. Het is een afspraak die we bij de volgende kunstenaars willen doortrekken, zodat er nieuwe kunst in de verzameling terechtkomt. We lieten ook permanente kunstwerken maken. Zo ontwierp Navid Nuur een spiegel voor de muur bij het onthaal, Het Oefenraam. Het werk geeft een gelaagd, psychedelisch effect en is een oefening in het kijken, om je zintuigen scherp te stellen voor je het museum induikt.”
Ook buiten is er permanent werk te zien.
“We hebben een tuin met eetbare planten, kruiden en bloemen aangelegd, een knipoog naar de vroegere kloostertuin. Daar combineren we een Geknielde Jongeling van George Minne uit de collectie met een Wilting Flower van Daan Gielis. Die kievitsbloem in neon staat zes meter hoog op de gevel en kan je zelf met een knopje aanzetten. Dat is dan weer een knipoog naar het religieuze verleden van de site: in plaats van een kaarsje brand je een neonbloem. En in het park zijn er zeven nissen waarin vroeger de smarten van Maria verwerkt waren. Sinds de jaren zeventig zijn die leeg en in verval. We hebben Kris Martin gevraagd om die in te vullen.”

Rinus Van de Velde in de Living
Hedendaagse kunst was tot dusver niet zo vertegenwoordigd in de collectie. Illustreren die nieuwe aanvullingen de toekomst van het aankoopbeleid?
“We hebben geen tunnelvisie op oude of hedendaagse kunst. In het collectieplan hebben we een aantal lijnen afgebakend die we willen versterken. Zeker als het over Kortrijkse schilders gaat, komt elke periode in aanmerking, van historieschilders als Bernard de Rijckere tot negentiende-eeuwse landschapschilders uit de regio. Als het een inhoudelijke aanvulling is op de meerlagige identiteit van het museum, dan nemen we het in overweging.”
De voorbije jaren hebben jullie de collectie grondig onder handen genomen.
“Ze zat jarenlang in het depot en had wat liefde nodig. Maar je kan niet zomaar elk stuk restaureren, zoiets kost tijd en geld, dus hebben we de voorbije jaren in kaart gebracht wat we hebben. Voor de oude kunst werkten we met het KIK. Om de blik te verruimen hebben we cultuurhistorici en vertegenwoordigers uit verschillende Kortrijkse gemeenschappen ingeschakeld. Samen hebben we alle stukken bekeken en daaruit kerncollecties samengesteld. Zo is het makkelijker om de collectie te cureren. Het belangrijkste criterium was: wat vertelt dit stuk over onze gelaagde, evoluerende identiteiten? Uiteindelijk hebben we drie kerncollecties samengesteld: keramiek, oude kunst tot 1800 en de lange negentiende eeuw tot 1920.”

Sarah Keymeulen
In de betalende delen, de kapel en de twee ondergrondse zalen, zijn de tijdelijke expo’s te zien.
“We willen jaarlijks een grote en een kleine tentoonstelling. De najaarsexpo’s palmen de drie zalen in. In het voorjaar gaan we één ruimte zelf programmeren en laten we de andere aan partners over. We werken thematisch, vanuit een vraagstelling en leggen kruisverbanden tussen kunst van vroeger en nu. Alle tentoonstellingen moeten raken aan onze overkoepelende vraag: wie zijn we als mens en hoe verhouden we ons tot elkaar.”
Abby opende de deuren met de expo F**klore. Reinventing Tradition.
“De openingstentoonstelling draait rond folklore en hoe hedendaagse kunstenaars nog steeds door folkloristische ambachten, beeldtaal en rituelen geïnspireerd worden. Naast hedendaagse kunstenaars hebben we Vlaamse expressionisten als Gustaaf De Smet en Jean Brusselmans opgenomen, zo’n beetje de founding fathers van het folkloristische idioom dat nog steeds doorloopt in het werk van bijvoorbeeld Inès van den Kieboom en Pieter Jennes. Het is een eclectische mix van installaties, video's en schilderijen waarbij we linken leggen naar actuele vragen, zoals ecologische duurzaamheid en exclusiviteit van tradities.”
Er zijn heel wat bruiklenen aanwezig.
“Inderdaad. We hebben bijvoorbeeld De acht dames door Edgard Tytgat uit het Gemeentemuseum Den Haag. Het stelt acht vrouwen in een kamer voor met een kaartspel op een tafel. Op het eerste gezicht lijkt het een keurig werk, maar Tytgat had een pervers erotisch boek geschreven met pikante aquarellen over acht vrouwen die in een wachtkamer van een klooster om de beurt een kaart trekken. Het lot bepaalt welke seksuele handeling ze ondergaan bij twee geile kloosterbroeders.”

Delphine Somers in dialoog met Edgard Tytgat
Dat werk gaat in dialoog met het schilderij Schaduw van Delphine Somers.
“Zij lijkt te kaarten met een ongedefinieerde schaduwfiguur. Het schilderij staat vol folkloristische symboliek zoals kant, sint-jakobskruid, een schelp en een haarvlecht. Het gaat over het wilde, onbeschaafde, duister vrouwelijke dat in de cultuurgeschiedenis vaak als verkeerd werd gezien. Het is een perfecte vrouwelijke tegenhanger voor het werk van Tytgat.”
Het kaartspel komt wel vaker voor.
“Een van de mooiste voorbeelden is een kamerscherm van Małgorzata Mirga-Tas, een Romakunstenaar die twee jaar geleden op de Biënnale van Venetië te zien was. Voor dat kamerscherm baseerde ze zich op een werk uit onze collectie: een negentiende-eeuwse pasteltekening van Edward Messeyne. Dat stelt een stereotiep Romameisje voor met een duistere blik en een hartentroefkaart als verwijzing naar waarzeggerij. Op haar kamerscherm ontkracht Mirga-Tas dat cliché. Op de ene kant toont ze een reproductie van dat meisje, op de andere haar moeder en zijzelf die rond een keukentafel kaarten. Geen waarzeggerij, maar een gezellig spelletje.”

Werk van Élodie Antoine in Abby Café
Er is ook werk in opdracht gemaakt.
“Voor de openingstentoonstelling hebben we zes kunstopdrachten uitgeschreven. Zo is er een zandtekening van Kasper Bosmans. Hij liet zich door de koekoek inspireren die zijn ei in het nest van een andere vogel legt. Het gevoel een vreemde in het nest te zijn, is iets dat Bosmans goed kent. Hij verwijst naar zijn queeridentiteit, en tegelijk naar de traditie van de zandtekening. In Vlaanderen werden bij bruiloften en feesten met gekleurd zand patronen op de vloer gestrooid. Wanneer het feest gedaan was, veegden ze dat zand weg en polijstten ze zo de planken. Zo’n zandtekening betekende dus letterlijk een nieuw begin.”
Veel van die werken knipogen naar de geschiedenis van de abdij.
“Dat is zeker zo bij het kantwerk van Élodie Antoine, dat gratis in Abby Café te zien is. Kant is een folkloristisch ambacht dat vaak met lieflijke, onschuldige bloemenpatronen geassocieerd wordt. Maar als je van dichtbij naar haar werk kijkt, zie je een foetus, hersenen, een baarmoeder en allerlei vreemde planten. Dat verwijst naar het verleden van de Groeningeabdij, waar vrouwen kwamen om te genezen of ongewenste problemen op te lossen. Ignace Cami ontwierp dan weer een koekplank voor speculaas waarin hij naar de honden van Abby verwijst. Tijdens de archeologische fase van de verbouwing legden we een Romeinse waterput uit 160 na Christus bloot. Daarin ontdekten we onder andere skeletten van twee gedomesticeerde honden. Wanneer een waterput in die tijd in onbruik raakte, werd er als offer een dier in geworpen. Aan het onthaal krijgen hun schedels een ereplaats, omdat ze al tweeduizend jaar over de site waken.”
Tentoonstelling
- Abby - F**klore. Reinventing Tradition