Rond de ontstaansgeschiedenis van het Chinees Paviljoen werd al vrij vlug een legende geweven die nu nog hardnekkig voortleeft, maar daarom niet minder verzonnen is. Deze legende wil dat het Chinees Paviljoen te zien was op de Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900 en nadien werd aangekocht door koning Leopold II (1835-1909) om het in Laken herop te bouwen. Nochtans is dit maar een halve leugen, want de geschiedenis van het Chinees Paviljoen is in elk geval begonnen op die Wereldtentoonstelling van 1900.
Het einde van een legende
Een van de attracties, 'Le tour du monde' genaamd, viel bij Leopold II uitermate in de smaak. Nadat hij deze 'Reis om de wereld' - een aaneenschakeling van bouwwerken uit verschillende landen - meerdere keren bezocht had, zou Leopold II een ambitieus plan opgevat hebben, dat de wijk aan de Meiselaan in Brussel van uitzonderlijk cultureel belang had moeten maken. Het lag oorspronkelijk in de bedoeling om langsheen de Meiselaan een aantal exotische gebouwen op te trekken en op het kruispunt met een ringlaan werden reprodukties van beroemde monumenten voorzien. Op die manier kon op een vrij beperkt terrein een buitengewoon openluchtmuseum ingericht worden. Van dit grootse plan zagen alleen de Japanse Toren en het Chinees Paviljoen het licht, alsook een kopie van de Neptunusfontein (1563-1567) te Bologna van de Zuidnederlands-ltaliaanse beeldhouwer Giovani Bologna (Douai 1529-Florence 1608). Leopold II ontbood Alexandre Marcel (1860-1928), de architect van 'Le tour du monde', naar Brussel; met deze attractie nog fris in zijn geheugen gaf hij hem de opdracht om in Brussel een Japanse Toren te bouwen, zoals die van de 'Compagnie des Messageries Maritimes' op de Wereldtentoonstelling, alsook een 'restaurant in Chinese stijl'.