U bent hier

Wide Vercnocke - Drieman

 

Drieman, de vierde graphic novel van Wide Vercnocke (Leuven, °1985), is het relaas van een innerlijke zoektocht van de illustrator om het bestaan van een collaborerende grootvader tijdens de Tweede Wereldoorlog een plaats te geven.

 

Vader Rombout Vercnocke dook een aantal jaren geleden in het archief en oorlogsverleden van schilder, dichter, vader en grootvader Ferdinand Vercnocke. Vanaf dat moment wist Wide Vercnocke dat hij er een boek over wou maken, om een thema aan te snijden dat ook in andere families borrelt én om zijn beleving te inventariseren. Hoe ga je om met het feit dat je grootvader tijdens de oorlog de Duitse kant koos? Het resultaat is Vercnocke’s sterkste beeldroman tot op heden.

 

Het is een materie die je op velerlei manieren kunt benaderen. Een verslag over een collaborerend familielid roept in eerste instantie een overdaad aan data op, grootse scènes en groepen mensen, statige symbolen en geschiedkundige verwijzingen. Ook Vercnocke ontbrak het niet aan informatie, dankzij het opzoekingswerk van zijn vader en een wetenschappelijke verhandeling van zijn nicht.

 

Vercnocke beweert dat hij niet sterk is in het overzicht bewaren. Daarom neemt hij op een intuïtieve manier kleine deeltjes informatie tot zich om die daarna op het papier zichtbaar te maken. Het resultaat is uitgepuurd, een bescheiden clubje personages - zijn vader, zijn grootvader en zichzelf - en een gelimiteerd decor, hoofdzakelijk de trein. Vercnocke blijft dicht bij zichzelf. Bovendien kiest hij niet voor een zwart-witte strategie maar voor een grijze, poëtische zone: daar waar alles elkaar ontmoet en in elkaar overloopt. Zijn oordeel is voelbaar maar niet zichtbaar of leesbaar, een standpunt dat voor Vercnocke gaandeweg duidelijk werd. Is het verhaal herkenbaar, ook voor iemand zonder een gekend, collaborerend familielid? Absoluut, net dankzij de eenvoud, de nuancering en de focus op de perceptie van Vercnocke zelf kan de lezer zich probleemloos verplaatsen in het hoofd de illustrator.

 

 

Vercnocke’s eerste boek Mijn muze ligt in de zetel (2013) speelt met onsamenhangende, deinende golven, misselijkmakend voor een gevoelige lezer. Zijn derde boek Narwal (2016) voelt dan weer aan als een stuk dat in staccato werd opgetekend. Daartegenover zuigt Drieman je op een soepele manier naar binnen. Het boek zwenkt niet uit en er schuilt vaart in de roman. Het verhaal kwam fragmentarisch tot stand, waarbij Vercnocke het ene moment de laatste scène schetste en daaropvolgend het eerste deel uitwerkte. In Vercnocke’s schetsboeken staan zowel beelden als woorden, en ook het schrijfproces gebeurde in collagestijl. Misschien ontstond hieruit het idee om het verhaal op te splitsen in aparte onderdelen met een afzonderlijke titel. Voor Vercnocke schept dit duidelijkheid, maar eigenlijk is dit niet nodig. De lezer wordt onderschat en dit beïnvloedt de dynamiek van het verhaal.

 

Het kleurenpalet is minder bont dan in Mijn muze ligt in de zetel, zuiverder dan in Narwal, maar nog steeds herkenbaar. Vaak gebruikt Vercnocke groen, roze en blauw. Drieman is geen groot experiment en laat het medium niet elke hoek van de kamer zien. Vercnocke wil dat de lezer er iets uit kan opmaken. De soberheid, de herkenbare tekenstijl en het poëtische taalgebruik bieden genoeg bergruimte voor een eigen invulling. Je kruipt en kronkelt als lezer tussen de lichamen van de drie mannen. Het markeert de liefde van Vercnocke voor het lijflijke, hij omschrijft zichzelf als de advocaat van het lichaam.

 

Het beeldverhaal overstijgt het reële: nieuwe handen ontstaan uit bestaande handen, lichamen strompelen in en uit andere lichamen. Toch is de invulling en de tekenstijl levensecht. Vaak stond zijn vader model. Vercnocke  maakte korte video’s van een beweging of scène en plukte daar nadien stilstaande beelden uit die hij met foto’s combineerde die hij op andere momenten nam. Tijdens een dagdroom kreeg Vercnocke het idee om, zoals Jeroen Olyslaegers het tijdens de boekvoorstelling beschreef, zijn vader en grootvader te baren. Zijn vader en grootvader stijgen letterlijk uit zijn personage op.

 

Zal hij ooit geen personage zijn in een eigen verhaal? Vercnocke stelt dat het werk dat hij maakt, het werk is dat hij maakt, “het is werkelijk het enige dat ik kan”. Deels uit een ijdelheid en deels vanuit een vrijheid. Hij heeft geen nood aan verantwoording, al bleek dit bij Drieman een uitdaging. Maar die niet aan te ontsnappen eerlijkheid, dat geeft niet alleen Vercnocke maar ook de lezer enige gemoedsrust.

 

Nike Air Jordan 1 Retro

Toon Delanote

 

Toon behaalde een Master Illustratie aan het KASK in Gent. Hij publiceerde onder meer bij uitgeverij Lannoo, nam deel aan tal van (inter)nationale tentoonstellingen en ontving in 2017 de Premie Prijs Letterkunde Provincie West-Vlaanderen. Kleine verhalen en een grafische beeldtaal staan centraal in eigen werk én tijdens zijn voortdurende zoektocht naar nieuwe boeken en beelden binnen het weidse veld van de tekenkunst.