U bent hier

Suske en Wiske doen aan kunst

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen  Suske en Wiske

 

Op 30 maart 1945, dit jaar 75 jaar geleden, verschijnen in de krant De Nieuwe Standaard de avonturen van Rikki en Wiske. In het tweede avontuur op het eiland Amoras leert Wiske de onstuimige Suske kennen. Een klassieker is geboren. 

 

Hun geestelijke vader Willy Vandersteen (1913-1990) kent zijn klassiekers. Als onervaren tekenaar kijkt hij gretig naar Amerikaanse strips om zijn stijl vorm te geven, maar ook de Vlaamse kunst kruidt de avonturen van Suske en Wiske. 

 

Vandersteen documenteert zich. Zeker voor de verhalen die zich in het verleden afspelen, duikt hij in de boeken. Soms schuilt het in een klein detail. Zo treft men in De Bokkerijder uit 1948 een wel heel precies getekend beeldje van Sinte Barbara aan. De heilige martelares is de patrones van de moeder van Johan Matheus Lambik, een voorvader van Lambik anno 1772. De silveren beeltenisse van de Heilige Barbara lijkt sprekend op het laatgotische beeld in de Sint-Monulphus-en-Gondulphuskerk van het Limburgse Achel. Het is niet toevallig dat Vandersteen zijn oog liet vallen op een Limburgse Barbara. Mogelijk stoot hij tijdens zijn voorbereiding voor dit Limburgse avontuur op een afbeelding van deze fraaie sculptuur.

 

 

Meester van Varsseveld (Kalkar, D), Heilige Barbara van Nicomedië (ca. 1480-1490), Achel, Sint-Monulphus-en-Gondulphuskerk

De avonturen van Suske en Wiske, De bokkerijder (voorpublicatie 1948)

 

Vandersteen doet meer dan kunstvoorwerpen natekenen, hij laat zich inspireren door schilderijen van Vlaamse meesters. Zijn lieveling is Pieter Bruegel, die met zijn schilderijen en gravures meermaals in Suske en Wiske opduikt. Een eerste keer tekent hij present in Suske en Wiske op het eiland Amoras (1945-1946) dat zich afspeelt in een stadje dat sterk herinnert aan de fictieve stadswijk Oud Antwerpen op de Wereldtentoonstelling te Antwerpen in 1894. Enkele jaren later debuteert Vandersteen in het weekblad Tintin/Kuifje met Het Spaanse Spook (1948). Hier is het werk van Bruegel op talloze plaatjes te vinden, soms gemakkelijk te herkennen, nog vaker verborgen in een motief.

 

De avonturen van Suske en Wiske, Het Spaanse Spook (voorpublicatie 1948-1950), Lambik en de burgemeester van Kriekebeek onderweg

Pieter van der Heyden naar Pieter Bruegel, De zomer (detail) (1570), Amsterdam, Rijksmuseum

 

Ook de Antwerpse grootmeester Peter Paul Rubens steekt een handje toe met zijn schilderij De verloren zoon uit het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen.

 

De elegant geklede burger rechts is niemand minder dan Pieter Bruegel.

Peter Paul Rubens, De verloren zoon (1618) Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten


Vandersteen, die een uitgesproken voorliefde koestert voor het Vlaamse verleden, en de rebelse zestiende eeuw van Bruegel in het bijzonder, kijkt om zich heen en merkt de Belgische surrealist René Magritte op. Zoals de surrealisten zich laten inspireren door droombeelden, zo laat Wiske op haar beurt de surrealist Magritte haar droom vormgeven. Aan het begin van De Bokkerijder heeft ze een nachtmerrie die tante Sidonie aan de ontbijttafel verklaart. Het schilderij La Tempête uit 1944 of een gelijkaardig werk van Magritte levert het motief van de handige plant. Dat was nu komiek, zie!, besluit Wiske.

 

René Magritte, La Tempête (1944), Portland (Maine, USA), Portland Museum of Art

De avonturen van Suske en Wiske, De bokkerijder (voorpublicatie 1948)

 

Dan is er nog de persoonlijke kijk van Vandersteen op de kunstenaar. Hier en daar, haast terloops, blijkt dat hij een voorkeur heeft voor oerdegelijk vakmanschap. Zijn traditionele visie wortelt in zijn eerste beroepsjaren aan de zijde van zijn vader. Samen met papa staat hij op stellingen te werken aan fraaie gevels en interieurs van Antwerpse huizen. Vader Vandersteen werkt voor de Antwerpse ornamentbeeldhouwer Karel-Jan Kerckx, zoon van de vermaarde Sieraad-Beeldhouwer Jan Baptist Kerckx (1853-1915). De liefde voor een zwierig ornament openbaart zich vooral in krullerige titelbanderollen en decoratieve omlijstingen. Een treffend voorbeeld is de omslag van De raap van Rubens (1977), een Suske en Wiske waar Vandersteen zich met volle toewijding op toelegt. Grappig is dat de grootmeester van de barok wordt gevat in een laatgotische banderol met dito opschrift.

 

De avonturen van Suske en Wiske, De raap van Rubens (1977)

Max Rooses, Oud Antwerpen Vieil Anvers, Brussel, 1894, met illustraties van de Antwerpse schilder Frans Van Kuyck, ontwerper van Oud Antwerpen

De avonturen van Suske en Wiske, De ringelingschat, aankondigingsstrook 2 februari 1951

 

De elegante zwier van een laatgotisch bladornament zindert ook na in de virtuoze tekening van het witte laken van het Spaanse spook.

 

Het Spaanse Spook (ca. 1952), privé-verzameling

 

In De Sterrenplukkers (1952) schuilt een herinnering aan het atelier van zijn vader die de zaak van de Gebroeders Kerckx op de Mechelsesteenweg in Antwerpen overnam. Samen met tante Sidonie belanden Suske en Wiske in het voormalig atelier van beeldhouwer Klosjar.

 

De avonturen van Suske en Wiske, De sterrenplukkers (voorpublicatie 1952)

 

Het respect voor zo’n ambachtelijk vakmanschap spreekt duidelijk uit de gloedvolle woorden van de beeldsnijder Holzmaai in De Ringelingschat (1951).

 

De avonturen van Suske en Wiske, De ringelingschat

 

Wat denkt vakman Vandersteen van de eigentijdse kunst? In een interview uit 1977 formuleert hij het aldus: “Nu vinden ze dat het niet meer nodig is; je kunt kunstenaar worden zonder enige opleiding: ze kladden er maar wat op los en dat heet dan kunst. Een vakman moet een basis hebben, namelijk een volledige akademische opleiding.” Tegenover zijn bewondering voor de traditionele ambachtelijke kunstenaar, staat zijn traditionele visie op de eigentijdse abstracte 'kladschilder' en diens moderne geklieder. Dit blijkt al uit De sterrenplukkers anno 1952.

 

De avonturen van Suske en Wiske, De sterrenplukkers (voorpublicatie 1952)

Joan Miró, Figure, Dog, Birds, Solomon R. Guggenheim Museum, New York Gift, Andrew Powie Fuller and Geraldine Spreckels Fuller Collection, 1999

© 2018 Successió Miró/Artists Rights Society (ARS), New York/ADAGP, Paris

Alle rechten op de Suke & Wiskestrips: Copyright Standaard Uitgeverij 2020

 

Frank Huygens

Na een academische en museale carrière van 25 jaar, vestigt kunsthistoricus Frank Huygens (°Brussel 1966) zich als zelfstandig onderzoeker-curator-auteur. Hij onderzoekt en verhaalt via curieuze tentoonstellingen, publicaties op papier en online, pittoreske rondleidingen in de Maasvallei en geanimeerde lezingen. In het bijzonder verdiept hij zich in toegepaste kunsten, interieur en design na 1750, West-Europese keramiek na 1850, Belgische landschapschilderkunst van Bruegel tot nu, en in stripverhaal en illustratie, van Brussel tot New York. www.fourneau-de-monia.eu