U bent hier

Op bezoek bij Joos Vijd in Beveren

 

De gemeente Beveren zet dit jaar, parallel aan de activiteiten rond de gebroeders Van Eyck en het Lam Gods, een groots erfgoedproject op poten: VIJDAWA. De opdrachtgever voor het bekende veelluik, Joos of Judocus Vijd, is immers afkomstig uit Beveren en ook het familiefortuin kent haar oorsprong in de Wase polders.

 

Drie tentoonstellingen ‘in situ’, een speurtocht voor jong en oud, vijf speciale bieren, Vijdkoekjes en een fiets- en wandeltocht om locaties en relicten uit de tijd van Vijd aan elkaar te linken, komen mooi samen. Er wordt ingezet op een totaalervaring. Ook gooien coronamaatregelen binnen het hele project weinig roet in het eten; slechts twee expo’s vinden binnen plaats en daarvoor moet men reserveren. De fietstocht ‘Vijdland’, interactief  begeleid door filmpjes en audiofragmenten op de ErfgoedApp, telt tien haltes en neemt je 35 km lang mee door Beveren en haar deelgemeenten. De wandeltocht van 7 km doet er daarvan vijf aan. 

 

Kasteel en domein Cortewalle 

Kasteel Cortewalle is voor mensen uit de streek ongetwijfeld de bekendste locatie. Het park en de waterburcht worden nochtans niet onmiddellijk aan Joos Vijd (ca. 1360-1439) gekoppeld. Toch heeft archiefonderzoek aangewezen dat Joos Vijd één van de oudst bekende eigenaars was van de ‘behuusde stede ten Walle’, de voorloper van het huidige kasteel. De huidige benaming is een verbastering van Court ten Walle. De eigendom wordt vermeld in het testament van het echtpaar Joos Vijd - Elisabeth Borluut, dat kinderloos bleef, en komt zo in 1439 in handen van Joos Triest, een neef van Vijd. In het kader van VIJDAWA is in het kasteel de expo ‘Mijn naam is Vijd – Stefaan Van Biesen’ te zien. Aan de hand van schetsen, tekeningen, foto’s, video’s en teksten broeit de kunstenaar verder op de gelaagde betekenissen in houdingen, vormen en symbolen op Het Lam Gods en de Beverse wortels van Vijd. Het beroemde retabel en haar ontstaan worden zo in een hedendaagse context geplaatst.

 

 

Hof ter Welle

Het kasteel Hof ter Welle is vandaag als erfgoedhuis de uitvalsbasis van de erfgoedwerking van de gemeente Beveren. Deze site gaat terug tot het begin van de dertiende eeuw en verschuilt zich achter een impossante walgracht. Ten tijde van Joos Vijd bewoonde ridder Daneel Vilain het kasteel. Deze edelman voerde in opdracht van Joos Vijd grote bedijkingswerken uit in de Melselepolder. Anna Francisca Piers bouwde in de achttiende eeuw het kasteel om tot weeshuis en school. Hier is de expo ‘Joos. De (on)eindigheid van Vijd’ te bezoeken, waarin aan de hand van relicten en originele archiefstukken de rijke geschiedenis van de familie Vijd en de streek uit de doeken wordt gedaan. 

 

 

Singelberg 

Deze motte, de oudste militaire vestiging in de streek, kent haar oorsprong in de vroege twaalfde eeuw. Wanneer de heerlijkheid Beveren rond 1335 wordt verkocht aan de Vlaamse graaf heeft Singelberg al vele belegeringen gekend en is ze uitgegroeid tot een sterk gefortificeerde waterburcht, waar de burchtheer in naam van de graaf controle over de streek en de Schelde kan uitvoeren. Zo ook Clais Vijd, de vader van Joos. Hij is vanaf 1354 baljuw, ontvangt belastingen en taksen in de streek en beheerde voor de graaf zeer waardevolle moergronden waar Moer of turf werd ontgonnen. Turf was een belangrijke energiebron voor de opkomende nijverheden in groeiende steden als Gent en Antwerpen en het gebied dat Clais voor de graaf overzag omvatte ruwweg de huidige Waaslandhaven. Rond 1360 wordt Joos Vijd op kasteel Singelberg geboren en wanneer het graafschap Vlaanderen toekomt aan hertog Filips de Stoute wordt Clais in 1390 uit al zijn functies ontheven wegens fraude en verduisteringspraktijken. Dit kasteel, waar vandaag alleen nog de motteheuvel van overblijft, vormt een belangrijke getuigenis van het fortuin dat de familie Vijd kon vergaren met de turfwinning en bedijking van polders in het Waasland.

 


Hof ter Saksen

Dit uitgestrekt domein bestaat uit een park van circa 10 hectare met een kasteel, de oranjerie en een voormalige landbouwhoeve. Het landgoed was in de vijftiende eeuw de eigendom van Jan Vijd, bastaardneef van Joos Vijd en baljuw van het Land van Beveren. Rondom het neoclassicistische kasteel dat kasteelheer Jan Baptist Versmessen begin negentiende eeuw liet bouwen is de expo ‘Tuin van Vijd. Flora van het Lam Gods’ te bezoeken: in een moderne interpretatie van de ideale paradijselijke middeleeuwse tuin bracht men alle planten samen die te herkennen zijn in het veelluik. Een grote verscheidenheid aan bloemen en planten, maar bovenal een tuin vol symboliek. In de Vijdtuin wordt al dit natuurschoon aan de bezoeker voorgesteld. In de hoevetuin op het domein werd een kruidentuin aangelegd met een greep uit het Herbarijs (1351). Jan Vijd schonk dit bijzondere manuscript, de verzamelde kruidenkennis van chirurgijn Jan Yperman (ca. 1260-1332), aan de monniken van het Beverse Wilhelmietenklooster, dat door het testament van Joos Vijd werd opgericht. Naast geneeskundige kruiden vind je er planten waarmee verfstoffen gemaakt werden, ‘magische’ planten, dure specerijen en de bierkruiden die ter inspiratie voor de  ‘Vijdbieren’ dienden.

 

Bij deze, en heel wat andere locaties, hoort steeds een audiofragment of een filmpje, waarin een van de Vijds of iemand uit hun dichte kring je persoonlijk hun verhaal vertelt. De verhalen werden geschreven door Jonas Bruyneel, auteur van het boek ‘Vijd’ en geregisseerd door filmmaker Hannes Bruyneel.

 

 

 

Bram Jef Vercauteren

Bram Jef Vercauteren (1994) is kunsthistoricus en cinefiel. Hij studeerde kunstwetenschappen aan de Universiteit Gent en specialiseerde zich in Vlaams erfgoed en negentiende-eeuwse neo-architectuur. In zijn vrije tijd gaan zijn interesses uit naar beeldende kunsten, literatuur, film en theater.