U bent hier

Een ondeugende rekel in Lier

Ferdinand I De Braekeleer

 

De oude vrouw hoort wat rammelen aan het venster. Vlug gaat ze er naar toe. Ze betrapt de buurjongen op het stelen van haar rijpe druiven. Fluks grijpt ze hem bij de haren en probeert hem van de ladder te trekken. Haar dochter komt toegesneld om moeder wat in te tomen. Of is het toch al te laat?

 

In 1850 penseelt de Antwerpse schilder Ferdinand I De Braekeleer (1792-1883) dit amusante tafereeltje. Wat later belandt het te Antwerpen in de privéverzameling van wijnhandelaar Jacques Joseph Wuyts (Lier 1798 - Antwerpen 1857). De gefortuneerde verzamelaar, met een fijne smaak neus voor oude meesters en eigentijdse talenten, presenteert zijn collectie met museale allure als Galerie J.J. Wuyts in zijn woning in de Hofstraat. Hij laat er zowaar verklarende kartonnen bordjes voor drukken, in het Frans en het Engels.

 

Het tableau van De Braekeleer heet hier Le petit maraudeur, de kleine stroper dus. De trotse eigenaar heeft waarschijnlijk de oorspronkelijke Vlaamse titel veranderd om het komische schilderij wat meer kracht bij te zetten. In het eerbiedwaardige kunst- en cultuurtijdschrift De Vlaamsche School, jaargang 1861, lezen we immers het volgende: Verder graveerde hy eene plaet op koper die insgelyks door de Koninklyke Maetschappy van Antwerpen aengekocht werd en die eene schildery van Fr. de Braeckeleer, den Druivendief, voorstelt. Kunstenaar van dienst is Antwerpenaar Josephus Nauwens (1830-1886/1906), een onzer goede plaetsnyders, die meermaals oude meesters in gravure en ets kopieert.

 

Ferdinand I De Braekeleer schildert in 1842 een aanverwante scène waar een jongetje appelen steelt uit een fruit- en groentekraam.
privéverzameling


Ongetwijfeld hebben de bezoekers gegniffeld bij het bewonderen van het fijn geschilderde tafereeltje. Of wat gesakkerd op de jeugd die geen manieren noch goede opvoeding meer heeft. Rekels en vagebonden zijn het, mijnheer. En laat dit nu net de bedoeling van de schilder zijn. In de trant van Noord-Nederlandse meester Adriaen van Ostade (1610-1685) konterfeit De Braekeleer hier eenvoudige landmensen in koddige scènes. Net als in de zeventiende eeuw zet het welstellende burgers aan om wat meewarig hun hoofd te schudden bij het vreemde gedrag van die boertige luitjes.

 

Adriaen van Ostade, Moeder met kind in deuropening, 1667
privéverzameling

 

Maar laatdunkend wordt De Braekeleer nooit. Bovenal wil hij de burgerij amuseren met een stemmig tafereeltje dat aangenaam oogt. Net als zijn voorgangers verlustigt hij zich in het borstelen van leuke details die oog en geest vermaken. Zeker weten dat dit schilderij gesprekstof biedt aan deftige burgers die beter weten. Zij bewonderen de treffende gelaatsuitdrukkingen van de grimmige oude vrouw met haar verbeten mond en de compleet verraste jongen met zijn wijd open gesperde ogen en mond. Auw auw auw! Zoals het een goede anekdotische schilder betaamt, vermaakt hij ons met het hoogtepunt van de scène, dat ene ondeelbare moment waarop alles dreigt te kantelen. De jongen is net bij de haren gegrist. Zijn pet is reeds in vrije val. Tuimelt hij weldra naar beneden?

 


Le voleur de raisin
Alexandre Vincent Sixdeniers (1795-1846) naar Antoinette Cécile Hortense Haudebourt-Lescot
mezzotintgravure
Londen, British Museum, inv. 1902, 1011.7982
© The Trustees of the British Museum
Bij de Parijse schilderes Antoinette Cécile Hortense Haudebourt-Lescot (1784-1845) is de arme druivendief een elegante Italiaanse jongeman die zich een gekunstelde houding aanmeet. Niets van stiekeme deugnieterij met deze poseur.

 

Eens we van de actie hebben genoten, verdwaalt onze blik in het decor. We bewonderen De Braekeleers vakmanschap in de verweerde bakstenen muur gestreeld door de zonnestralen. Maar ook de houten balken zijn haast tastbaar verbeeld. En dan is er nog het stilleventje met bloempot. Of dat verdord stukje groente dat lusteloos over de vensterbank hangt.

 

Onversneden romantisch kijkplezier, ook nu nog.

 

Een onverwoestbare klassieker in het genre van kindergedichten is ongetwijfeld De pruimenboom (1779) van de Nederlandse jurist Hieronymus van Alphen. Hier steekt vader zijn zoon een handje toe bij het stelen van fruit. Foei.

Hieronymus van Alphen, Kleine gedigten voor kinderen, 1787.


De pruimeboom
Eene vertelling

Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eijeren zo groot.
't Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader 't hem verbood.
Hier is, zei hij, noch mijn vader,
Noch de tuinman, die het ziet:
Aan een boom, zo vol geladen,
mist men vijf zes pruimen niet.
Maar ik wil gehoorzaam wezen,
En niet plukken: ik loop heen.
Zou ik, om een hand vol pruimen,
Ongehoorzaam wezen? Neen.
Voord ging Jantje: maar zijn vader,
Die hem stil beluisterd had,
Kwam hem in het loopen tegen,
Voor aan op het middelpad.
Kom mijn Jantje! zei de vader,
Kom mijn kleine hartedief!
Nu zal ik u pruimen plukken;
Nu heeft vader Jantje lief.
Daarop ging Papa aan 't schudden
Jantje raapte schielijk op;
Jantje kreeg zijn hoed vol pruimen,
En liep heen op een galop.

 


Artikelfoto: 
Ferdinand I De Braekeleer, De druivendief, 1850
olieverf op paneel, gesigneerd en gedateerd links onder
Stadsmuseum Lier
Het schilderijtje is te bewonderen in het burgersalon ingericht met kunst en meubilair uit de legaten Wuyts-Van Campen en baron Caroly.

 

Frank Huygens

Na een academische en museale carrière van 25 jaar, vestigt kunsthistoricus Frank Huygens (°Brussel 1966) zich als zelfstandig onderzoeker-curator-auteur. Hij onderzoekt en verhaalt via curieuze tentoonstellingen, publicaties op papier en online, pittoreske rondleidingen in de Maasvallei en geanimeerde lezingen. In het bijzonder verdiept hij zich in toegepaste kunsten, interieur en design na 1750, West-Europese keramiek na 1850, Belgische landschapschilderkunst van Bruegel tot nu, en in stripverhaal en illustratie, van Brussel tot New York. www.fourneau-de-monia.eu