U bent hier

Vrijdag postdag

 

Het is geen overdrijving, eerder een dubbelzinnige bewering: het tijdschrift Vendredi was uniek. Vooreerst bekleedt het binnen het Belgisch surrealisme een unieke plaats, verder bestond de oplage uit slechts één exemplaar per aflevering. Dit eenmalig fenomeen wordt nu voor het grote publiek toegankelijk gemaakt door een quasi facsimile uitgave gepubliceerd door Ludion, onder het toeziend oog van Xavier Canonne, de meest eminente kenner van het surrealisme in België. Voor de goede orde: de teksten van Vendredi zijn in het Frans, maar inleiding, kritische nota’s en biografieën lees je in het Frans, het Nederlands of het Engels, naar keuze. Een pluim voor de vertalers; zij hebben uitstekend werk geleverd. De rechtstreekse aanleiding tot dit bizarre tijdschrift is het vertrek van Robert Willems en zijn jonge bruid Odette op 31 oktober 1949 naar Kongo, niet op huwelijksreis, wel om er te werken. Familie en vrienden willen het contact op levendige wijze onderhouden. Hiervoor komt dichter Paul Colinet (1898-1957), oom van de bruidegom, met een prachtig project op de proppen: een wekelijks bulletin dat telkens op vrijdag (Vendredi) per luchtpost uit Brussel zou vertrekken. Vendredi wordt een tijdschrift op maat van zijn bestemmeling. Paul Colinet, intimus van René Magritte, was een surrealistisch dichter van het eerste uur. Via zijn oom was Robert Willems ook actief binnen de Brusselse surrealistische groep, vooral met tekeningen en illustraties. Heel belangrijke factor: oom en neef zitten helemaal op dezelfde golflengte wat absurde humor betreft.

 

Vlak na het vertrek van het jonge koppel trekt Colinet op pad bij de familie en bij de surrealistische vrienden. Hij zorgt ervoor dat elk nummer dat met de hand op dun luchtpostpapier geschreven wordt, wel degelijk op vrijdag gepost kan worden. Het werkt; de hele surrealistische groep doet enthousiast mee, met tekst en tekeningen. Zelfs Magritte levert geregeld een bijdrage met een tekening naar een van zijn nieuwste werken. Vanuit Leopoldstad laat Willems zich ook niet onbetuigd. Vendredi krijgt een Congolese tegenhanger Alingala Minatu die spijtig genoeg in deze heruitgave (of eerste uitgave) ontbreekt.

 

Twee jaar lang houden de redacteurs van Vendredi het vol en dat is een niet-geringe prestatie. Zo kent het tijdschrift tussen 11 november 1949 en 5 oktober 1951 honderd afleveringen; de dikte ervan schommelt rond een tiental velletjes, met uitschieters naar boven en naar beneden; al met al een corpus van bij de duizend bladzijden tekst en illustraties. Tot voor acht jaar bleef Vendredi, degelijk ingebonden en gekoesterd, in het bezit van de familie Willems. Toen werd het dankzij de tussenkomst van Xavier Canonne door de Koning Boudewijnstichting aangekocht, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat de tekst gepubliceerd zou worden.

 

Vendredi


Wat voor ligt is een rijke oogst aan surrealistische teksten, gedichten, verhalen, tekeningen, pastiches, collages en zelfs tijdelijk een rubriek in Picardisch dialect. Het is niet zeker of wij hierdoor een beter inzicht krijgen in het surrealisme in  België ten tijde van de koningskwestie. Wie trouwens hoopt een kroniek van het zeilen en reilen van de cultuurwereld of van de actualiteit in ons land in die dagen onder ogen te krijgen komt bedrogen uit. Vendredi is hiervoor te surrealistisch en het is ook een uitgesproken familiaal bulletin. Slechts zijdelings wordt op de allerbelangrijkste politieke strubbelingen gealludeerd: de volksraadpleging, de troonsafstand van koning Leopold, de jonge koning Boudewijn. Gebeurtenissen in de families Willems en Collinet komen met evenveel recht aan bod, aangevuld met kindertekeningen en gelukwensen. Komt daar nog bij dat de wekelijkse lading post uit het moederland gekruid wordt met pastiches en valse geruchten. Surrealisten zijn inderdaad niet vies van enige mistspuiterij. De nota’s van Xavier Canonne zijn voor het goede begrip een onmisbare leidraad, al moet hij bekennen dat hij soms ook een beetje de draad kwijtraakt. Vendredi is dus allesbehalve een pageturner.

 

Wat de lectuur nog bemoeilijkt is het feit dat quasi alle teksten handgeschreven zijn. Colinet heeft gelukkig een mooi regelmatig geschrift. Zijn consequent gebruik van groene inkt is rustgevend. Maar niet elk geschrift is even duidelijk. En omdat luchtpost duur is worden de velletjes papier te vol geschreven. Als lezer ben je niet meer aan het lezen, maar aan het ontcijferen en dat is niet de bedoeling. Canonne had daarom liever een uitgave in facsimile gezien op ware grootte, maar voor de uitgever bleek dat niet haalbaar. Een minpunt dus. Het neemt niet weg dat het bladeren door het tijdschrift een ontdekking kan zijn vol aangename verrassingen. Tekeningen dragen de signatuur van René Magritte, Paul Colinet, Armand Permantier, Bruno Capacci, Aubin Pasque en zelfs Rachel Baes. Voor het literair gedeelte levert Paul Colinet de grootste bijdrage, bijgestaan door Marcel Picqueray. Maar alle andere surrealisten tekenen ook present: Louis Scutenaire, Irène Hamoir, Marcel Mariën, Christian Dotremont en zelfs de ongenaakbare Paul Nougé laat zich verleiden tot een korte bijdrage.

 

Vendredi


Het staat vast dat Paul Colinet in Vendredi de volle maat geeft van zijn talent. Hij is uitermate gevoelig voor de surreële meerwaarde van het alledaagse, met een weergaloze gave om humor op te tillen tot fijnzinnige poëzie. Zo weet hij ook illustraties uit tijdschriften van rond 1900 te recycleren tot surrealistische statements en die herinneren aan de gewilde onbeschaafdheid van Magrittes Période Vache. De illustraties van Louis Fortin (1879-1934) in Le Rire en l’Épatant leveren veel inspiratie voor de lotgevallen van de (fictieve) schilder Amédée - Providentiel Lerebond. De titels van zijn werken zijn zonder meer hilarisch. Dat in het Belgische surrealisme humor zo’n prominente rol toebedeeld kreeg is grotendeels aan Paul Colinet te danken, dit tot grote ergernis van André Breton en zijn Franse surrealisten die in hun obsessie voor politiek engagement totaal van humor gespeend waren.

 

Meer lezen?