U bent hier

Vinder en verteller - Kris Martin over zijn eerste Belgische retrospectieve in S.M.A.K.

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Kris Martin
Kris Martin, Altar, 2014 Foto: Benny Proot

 

De afgelopen 20 jaar heeft Kris Martin (°1972) een stevige internationale carrière uitgebouwd. Voor het eerst krijgt hij in ons land een retrospectieve. De tentoonstelling in het S.M.A.K. is perfect getimed tijdens het Van Eyck-jaar: Martin ging doorheen zijn oeuvre al meerdere keren in dialoog met Van Eyck.

 

Martins atelier bevindt zich in Wannegem-Lede, een dorp in Oost-Vlaanderen. “Ik ben hier vlakbij opgegroeid. Na twee decennia in de stad, verlangde ik terug naar mijn roots. Ik was het moe om tegen muren op te kijken. Hier is groen, en perspectief.” Zijn bescheiden studio naast de pastorij was achtereenvolgens een lijkenhuisje, een school en een B&B.

 

In de omringende dorpen organiseert hij dit jaar voor de tweede keer de kunstroute Pass. Vijf jaar geleden nam aan de eerste editie een vijftigtal kunstenaars deel. “Dat doe ik voor het plezier. Het brengt kunstenaars samen op een unieke locatie en van de mensen uit de buurt kregen we heel fijne reacties.”

 

Vlijtige bij

Het is ook hier in de buurt dat Jan Hoet voor het eerst een werk van hem zag. De ‘kunstpaus’ nodigde hem prompt uit voor een groepstentoonstelling, het begin van een reeks productieve samenwerkingen. In 2012 organiseerden Martin en Hoet samen de tentoonstelling Sint-Jan in de Sint-Baafskathedraal in Gent. In principe traden alle werken daar in dialoog met het onmiskenbare Gents pronkstuk, het Lam Gods, maar Martins werk kwam er het dichtstbij. “Ik maakte een gouden afgietsel van een dode bij, levensgroot. Deze kwam in de glazen kooi van het Lam Gods te liggen.” Een heel subtiele geste, die enkele motieven uit Martins oeuvre verenigt.

 

“In het christendom en de heraldiek is de bij een belangrijk symbool. Het verbeeldt christelijke idealen: een vlijtig, aseksueel dier dat leeft voor de kolonie. Het paste dus wel bij het Lam Gods, maar interfereerde niet met het thema.” Martin speelt wel vaker met religieuze symbolen, zoals het kruis, de engel of de kaars. Hij staat niet noodzakelijk negatief tegenover religie, maar haalt de symbolen eerder uit hun context om er met een nieuwe blik naar te kijken.

 

Spiegel

In zijn atelier hangen twee bekende gezichten: foto’s van Adam en Eva, zoals ze op het Lam Gods door de gebroeders Van Eyck geschilderd zijn. “Ik kreeg verrassend genoeg de rechten op deze delen van het schilderij. Ik koos enkel voor hun gezichten, zodat hun naaktheid geen rol speelt. Ik liet hen van elkaar wegkijken.” Voor Martin gaat het hier niet om hun identiteit als Adam en Eva. Opnieuw haalt hij religieuze beelden uit hun context. Ze stellen iedereen voor, ze zijn een symbool.

 

Vorig jaar mocht Martin als enige kunstenaar ooit rechtstreeks ingrijpen op het Lam Gods. “Als ik een schilder was, was ik deze uitdaging nooit aangegaan. Ik zou mezelf nooit durven meten met Van Eyck. Als je echt wil weten wat goede kunst is, ga dan maar eens kijken in het MSK.”

 

Hij verving het gestolen paneel De rechtvaardige rechters door een spiegel, een perfecte weergave van de realiteit – iets waar Van Eyck ook in uitblonk. Maar bovenal gaat het om het symbool: de kijker ziet zichzelf in het Lam Gods, als rechtvaardige rechter. We oordelen continu, over situaties, anderen en onszelf, maar zijn we daarin wel rechtvaardig?

 

Kris Martin gaat weg

Ik ben geobsedeerd door onze vergankelijkheid,” zegt Martin. “Al van kindsbeen af. Je voelt pas het leven in het licht van vergankelijkheid. De meeste mensen verdringen dat, maar ik ben niet bang voor de dood.” Het is daarom ook een terugkerend motief in zijn werk. De tentoonstelling in het S.M.A.K. draagt de titel EXIT. “Met mijn naam erachter kun je dat lezen als ‘Kris Martin gaat weg’. Dat is een feit: ooit komt er een einde aan, maar wanneer weten we niet. C’est la vie.”

 

In zijn werk gebruikt hij vaak materialen die de tand des tijds doorstaan, zoals steen en brons. Dat is echter zelden zijn eerste zorg: “Het idee komt eerst, het medium is niet belangrijk.” Hij is gefascineerd door de evolutie van de werken doorheen de tijd. Sommige worden mooier, zoals een bronzen werk dat een groene patine krijgt. “Maar dat heeft niets te maken met het doorleven van mijn rol als kunstenaar,” benadrukt hij. “Mijn objecten bestaan uit dode materie, die een verhaal vertelt. Dat gebeurt ook buiten mij om.” Het mooiste voorbeeld: zijn Festum II, een verzameling confetti in brons. Een gegeven dat normaal net heel vluchtig is, zal in dit geval het feest met vele jaren overleven.

 

Gelijk het leven zelf

In 2014 werd Martin, na het overlijden van Jan Hoet, gevraagd een salut d’honneur aan hem te creëren. “Wat is er mooier dan een reflectie van zijn lievelingskunstwerk, het Lam Gods? Dat werd Altar, een reproductie van het kader van het schilderij, op ware grootte. Ik plaatste het op het strand van Oostende, als een soort tableau vivant.” Ter gelegenheid van de terugkeer van het gerestaureerde Lam Gods in de Sint-Baafskathedraal, staat zijn altaar daar tijdelijk voor de deur.

 

Altar is een sleutelwerk in zijn oeuvre. Martin werkt bewust rond leegte, het ontbreken van een beeld. “We leven in een continue informatiestroom, we moeten steeds meer prikkels verwerken en lopen het risico niet meer voor onszelf te kunnen denken. Daarom bied ik leegte aan: geen beeld waar ik een verhaal aan opleg, maar ruimte om je verbeelding te laten werken.”

 

En ook met Altar werkt dat: “Het staal is helemaal verroest, verweerd van het zout en zand. Maar het onderste profiel, op ongeveer ellebooghoogte, blinkt als een spiegel. Mensen komen er elke dag aan. Mensen vragen me of het op hun geboortekaartje, huwelijksaankondiging of rouwkaart mag komen. Op het strand zie je allemaal voetstappen ernaartoe leiden. Als iedereen er iets anders in terugvindt, dan heeft het iets met het leven zelf te maken.” Gelijk het leven is: het is ook de titel van de laatste tentoonstelling die Jan Hoet maakte als artistiek directeur van het S.M.A.K., waar ook werk van Martin te zien was.

 

Tragikomisch

“Ik noem mezelf liever geen kunstenaar,” zegt Martin. Hij verzamelt antieke objecten vanuit een fascinatie voor hun voortbestaan doorheen de tijd. Niet zelden gebruikt hij gevonden of gekochte oude objecten in zijn eigen werk. “Ik ben altijd al goed geweest in het vinden van mooie dingen. Toen ik als kind met mijn ouders naar Zwitserland ging, vond ik zomaar een massief gouden horloge.” En ook tijdens het maken van zijn werk, noemt hij zichzelf een vinder. “Het materiaal vertelt me wat ik moet doen. In essentie bestaat mijn praktijk uit het vinden van onnodige verbanden.” Dat geeft zijn werken ook vaak een tragikomische sfeer. Zo gaf hij een engel van een achttiende-eeuws altaarstuk een blaasbalg, waardoor hij in je gezicht kan blazen. Op een houten Christusbeeld plaatst hij een trechter als hoedje. In 2009 schreef hij de roman De Idioot van Dostojevski volledig over met de hand, de naam van het hoofdpersonage vervangend door zijn eigen naam. “Andere mensen zouden die verbanden niet snel leggen, maar voor mij zijn ze er gewoon, als vanzelfsprekend.”

 

Air Jordan 1

Tamara Beheydt

Tamara Beheydt (°1991, Antwerpen) studeerde in 2014 af als Master in de Kunstwetenschappen en in 2015 als Bachelor in de Wijsbegeerte. Tijdens haar studies specialiseerde ze zich in kunstkritiek en het beschouwen van hedendaagse kunst. Vanuit die passie publiceert Tamara frequente journalistieke bijdragen over kunst in De Tijd, HART, Kunstletters, Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, e.a. Ze schrijft ook tentoonstellingsteksten en portfolioteksten voor kunstenaars. Vanuit haar professionele ervaring als galerieassistente, collectiebeheerder en als assistente van onafhankelijke curator Joanna De Vos heeft ze een diepgaande kennis van de Belgische en internationale hedendaagse kunstscène.

www.tamarabeheydt.com

 

Meer lezen?