U bent hier

Villa Empain in Elsene - De mooiste Art Déco in de hoofdstad

Villa Empain, een Art Déco-woning in de Rooseveltlaan in Elsene © Villa Emapain / Stichting Boghossian.

 

De Villa Empain is wellicht de mooiste Art Déco-woning in Brussel. Ze staat op de Rooseveltlaan, in Elsene, omringd door ambassades en andere prestigewoningen, waarbij het huis en het atelier van Adrien Blomme, de architect van onder andere het gebouw van brouwerij Wiels.

 

 

Indrukwekkende luxe

 

De bouw van de Villa Empain, naar een ontwerp van Michel Polak, nam bijna vier jaar in beslag. De opdracht kwam van Louis Empain, de jongste zoon van industriemagnaat Edouard Empain, bekend gebleven voor de bouw van de Parijse metro, die in 1929 overleed. Hij liet zijn twee zonen, Jean en Louis, een reusachtig zakenimperium na, met vestigingen in het Verre en Midden Oosten, Congo, Brazilië en Europa. Edouard liet in de omgeving van Cairo een nieuwe stad bouwen, Heliopolis, met een eigen paleisachtige villa in Oosterse stijl (Hindouvilla), en een basiliek, waarin hij begraven werd, net als – veel later- zijn oudste zoon Jean. 

 

Louis Empain erfde, naast zijn deel van het immense fortuin, ook de zin voor architectuur, meer bepaald die van het Bauhaus en het modernisme. In 1930 gaf hij opdracht een grote prestigevilla te bouwen, in een ‘nieuwe’ wijk van Elsene. Het gaat om de wijk waarin de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1910 plaatsvond en die daarna geurbaniseerd werd. De statige Natiënlaan – een naam die herinnert aan de tentoonstelling – nu Rooseveltlaan liep daar doorheen en was meteen een verlengstuk van de Louisalaan. Louis Empain kocht een perceel aan de Natiënlaan, dat uitgaf op het Terkamerbos. 

 

Hij koos voor een Zwitsers architect, Michel Polak, die in Montreux al wat opdrachten uitgevoerd had in Art-Nouveaustijl. Polak was naar Brussel gekomen op vraag van zakenman en financier Lucien Kaisin, actief in de bouw van topresidenties. Het waren voor die tijd revolutionaire projecten die luxeappartementen verbonden met allerlei diensten, zoals hotelservice, en gemeenschappelijke voorzieningen zoals zwembad en theater. Een voorbeeld daarvan is Résidence Palace, een indrukwekkend gebouw, waar men suites kon huren met 6 tot 29 kamers. Het kreeg later een administratieve functie en delen ervan zijn bewaard in de Europese wijk. Polak kon inspelen op de eisen van rijke klanten en combineerde, waar nodig, verschillende stijlen. Al zijn gebouwen hebben een Art Déco uitzicht. Hij had oog voor luxueuze, zeldzame, exotische materialen (hout, marmer, glas, metaalwerk) en schuwde goedkoop effect. Raffinement in de soberheid was zijn ding. Zo staat hij dichter bij Hoffmann (Stocletpaleis) en Mallet-Stevens (Villa Cavrois) dan bij Horta (Solvayhuis).

 

 

Prestige voor bedrijf en familie

 

De Villa Empain werd gebouwd voor één man, een vrijgezel. Michel Polak voorzag wel een kamer voor mevrouw Empain, maar die verscheen slechts jaren later op het toneel en niet in Elsene maar in Canada. Het is nog niet duidelijk of Louis Empain gedurende een paar weken of enkele maanden per jaar in de villa verbleef. Het valt ook op dat er geen speelruimten en/of kinderkamers voorzien waren, al was daar ruimte genoeg voor. Er is wel een lange ruimte om de schermsport te beoefenen. Wat een contrast met de slaapkamers voor de jongens en de meisjes, speel- en studeerkamers, die Mallet-Stevens voorzag in de spectaculaire Villa Cavrois, uit dezelfde periode en in een vergelijkbare stijl, in Croix bij Roubaix. Louis Empain had in zijn villa wel een bureel en een secretariaat, respectievelijk links en rechts van grote toegangsdeur. Voor recepties was de villa zeer geschikt en dat is zo gebleven. De villa die maar weinig gebruikt werd, en al helemaal niet bewoond door een familie, past misschien bij een ander plaatje: het maatschappelijk prestige. Empain was een Belgisch wereldbedrijf, net als Solvay. Die bedrijven (en families) toonden hun macht ook via imponerende huizen op de grote lanen in Brussel zoals de Tervurenlaan met het Stocletpaleis van Hoffmann en de Louisalaan met het Solvayhuis van Horta. De huizen op de Natiënlaan – een verlengstuk van de Louisalaan – zijn nog groter. De residentie daar van Empain, op het terrein van een wereldtentoonstelling, toonde het prestige van bedrijf en familie.

 

 

Museum voor Hedendaagse Sierkunst

 

In 1936 – twee jaar na de afwerking van het gebouw – beslist Louis Empain zijn leven een nieuwe wending te geven, in Canada. Hij richt er verschillende bedrijven op, ook op het gebied van de land- en bosbouw. Dat brengt hem ertoe een vakantiedorp (L’Esterel in de Laurentides, Quebec) te laten bouwen, in de stijl van het Bauhaus. De opdracht gaat naar Antoine Courtens, de jongste zoon van de schilder Franz Courtens, die later meewerkt, met Polak, aan de bouw van het COOVI in Anderlecht. Louis Empain ontmoet in Canada een jonge geestesgenote, die zijn geloof deelt en arts is en besluit voortaan zijn fortuin te gebruiken voor ‘de andere’.

 

Het palazzo op de Natiënlaan heeft dan geen nut meer. Hij besluit het huis te schenken aan de Belgische staat, op voorwaarde dat er een museum komt: het Koninklijk Museum voor Hedendaagse Sierkunst van België (Stichting Louis Empain). De Staat aanvaardt die voorwaarden en wat later opent Leopold III het museum. Zoals bepaald in de overeenkomst, wordt Herman Teirlinck, opvolger van Henry Van de Velde (die Louis Empain blijkbaar kende) in Terkamere, directeur. Er vonden verschillende tentoonstellingen plaats, tot het museum in november 1943 in beslag genomen werd door het Duitse leger. Teirlinck kon zo vermijden dat de ateliers van Terkamere in beslag genomen werden. Die bezetting door het Duitse leger heeft maar een jaar geduurd, wegens de vroege bevrijding van Brussel. Het gebouw bleef intact. Wat daarop volgde is verbazend. Na de bevrijding beslist de minister van oorlog, Paul-Henri Spaak, eigenmachtig (zonder rekening te houden met de stichting Louis Empain en de bestaande overeenkomst met de Staat) het gebouw te veranderen in ambassade en het toe te wijzen aan de USSR. Dat leidt tot betwistingen en de villa wordt tenslotte teruggegeven aan Louis Empain. Nadien verkoopt men de villa opnieuw en RTL trekt erin als huurder, tot 1990. Op dat ogenblik is alles nog in vrij goede staat, maar er volgt een meer duistere periode, waarin het toen al beschermd monument het zwaar te verduren krijgt, tot de Stichting Boghossian het gebouw in 2006 koopt. Dat brengt de redding en de volledige restauratie op gang. 

 

 

Genereus

 

De Villa Empain was niet gebouwd om er een schilderijencollectie in op te hangen. Louis Empain had wellicht een paar wandtapijten, in de hall en in de receptieruimten lagen grote tapijten. Die ziet men op de eerste foto’s van het interieur. Schilderijen vindt men er niet. Wat overal opvalt is de buitengewone kwaliteit van het smeedwerk dat buiten en binnen aanwezig is, van het grote hekken rond het huis, de monumentale ingangsdeur gevat in smeedwerk (niet in de muur), tot binnenin, om de hall af te scheiden en boven, de balustrade rond de lichtkoker. Michel ,Polak deed daarvoor een beroep op de ateliers van Maison Alfred François in Brussel en Etablissements Edgar Brandt in Parijs. Smeedwerk beleefde in die jaren een artistiek hoogtepunt en er was een grote markt voor, bij vele banken en grote winkels. Het verdween na de Tweede Wereldoorlog uit de belangstelling. Een voordeel van dit smeedwerk is dat het licht er kan doorstromen en – wegens de gepolijste delen – kan reflecteren en daarna nog weerspiegeld wordt door de wanden in marmer en door een glazen decoratie op het plafond van de tweede hal.

 

Het feit dat het zwembad, waarop de villa uitgeeft, nu volledig hersteld is in blauwe stenen zorgt ook voor een schitterend licht. Dit prachtige lichtspel is een wezenlijk deel van het artistieke ruimteconcept van het gebouw. De Stichting Boghossian bestaat sinds 1992 en heeft een humanitair doel, vooral in Armenië (het thuisland), Syrië en Libanon. Zij is actief op het gebied van infrastructuur, erfgoed, onderwijs, cultuur en werkt soms samen met andere Armeense stichtingen, als Gulbenkian in Lissabon. Sedert de aankoop en de restauratie van de Villa Empain voert ze een beleid dat gericht is op de verdieping van culturele en artistieke contacten en een echte dialoog tussen Oost en West, met name via tentoonstellingen, concerten en lezingen in de villa. Ze steunt eveneens studenten die zich verdienstelijk maken op dat gebied, in instellingen als de kunstschool Terkamere, de Academie van Antwerpen en Design september in Brussel. De redding van de Villa Empain is niet vreemd aan de doelstelling van de Stichting Boghossian. En bouwde Edouard Empain niet in dezelfde geest van contact en dialoog zijn ‘hoofdstad’ nabij Kairo? Voor ons land is de activiteit van de stichting, niet enkel wegens de zeer originele tentoonstellingen, een echte verrijking die de genereuze gedachte van vader en zoon Empain bewaart en versterkt. Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Armeense genocide loopt in Villa Empain nog tot 10 januari 2016 de tentoonstelling met twee vertegenwoordigers van de hedendaagse Armeense kunstscene. Het is een boeiende dialoog tussen het veelzijdige werk van Sarkis en dat van de cineast Sergueï Paradjanov.

 

Joost De Geest

 


INFO

Villa Empain – Stichting Boghossian

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10.00 tot 18.30 uur

Gesloten: maandag

Franklin Rooseveltlaan 67

1050 Brussel

T 02 627 52 30

www.villaempain.com

 

Bij uitgeverij Racine verscheen (enkel in het Frans) een interessante gids met Art Décowandelingen in Brussel: Cécile Dubois, Bruxelles Art Déco, 175 blz.

 

ARCHIEF

Het Stoclethuis: OKV 1987, nr. 3. 

De architectuur van het interbellum: OKV, 1987, nr. 4 

www.tento.be

(gratis voor OKV-abonnees)


 

Air Jordan III 3 Shoes

Joost De Geest