U bent hier

Spektakel in het Colosseum - Gladiatoren in het Gallo-Romeins museum

Helm van een provocator, Pompeï, tweede helft 1ste eeuw n. Chr., brons, Nationaal Archeologisch Museum, Napels.

 

In het Gallo-Romeins Museum in Tongeren loopt de tentoonstelling Gladiatoren - Helden van het Colosseum. Zullen er straks opnieuw spektakels plaatsvinden in de oudste arena van Rome?

 

Vlees en Spelen

Met de tentoonstellingen over Sagalassos van oktober 2011 tot juni 2012 (145.000 bezoekers), de Etrusken in 2013 (88.000 bezoekers) en de Vikingen die in maart van dit jaar sloot (95.000 bezoekers) heeft het Gallo-Romeins Museum zich op de kaart gezet. Zo is het Tongerse museum ook in het blikveld gekomen van de ervaren internationale expositiemaker Contemporanea Progretti uit Firenze. Die nam het initiatief voor de tentoonstelling Gladiatoren - Helden van het Colosseum. Het team van het Colosseum, dat jaarlijks zes miljoen bezoekers ontvangt, heeft de wetenschappelijke leiding. Het Gallo-Romeins Museum staat in voor het inhoudelijk en educatief concept. Na Tongeren reist de tentoonstelling door naar Museum Moesgaard in het Deense Aarhus en naar Museum Valkhof in Nijmegen.

 

Zoals de tentoonstelling over de Vikingen wil Gladiatoren - Helden van het Colosseum het beeld bijstellen dat vooral is gevormd door films en televisieseries. Het verhaal in het Gallo-Romeins Museum is genuanceerder dan de beelden van de vechtende en stervende filmhelden, van de slaven die geen andere keuze hadden dan te strijden en op een wrede manier aan hun einde te komen. Het museum mikt ook met deze tentoonstelling duidelijk  op scholen, en kinderen kan men vandaag niet meer boeien met enkel maar vitrinekasten volgestouwd met objecten. Een bezoek aan de Helden van het Colosseum moet een ‘totaalervaring’ zijn met levensechte gladiatoren en dieren, interactieve opstellingen en filmpjes.

 

Objecten zijn er uiteraard wel, en er zijn topstukken bij uit tientallen Europese musea. Ook het Colosseum leende interessante stukken uit en dat is heel uitzonderlijk. Helmen en beenstukken, muurschilderingen en mozaieken, grafstenen en graffiti… brengen, aangevuld met de tekstpanelen, gelaagde verhalen. Bijvoorbeeld over de oorsprong van de Romeinse gladiatorenspelen. Die ligt in de Myceense cultuur in Griekenland (1600-1100 v. Chr.). Bij begrafenissen organiseerden de Myceners spelen voor de dode. De dichter Homerus beschrijft hoe die verliepen: eerst de executie van oorlogsgevangenen, dan sportwedstrijden en tot slot duels tussen twee krijgers. Toen de Grieken vanaf de achtste eeuw voor Christus kolonies stichtten in Zuid-Italië kwamen de Romeinen in contact met deze begrafenistradities en zetten ze naar hun hand. Prille voorlopers van gladiatorengevechten vonden er plaats rond 350 voor Christus en een eeuw later werden ze ook in Rome georganiseerd. Geënsceneerde jachtpartijen ontstonden in een andere sfeer. De Romeinen geraakten gefascineerd door groots opgezette jachtexpedities tijdens de militaire campagne in Noord-Afrika in 202 voor Christus. Leeuwen, panters, nijlpaarden, olifanten, krokodillen, beren, giraff en en zelfs pythonslangen werden naar Rome getransporteerd en kwamen in de arena aan hun einde. Het publiek hield van de ‘shows’ en van het vlees dat achteraf werd uitgedeeld. ‘Vlees en spelen’ vat het beter samen dan ‘Brood en spelen’.

 

Amfitheater

Aan het begin van onze tijdrekening, onder keizer Augustus, gingen gladiatorengevechten en jachtpartijen deel uitmaken van een dagvullend totaalspektakel. ’s Morgens vonden dierengevechten plaats, ’s middags stonden terechtstellingen en komische intermezzo’s op het programma en na de middag volgden gladiatorenduels. Een bijgesteld beeld op de tentoonstelling is dat van de gladiator als rechteloze slaaf. Die waren inderdaad in de meerderheid, maar ook vrije mannen werden gladiator. Ze zagen af van hun burgerrechten en hoopten door een overwinning in de arena rijkdom en eeuwige roem te verwerven. 

 

Enkele senatoren en zelfs keizer Commodus, die wordt opgevoerd in de film Gladiator (2000), traden graag op in het strijdperk van het Colosseum. Dat heeft alles te maken met het feit dat deze massaspektakels perfect beantwoordden aan Romeinse waarden zoals strijdlust en heldenmoed, de mens als meester van de natuur en vooral: de Romeinen als overheersers van alle andere volkeren. De tentoonstelling belicht hoe de Romeinen voor deze massa-evenementen een nieuw type gebouw ontwierpen: het amfi theater met een ruime arena en zittribunes. Ze werden uit een rots gehouwen, uit een heuvelhelling gegraven en bovengronds gebouwd in hout of steen. In het Romeinse Rijk stonden 320 amfi theaters. Het oudst bewaarde is dat van Pompeï, grotendeels in steen gebouwd rond 70 v. Chr.

 

Het Colosseum, ingehuldigd in 80 n. Chr., is Romes eerste en ook enige permanente amfitheater in steen. Het bood plaats aan 50.000 toeschouwers. De openingsfeesten duurden van juni tot september. Er viel heel wat te beleven: heuse zeeslagen (waarvoor de arena in een meer veranderde), martelingen, acrobatennummers, dierenshows, jachtpartijen en uiteraard gladiatorengevechten.

 

Duim naar beneden?

Vinden er straks opnieuw spektakels plaats in het Colosseum? Midden augustus 2015 kondigde de Italiaanse regering aan dat het amfitheater een arenavloer en voorstellingen zal krijgen. Ze voorziet daartoe een budget van 18,5 miljoen euro. Het project zou binnen vier jaar klaar moeten zijn. Onmiddellijk na de bekendmaking van dit plan ontstond er nogal wat ophef. Rome is gevallen, dit keer voor de Disneyficatie van haar erfgoed, zo klonk de kritiek. En ook: we gaan er toch geen Coca-Cola Colosseum van maken! Dario Franceschini, minister van Cultuur, counterde met de belofte dat gedegen onderzoek zal bepalen wat mogelijk is. De ‘beleving’ door de toerist staat centraal. Franceschini stelt dat dankzij een overdekking en een aangepaste belichting de ‘ervaring’ in het ondergrondse Colosseum zal verbeteren. Wat er op het podium zal te zien zijn, moet nog onderzocht worden. Alleszins geen voetbalwedstrijden of rockconcerten, zei de minister van Cultuur, maar wel evenementen van zeer hoge kwaliteit, bijvoorbeeld tragedies van Seneca.

 

De bescherming en de valorisatie van het erfgoed zorgt voor hevige discussies in Italië. De armlastige overheden kunnen er niet langer alleen voor instaan en doen een beroep op steun van bedrijven en privépersonen. Dat was nieuw in Italië. Het zijn vooral de Italiaanse modehuizen die tot nu toe over de brug komen. Tod’s investeerde 25 miljoen euro in de broodnodige restauratie van het Colosseum. Het Romeinse modehuis Fendi legde 2,5 miljoen euro op tafel voor de restauratie van de Trevi-fontein. De juwelengigant Bulgari schonk 1,5 miljoen euro voor de renovatie van de Spaanse trappen. De tegenprestaties voor deze steun zijn eerder bescheiden. Tod’s verwierf het recht om zich vijftien jaar lang te associëren met het Colosseum en het logo te laten prijken op de toegangstickets. Fendi en Bulgari zijn tevreden met een kleine plaat bij het monument. En toch veroordeelden sommige Italianen het als een uitverkoop van hun erfgoed. Die ergernis is er ook over het verhuren van historische locaties. Zo was er vorig jaar commotie in Firenze omdat het stadsbestuur de zakenbank Morgan Stanley toestemming had gegeven een diner te organiseren in een veertiende-eeuwse kapel, mits betaling van 27.000 dollar. En ook de burgemeester van Rome kreeg tegenwind omdat hij het Circus Maximus had verhuurd voor een concert van de Rolling Stones.

 

De duim gaat steeds minder vaak naar beneden wanneer lokale overheden in Italië een beroep doen op privégeld voor de bescherming van het erfgoed. Wat kan men inbrengen tegen de laconieke opmerking van de burgemeester van Rome: “Wat als iemand je 25 miljoen euro geeft voor de restauratie van het Colosseum? Wel dan neem je dat aan.” En hij voegde er aan toe dat met de opbrengsten van het valoriseren van topattracties zoals het Colosseum, die jaarlijks miljoenen bezoekers trekken, ook het gigantisch aantal kleinere, minder bezochte erfgoedsites in Italië kunnen onderhouden worden. Het Colosseum kwam einde november ook nog in het nieuws omdat de burgemeester van Rome beslist heeft de nepgladiatoren die er jarenlang post hebben gevat uit het straatbeeld te verbannen. Uitgedost met plastic helmen, harnassen, zwaarden en schilden vielen ze toeristen lastig en vroegen woekerprijzen om met hen op de foto te staan in het decor van de Romeinse arena.

 

Mark Vanvaeck

 


INFO

Tentoonstelling

 

Gladiatoren - Helden van het Colosseum

Nog tot 3 april 2016

Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 9 tot 17 uur; zaterdag, zondag en feestdagen van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

 

Gallo-Romeins Museum

Kielenstraat 15

3700 Tongeren

T 012 67 03 30

www.gallloromeinsmuseum.be


 

Mark Vanvaeck