U bent hier

Rijk in Kortrijk

OKV

 

De Sint-Maartenskerk in Kortrijk herinnert je er haast terloops aan dat je in een land met een rijke geschiedenis leeft. Het gaat hier per slot van rekening om een gewone parochiekerk, in een stad die nog wel een en ander in petto heeft voor de esthetisch gedreven reiziger. De sierlijke toren rijst hoog boven het commerciële gewoel, de spitsbogen van het portaal wekken heimwee op naar de gotische kathedralen van Frankrijk.

 

TOCH KONDEN ZE HET

Binnen vind je rust en ritme. Ergens aan de muren hangt een zeldzaam schilderij van onze eerste kunsthistoricus, Karel van Mander, en in het koor prijkt een verfijnde sacramentstoren van deels vergulde Avesnessteen. Ene H. Mauris uit Antwerpen beeldhouwde dit wondertje van kerkmeubilair omstreeks 1585. H. Mauris, wie heeft ooit van hem gehoord? En toch kon hij zoiets maken en leveren. Een zelfde gevoel van verbazing overvalt je in de Sint-Annakapel. Hier staat een zestiende-eeuwse triptiek opgesteld, bevolkt door haast levensgrote figuren. Een jongeman in een rood kleed en rooskleurige mantel kijkt je pal in de ogen vanop het middenpaneel: een onvergetelijke Johannes de Evangelist, met zijn boek in de hand. Bernard de Ryckere heette de schilder van deze monumentale taferelen. Bernard wie? En toch kon hij zoiets maken en leveren.

Het deed de Kortrijkzanen waarschijnlijk plezier dat ze voor dit pronkstuk geen volbloed Antwerpse coryfeeën als Frans Floris of Maarten de Vos, laat staan Pieter Bruegel, moesten aanspreken. Bernard de Ryckere maakte weliswaar carrière en fortuin in Antwerpen, maar hij was omstreeks 1535 geboren in Kortrijk, als zoon van een welgestelde edelsmid, Dierick, tevens een vooraanstaand lid van de rederijkerskamer de Kruisbloem. Bernard de Ryckere ging vermoedelijk in de leer bij een lokale schilder en mocht in 1560 al een belangrijk schilderij maken voor het altaar van de Kruisbloem in de Sint-Maartenskerk. Dit jeugdwerk, dat De kruisdraging voorstelt, viel in de smaak bij Karel van Mander en het bevindt zich overigens nog steeds ter plaatse.

In 1561 vestigde Bernard de Ryckere zich als vrijmeester in Antwerpen. We kennen niet zoveel schilderijen van zijn hand, maar we weten dat hij fortuin en vastgoed vergaarde. Hij vond zijn eigen niche op de bloeiende kunstmarkt en specialiseerde zich in kopieën naar de schilderijen van oude en eigentijdse meesters, een eerzame bezigheid in die tijd zonder fotografie en kleurendruk. Hiervoor werkte hij samen met zijn zoons. Al doende bleef hij zijn eigen vaardigheden als schilder ontwikkelen en koesteren: de Triptiek van de Heilige Geest bewijst het. Enkele tientallen jaren later apprecieerde niemand minder dan Rubens het talent van De Ryckere: hij kocht een Godenmaaltijd van de meester voor zijn zorgvuldig samengestelde kunstcollectie.

 

DUIF EN VURIGE TONGEN

In het akelige jaar 1566 bleef Kortrijk gespaard van de Beeldenstorm, maar in 1578 vond de calvinistische kaalslag alsnog plaats: het nieuwe, calvinistisch geörienteerde stadsbestuur liet de Sint-Maartenskerk leeghalen op 26 augustus. Enkele maanden later werd de kerk voorbestemd voor calvinistische diensten. Eind februari 1580 veroverden katholieke troepen Kortrijk opnieuw.

Koning Filips II schonk de stad een aanzienlijk bedrag om de kerken weer te verfraaien voor het katholieke geloof. In 1585, toen de hele zuidelijke Nederlanden heroverd waren voor het katholicisme en er opnieuw een zekere rust heerste in onze regio, lieten de kerkmeesters van Sint-Maarten Bernard de Ryckere overkomen uit Antwerpen om te onderhandelen over een nieuw altaarstuk voor het hoogaltaar. Op 21 oktober 1585 ondertekenden beide partijen het contract. Twee jaar later was de triptiek voltooid.

Bernard de Ryckere wilde het vertrouwen van zijn stadsgenoten duidelijk niet beschamen. In de Triptiek van de Heilige Geest toonde hij het toppunt van zijn kunnen. De compositie van de drie panelen is doordacht symmetrisch en toont overzichtelijk, bijna in een oogopslag, de werking van de Heilige Geest in de heilsgeschiedenis. Links zien we hoe God Adam leven inblaast in het paradijs, gadegeslagen door vier engelen en vele exotische dieren van de recente schepping. Bovenaan zijn ook de fonkelnieuwe hemellichamen aan het uitspansel te bewonderen. Met dit paradijstafereel liep De Ryckere vooruit op het werk van een zeventiende-eeuwse meester als Jan Brueghel, bekend om zijn gevarieerde landschappen en dierenstudies. Rechts ontvangt Christus in een sierlijke houding zijn levensmissie, tijdens zijn doop in de Jordaan: de heilige Geest zweeft boven hem in de gedaante van een duif. Een engel lijkt aan een andere uit te leggen wat dit betekent. Op de achtergrond ontstaat er tumult onder de
menselijke getuigen. Centraal is het wonder van Pinksteren weergegeven. Pinksteren is afgeleid van het Griekse woord voor vijftigste, pentekostos. Vijftig dagen na de Verrijzenis van Christus worden Maria en de apostelen in Jeruzalem aangegrepen door de Geest, die over hen neerdaalt in de gedaante van vurige tongen. Vanaf dat ogenblik kunnen de apostelen de blijde boodschap prediken in alle talen. Deze gebeurtenis beschouwt men als het ogenblik waarop de Kerk ontstond. Maria vormt het serene middelpunt van het tafereel. Haar aanwezigheid op Pinksteren is vermeld in de Bijbel en was een krachtig argument ten gunste van de katholieke Mariaverering. Achter Maria staat Petrus, zoals altijd onmiddellijk te herkennen aan de grote sleutel en het boek. Hij kijkt de gelovigen en de toeschouwers vastberaden in de ogen. Het gezelschap bevindt zich in een indrukwekkende zaal in klassieke stijl, met een ingelegde vloer, die bovendien getooid is met een kostbaar tapijt. Je vraagt je onwillekeurig af wie er model stond voor Johannes de Evangelist. Hij lijkt een jongeman die zo in Antwerpen van de straat is geplukt omwille van zijn uitstraling en indringende blik. Of was hij misschien een van de zonen van Bernard de Ryckere? Op het linkse buitenluik schilderde De Ryckere in grisaille Christus als zwierige Zaligmaker, met de rijksappel in zijn hand. Op het rechtse zien we de patroonheilige van de kerk, Martinus van Tours, die zijn mantel deelt met een bedelaar.

Het geeft voldoening, werk van een bijna onbekende kunstenaar te zien en vast te stellen dat het uitstekend is. Kijk in de kapel ook nog even naar de neogotische muurschilderingen in grisaille, door J. Vanderplaetsen, die een stoet van heiligen weergaf, zo elegant als op schilderijen van de Prerafaëlieten. Het neogotische koorgestoelte is ontworpen door Jean Bethune, de drijvende kracht achter de opbloei van de neogotiek in onze gewesten. Nu de musea en kerken van Toscane of Spanje of Kroatië wat minder gemakkelijk bereikbaar zijn, hebben die van België gelukkig onverwachte ontdekkingen te bieden.

Meer lezen?