U bent hier

Peter Paul in de Pauluskerk

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Rubens

 

 

 

 

 

 

Mensen die de Sint-Pauluskerk in Antwerpen nog moeten ontdekken, zijn te benijden. Ze hebben hem nog te goed, die overweldigende eerste indruk van de sobere, luchtige kerk in zwart en wit, bij nader inzien in alle hoeken en kanten gevuld met kunstschatten.

 

In de Sint-Pauluskerk vind je honderden sculpturen van de beste barokbeeldhouwers en schilderijen van alle grote Antwerpse barokmeesters, aangevoerd door Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens. De biechtstoelen met hun sierlijke figuren van engelen en heiligen zijn topstukken van barok kerkmeubilair, evenals de koorbanken. Het zeventiende-eeuwse orgel is een meesterstuk. De kerkschat bevat prachtig edelsmeedwerk, een bijzondere reliek van de heilige Walburga (710?-799) en de oudste roosgeslepen diamanten van Antwerpse makelij. Voor deze kerk wist Rubens omstreeks 1620 een authentieke Caravaggio aan te kopen, De Madonna van de rozenkrans. Het schilderij wekte later de hebzucht op van keizer Jozef II en verhuisde naar Wenen; in de Sint-Pauluskerk bleef een degelijke kopie achter. Je ziet er hoe de stichter van de Dominicanenorde een rozenkrans ontvangt uit de handen van Maria. De rozenkrans keert overal in dit gebouw terug. Bij de pilaartroon, niet ver van het hoogaltaar, vind je reliëfs met het amusante verhaal van de Antwerpse vrouw die haar ziel per contract aan de duivel verkocht en al gauw spijt kreeg. Dankzij het bidden van de rozenkrans kreeg ze het contract opnieuw in handen en kon ze het verscheuren. De Sint-Pauluskerk, met aan de buitenzijde de levensgrote Calvarieberg, zou in de twintigste eeuw nog de Franstalige Antwerpse dichter Max Elskamp (1862-1931) inspireren.

 

Dominicanen met een goede neus

De Sint-Pauluskerk noemt men sinds jaar en dag “een barokke schat in een gotisch schrijn” en dat is een uitstekende definitie. De kerk hoorde bij het Dominicanenklooster. De Dominicanen of Predikheren vestigden zich al in 1243-1246 in Antwerpen, dus amper dertig jaar nadat Domingo Guzmán de orde gesticht had in Frankrijk. Het doel van de Dominicanenorde was duidelijk: sober en toegewijd leven, studeren, prediken voor het volk, mensen onderrichten in het geloof en gevaarlijke ketterijen bestrijden. Dominicanen vond je, net als Franciscanen, steevast in volkse buurten van steden. De bouw van de huidige gotische kerk startte omstreeks 1517, wellicht naar plannen van bouwmeester Dominicus de Waghemakere. De werkzaamheden waren nog in volle gang toen het godsdienstconflict in de Nederlanden losbarstte en het daaropvolgend bewind van de calvinisten in 1578 er stevig de rem op zette. Calvinisten en Dominicanen waren uiteraard water en vuur. Katholieke religieuzen die predikten voor het volk en die zich tegen de calvinistische nieuwlichterij durfden te verzetten, waren de grootste tegenstanders van de calvinistische predikanten. De Dominicanen moesten dus vertrekken, de kerk werd opgeëist voor calvinistische erediensten en een deel van het koor afgebroken; de kloostergebouwen fungeerden een tijdlang als kanonnengieterij. De Predikheren konden pas terugkeren na de Val (of Bevrijding) van Antwerpen door Alexander Farnese in 1585. Met frisse energie hervatten ze hun missionering en voltooiden ze in de decennia daarna hun kerk. De Dominicanen hadden een goede neus voor opkomend talent. In december 1608 keerde de jonge Rubens na acht jaar uit Italië terug om zijn stervende moeder te zien. Hij kwam te laat. Maar in 1609 kreeg hij van de Dominicanen al de opdracht om twee altaarstukken voor de Sint-Pauluskerk te schilderen: De aanbidding van de herders (een volks Bijbelthema, dat helemaal in de kraam van de Dominicanen paste) en de Kerkelijke samenspraak over de realiteit van het heilig Sacrament. Het schilderij staat in de rechterdwarsbeuk op het altaar van de broederschap van de Zoete Naam Jezus en het Heilig Sacrament.

 

Italiaans licht en Italiaanse kleuren

Het thema van de Kerkelijke samenspraak is puur theologisch en dus voor de meesten onder ons nogal abstract. Rubens kreeg de opdracht om de eensgezindheid binnen de katholieke traditie over de betekenis van het sacrament van de Eucharistie uit te beelden: niets anders dan de werkelijke aanwezigheid van het lichaam van Christus in de hostie. Geen gemakkelijke taak, maar Rubens wist er een levendig, zonnig tafereel van te maken, badend in Italiaanse kleur en Italiaans licht. Zoiets had men in Antwerpen nog niet gezien. Rubens maakte zijn compositie ook goed leesbaar. Oorspronkelijk stond de monstrans met de geconsacreerde hostie, ‘het Allerheiligste Sacrament’, pal in het midden. Boven scheuren donkere wolken open en verschijnt God tegen stralend licht in een roze mantel. Zijn hand rust op een hemelglobe en leidt het oog naar de duif van de Heilige Geest, die boven de monstrans zweeft. Er is dus een rechtstreekse band tussen de Vader, de Geest en de Zoon (vertegenwoordigd door de hostie in de monstrans). Zo toonde Rubens dat de liefde die bereid is zichzelf op te offeren, de belangrijkste kracht is die er bestaat. Zes charmante engelen houden evangelieboeken voor met teksten over de instelling van de Eucharistie. De omstanders zijn allemaal heilige geleerden en denkers die over de Eucharistie geschreven hebben of die voor de devotie ervan geijverd hebben. Links staan de bisschoppen Ambrosius van Milaan en zijn leerling Augustinus van Hippo. Rechts staan paus Gregorius de Grote (met kaal hoofd) en een kardinaal in het rood – misschien de heilige Hiëronymus –, zodat we hier de vier westerse kerkvaders bij elkaar hebben. Links achter het altaar zit een belangrijke medebroeder van de dominicanen: de grote filosoof en heilige Thomas van Aquino (herkenbaar aan het zonnesymbool op zijn habijt). Hij is in gesprek met een paus, vermoedelijk Urbanus VI, die in 1264 het feest van het heilig Sacrament heeft ingesteld. De enige vrouw op het schilderij staat schuin achter hen en is waarschijnlijk een middeleeuwse heilige uit onze gewesten: Juliana van Cornillon of van Luik, die met haar visioenen en geschriften veel heeft bijgedragen aan de instelling van het sacramentsfeest.

 

Het schilderij is later onderaan en bovenaan vergroot om in het nieuwe monumentale altaar te passen. Daarom liggen die boeken zo opvallend op de trap onder de heiligen. Ze dienen om de lege voorgrond op te vullen.

 

De Sint-Pauluskerk was Rubens dankzij die vroege opdrachten duidelijk erg dierbaar. Achter het altaar vind je nog het fraaie grafmonument van prior Michael Ophovius, een levenslange vriend en vertrouweling van de schilder. Hoogstwaarschijnlijk heeft Rubens deze graftombe ontworpen. Toen de predikheren de 15 mysteries van de rozenkrans wilden tonen aan de gelovigen, was Rubens betrokken bij de totstandkoming van de prestigieuze reeks van 15 schilderijen in situ. Hij zelf schilderde hiervoor de Geseling van Christus. Dit alles maakt van de Sint-Pauluskerk een levendig, actief museum, aangezien de kunstwerken hier nog steeds hun oorspronkelijke werk doen en de devotie bevorderen.

 


INFO

Sint-Pauluskerk – Open: van april t.e.m. oktober: alle dagen van 14 tot 17 uur – van november t.e.m. maart: zaterdag en zondag van 14 tot 17 uur – Veemarkt , 2000 Antwerpen

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

M. Elskamp, La chanson de la Rue Saint-Paul et autres poèmes, Éditions Gallimard, 1997. – L. Goosen, Van Afra tot de zevenslapers. Heiligen in religie en kunsten, Nijmegen, 1992. – R. Sirjacobs, Sint-Pauluskerk Antwerpen. Historische gids, Antwerpen, 2001. – H. Vlieghe, Corpus Rubenianum Ludwig Burchard. Saints I, Brussel, 1972, cat. 56.

ARCHIEF

De baroksculptuur en het barok kerkmeubilair in de zuidelijke Nederlanden: OKV 1982, blz. 123-161 

okv.be/nl/archief-okv


 

Meer lezen?