U bent hier

Nog even in het Rubenshuis - Verborgen Van Dyck

Anthony van Dyck, Studiekop van een Brussels magistraat, Privéverzameling, Groothertogdom Luxemburg.

 

Het Rubenshuis in Antwerpen deed een uitstekende zaak door een ‘verborgen’ Van Dyck als langdurige bruikleen binnen te halen. Vlaamse erfgoedinstellingen kunnen simpelweg geen grote namen aankopen. Wie niet rijk is, moet dan maar slim zijn.

 

Medio augustus 1695 bombardeert een laffe Lodewijk XIV (1643-1715) Brussel. De Zonnekoning is malcontent omdat zijn expansiedrang wordt gestuit. Twee jaar later is Frankrijk verplicht om in Rijswijk de vrede te ondertekenen en zo een einde te maken aan de Negenjarige Oorlog. Alvorens vrede te sluiten gaat Lodewijk over tot een regelrechte oorlogsmisdaad. Het levert hem niets op, maar hij raakt het fiere Brabant wel in het hart. Na drie dagen staat de stad in lichterlaaie. Houten constructies zijn in de as gelegd. Stenen bouwwerken zijn voor de eeuwigheid verminkt. Het kunstpartrimonium is geraakt.

 

In het stadhuis zijn Rogier van der Weydens (1399/1400-1464) vier monumentale gerechtigheidstaferelen, de Legende van Trajanus en Herkenbald, verpulverd. De meester uit Doornik had het concept gerechtigheid in beelden gevat. O wansmakelijke ironie. Sommige kunsthistorici noemen het zijn magnum opus, maar daarvan kunnen we ons nooit meer vergewissen. Ook een monumentaal schilderij van Anthony van Dyck (1599-1641) gaat verloren. Tussen 1634 en 1635 schilderde hij zeven Brusselse schepenen. Ook zij huldigen het recht, hier in de persoon van een geblinddoekte Vrouwe Justitia. De zogenaamde vierschaar is niet helemaal verloren, er rest nog een compositieschets en enkele olieverfstudies van koppen. Eén van die schetsen ging schuil onder lagen verf, het werk van een overijverige collega.

 

Toevallig is eerwaarde Jamie Macleod uit Derbyshire (Engeland) een kunstliefhebber. Hij koopt het overschilderde doek en in 2013 neemt hij het mee naar het televisieprogramma Antiques Roadshow op de BBC. De presentator voorvoelt dat het weleens om een Van Dyck kan gaan. Dat wordt bevestigd en een restaurator pelt de overbodige lagen af. De 500 euro die Macleod ooit ophoestte voor een eerder modaal portret wordt omgetoverd tot een geschatte waarde van 500.000 euro. 

 

Is het toeval dat de verborgen Van Dyck in Groot-Brittannië opduikt? Nauwelijks. Van Dyck was er razend populair. Hij was er zelfs groter dan Rubens. Stadspaleizen en landhuizen bulkten van hun werken. De Duitse kunsthistoricus Gustav Waagen (1797-1868) telde in zijn tijd 262 werken van Rubens en 420 van Van Dyck. Het is wel toeval dat Macleod het stuk aan een particulier verkoopt en dat het daarna in ons land te zien is. We moeten natuurlijk de overredingskracht van Ben van Beneden, directeur van het Rubenshuis, niet onderschatten. 

 

De meester

‘De meester leeft!’, zo luidt de baseline van het Rubenshuis. Maar ook zijn beste pupil is springlevend. En nu moeten we toch maar eens ophouden met Van Dyck als een leerling te bestempelen. Van Dyck hoort thuis in het pantheon van toonaangevende schilders. Hij is één van de fijnzinnigste portrettisten die ooit op aarde hebben rondgelopen. Ik kan niet zo meteen een meesterschilder bedenken die, zoals Van Dyck, bijna altijd in één adem met zijn leermeester wordt genoemd, alsof hij nooit uit zijn schaduw is weggeraakt. Wat in de handen van een mindere god een stereotiepe fries met figuren zou zijn, is bij Van Dyck een boeiend spel van uiteenlopende karakters – of zo stel ik het me voor. Hoe statisch de magistraten er ook bij zitten, toch zorgt de meester voor innerlijke en uiterlijke levendigheid door poses en mimiek subtiel af te wisselen, en handenspel en oogcontact  te verzorgen. Zo ontstaat dynamiek tussen de stilzwijgende, serieuze personages.

 

Levendigheid wordt ook veroorzaakt door zijn snelle schilderstijl, bestudeerde nonchalance. Sprezzatura, zoals men dat in het Italiaans noemt. De voorstudie is een lappendeken van pigmenten waaruit zich een hoofd heeft losgewrikt. Het is schetsachtig aan het doek toevertrouwd. Een kop met een aristocratisch air. Gefronst gelaat met warrige haarlokken. Een manspersoon op leeftijd met terugwijkende haarlijn. De molensteenkraag is slechts suggestief weergegeven, met enkele flinke borstelstreken. Dat is de toets van de meester, het DNA van Van Dyck.

 

Matthias Depoorter

 


INFO

Studiekop van een Brusselse magistraat is tot 10 februari 2016 te zien in het Rubenshuis. Daarna reist het samen met Van Dycks Zelfportret uit de collectie van het Rubenshuis naar New York voor de tentoonstelling Van Dyck: the anatomy of portraiture.

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

Rubenshuis

Wapper 9-11

2000 Antwerpen

T 03 201 15 55

www.rubenshuis.be

 

ARCHIEF

Antoon van Dyck: OKV 1999, nr.2

www.tento.be

(gratis voor OKV-abonnees)


 

Nike Fashion

Matthias Depoorter

Matthias Depoorter (1980) is schrijver en kunsthistoricus. Hij schrijft boeken, essays, kunstkritieken en columns voor diverse instellingen en tijdschriften, o.a. voor Knack, Openbaar Kunstbezit Vlaanderen, Staalkaart en Collect. Depoorter schreef bezoekersgidsen voor het Hospitaalmuseum en het Gruuthusemuseum in Brugge. Van 2011 tot 2018 werkte hij voor de Vlaamse Kunstcollectie (VKC) en was hij VKC-verantwoordelijke van de Summer Course for the Study of the Arts in Flanders. In 2018 vervoegde Depoorter het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK). Hij was assistent-curator en assistent-projectcoördinator van de tentoonstelling Van Eyck. Een optische revolutie (2020) en coördinator van het gelijknamige boek. Daarnaast cureerde hij de collectiepresentatie Gaspar de Crayer en Gent. Onlosmakelijk verbonden (MSK, 2018). Depoorter voert onder andere onderzoek naar natuur en natuurfenomenen in de kunst van de vijftiende tot en met de zeventiende eeuw. In 2015 publiceerde hij het boek Vliegwerk. Vogels in de kunst. Foto: Dirk De Cubber