U bent hier

Gesprek met Griet Steyaert - Restauratrice Lam Gods

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Griet Steyaert

 

Al meer dan zeven jaar werkt Dr. Griet Steyaert samen met de hele ploeg van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium aan de restauratie van De Aanbidding van Lam Gods. Als één van de weinigen combineert ze die microscopische blik met een wijder zicht op de vijftiende-eeuwse Vlaamse schilderkunst, dankzij een doctoraat in de kunstgeschiedenis. Theorie en praktijk gaan niet altijd hand in hand legt ze uit in dit gesprek.

 

Hoe ben je bij de restauratie betrokken geraakt?
Heel mijn parcours, zowel kunsthistorisch als in de restauratie, gaat over de vijftiende eeuw. Ik heb gedoctoreerd over de Meester van de Catharinalegende, van wie wordt beweerd dat het de zoon van Rogier van der Weyden zou zijn geweest. Van 2012 ben ik mee beginnen restaureren. Ik restaureerde het paneel met De Ridders van Christus.

 

"We restaureren het Lam Gods voor de komende honderd jaar

 

In de loop van de geschiedenis is het schilderij vaak gerestaureerd, zelfs al in de zestiende eeuw door Lanceloot Blondeel en Jan van Scorel. Ze hebben volgens de bronnen het werk “gecust” (gekuist). Hoe kijk je tegen al die vorige restauraties aan?
In een eerste fase hebben we alle vernis verwijderd tot op het niveau waar men in de jaren vijftig heeft gerestaureerd. Dat is een eerste stap en toen zag je al serieuze verschillen. Dan probeerden we te achterhalen waar er overschilderingen waren en haalden die weg.

 

Zijn er vroeger restauraties gebeurd die moeilijk weg te krijgen zijn?
Dat kan gebeuren en dan is het een kwestie van met de scalpel en een microscoop de laag mechanisch te verwijderen. Soms zit er een laag vernis onder en dan kan je de verflaag er als het ware afpitsen. Als je dit (wijst een vlakte aan van amper tien vierkante cm.) gedaan krijgt op één dag, dan heb je hard gewerkt.

 

Hoe herkennen jullie een overschildering? Voor je het weet haal je misschien de verf van de Van Eycks weg?
Je merkt soms visueel dat het een overschildering is, maar we moeten bewijsmateriaal hebben. Met een microscoop zien we bijvoorbeeld dat de verf over een craquelure gaat. Dan weet je dat het niet origineel is. Een andere aanwijzing kan zijn dat er vernis tussen de twee lagen zit. Dan is de bovenste verflaag een overschildering. Ook een bewijs is een vulling onder een laag. Je moet dan al behoorlijk graven, maar dan weet je dat er daar al een restaurateur aan het werk is geweest en dat het dus geen originele verflaag kan zijn. We maken voortdurend foto’s door de microscoop omdat we bewijzen verzamelen. We worden ook geholpen door de universiteit van Antwerpen met MA-XRF. Hierbij wordt een fijne bundel röntgenstraling gebruikt. Tijdens dit proces zenden de chemische elementen in de bestraalde verf een eigen X-straling uit; door deze straling op te tekenen met gevoelige detectoren is het mogelijk om de verdeling van bepaalde chemische elementen zoals ijzer, lood, koper en kwik over de panelen zichtbaar te maken. Deze beelden laten toe om overschilderde voorstellingen of schade aan de onderliggende verflagen duidelijker in beeld te brengen dan met traditionele X-straal radiografie.

 

Nadien volgen de retouches. Moet je even goed kunnen schilderen als Van Eyck om de lacunes te kunnen opvullen?
(Lacht luid) Nee, je zal niemand kunnen vinden die zo kan schilderen als Van Eyck. En we gebruiken niet hetzelfde materiaal.


Ook niet een penseel met slechts één haartje?
Het is gewoon onmogelijk om te schilderen met penselen met slechts één haar! Dat houdt geen verf vast. Van Eyck schilderde met penselen en met de punt van penselen. Hij was zo virtuoos dat hij perfect wist hoe zijn penselen te gebruiken. Maar zo’n borsthaar van Adam? Dat is toch extreem fijn? Ja, maar dat heeft hij met de punt van het penseel geschilderd en hij heeft dat bovendien zeer snel geschilderd. Mensen denken vaak dat Van Ecyk pieterpeuterig met zijn tong tussen de tanden kleine details zat te schilderen. Dat is een mythe. Hij had een enorme trefzekerheid en snelheid waarmee hij details en fijne lijntjes schilderde. Hij werkte ook nat in nat.

 

De restauratiefasen

De eerste fase van de conservatie-restauratiecampagne van het Lam Gods vond plaats tussen oktober 2012 en oktober 2016 en behandelde de acht panelen van het gesloten altaarstuk. Tijdens de ingreep bleek dat zo’n zeventig procent van de panelen en lijsten was overschilderd. De overschilderingen werden verwijderd zodat de originele verflaag van Van Eyck, die meer dan vier eeuwen verborgen was, opnieuw kan worden bewonderd. In oktober 2016 keerden de panelen van het gesloten altaarstuk terug naar de Sint-Baafskathedraal en begon in het MSK in Gent de tweede fase van de restauratie: die van het onderste register van het open altaarstuk, met centraal De Aanbidding van het Lam Gods. Eerst werden de vergeelde en troebel geworden vernislagen verwijderd. Bijkomend onderzoek wees uit dat ook hier de overschilderingen grote delen van de onderliggende, goed bewaarde originele verflaag bedekten en dat het technisch mogelijk was om die bloot te leggen. Na positief advies van het internationale expertencomité dat de behandeling begeleid en van de Topstukkenraad, maakte de Vlaamse Overheid bijkomende budgetten vrij voor de doorgedreven restauratie van de panelen. Vervolgens werden alle overschilderingen verwijderd, die op het centrale paneel ongeveer de helft van het originele verfoppervlak bedekten. Ook de originele polychromie van de lijsten werd behandeld. De tweede fase liep van november 2016 tot december 2019. Een laatste fase moet het volledige bovenste register van het open altaarstuk.

 


Werken jullie met dezelfde pigmenten als uit die tijd, zoals het beroemde en dure lapis lazuli?
Het is niet dat we niet dezelfde materialen hebben, maar één van de basisregels van de restauratie is de omkeerbaarheid. Alles wat wij toevoegen moet weer weggehaald kunnen worden. En in dit geval is dat dus vooral vernis waar pigmenten zijn in opgelost. Het zijn vernissen en pigmenten waarvan we weten dat ze niet verkleuren. Voor sommige kleuren werken we met dezelfde pigmenten, zoals aardekleuren, maar voor lapis lazuli hebben we moderne ultramarijnkleuren gebruikt.

 

Je schraapt de tijd weg als het ware? Wordt dat routine?
Nee, helemaal niet. Het blijft emotioneel, omdat je nieuwe zaken ontdekt, bijvoorbeeld gebouwen waarvan we niet wisten dat ze op het oorspronkelijke Lam Gods staan omdat ze overschilderd waren. Je ziet die plotseling tevoorschijn komen. Dat is ongelofelijk prettig om te doen.


Wat hebben jullie zo allemaal ontdekt? Er is het kwatrijn bijvoorbeeld?
In de eerste fase hebben we inderdaad ontdekt dat het bekende kwatrijn dat op de kader staat origineel is. Het zegt: “De schilder Hubert van Eyck, een groter man werd nooit gevonden, vatte dit werk aan. Zijn broer Jan, de tweede in de kunst, voltooide die zware taak op verzoek van Joos Vijd. Die nodigt u, op 6 mei [1432], met dit vers uit om te aanschouwen wat werd verricht.”

 

Er is heel wat discussie over hoe dit kwatrijn te interpreteren is en wie er mee heeft geschilderd aan het ‘Lam Gods’. Zie jij de verschillende handen in het werk?
We proberen daar nu aan te werken omdat de overschilderingen eindelijk weg zijn. Het enige wat we weten is dat Hubert begonnen is en dat Jan het heeft afgemaakt. Hubert is gestorven 1426 en het werk was klaar in 1432. Het schilderen van een retabel van zo’n formaat vroeg sowieso een aantal jaren. Neem het Laatste Avondmaal van Bouts, dat ongeveer de helft zo groot is als het Lam Gods. Daarvan weten we dat er tussen de bestelling en het afleveren vier jaar zijn verlopen.

 

Wie is Griet Steyaert?

Griet Steyaert is geboren in 1965. Ze is doctor in de Archeologie en Kunstwetenschappen. Ze leerde restaureren in Anderlecht (6 jaar avondonderwijs) en deed nog een vervolmakingsstage conservatie en restauratie van schilderijen aan het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Sinds 2014 werkt ze in het Groeningemueum in Brugge als restaurator-conservator (halftijds) en sinds 2012 is ze lid van het team dat het Lam Gods restaureert (halftijds). Ze is lid van internationale commissies die restauraties van vijftiende-eeuwse meesters bewaken. Ze restaureerde zelf onder andere Het Laatste Oordeel van Hieronymus Bosch (Groeningemuseum, Brugge), De Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden en Sint-Christoffel van Quinten Massijs (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen).

 


Elke restauratie is een kind van zijn tijd. Hoe zou je willen dat men binnen honderd jaar naar deze restauratie aankijkt? De vorige grote restauratie door Albert Philippot dateert van de jaren vijftig van de vorige eeuw?
Dat is een interessante vraag, maar er is wel één groot verschil met de restauratie door Philippot. Hij had maar één jaar! En hij was alleen. Wij zijn nu al zeven jaar met een achttal mensen bezig en we zijn nog niet klaar. Albert Philippot heeft heel weinig gerestaureerd en vooral geobserveerd. Ze hebben een publicatie gemaakt die fantastisch was voor die tijd en hij schreef dat het spijtig is dat hij maar zo weinig heeft kunnen doen. Deze restauratie zou toch tenminste voor 100 jaar goed moeten zijn.


De titel van de expo in Gent is ‘Een optische revolutie’ en het blijft nog voor veel mensen een mysterie hoe Van Eyck er in slaagde al die effecten en details weer te geven. Volgens sommigen gebruikte hij een camera obscura en gebogen spiegels?
Nee, nee (schudt het hoofd). Dat is niet waar. David Hockney heeft dat beweerd in het boek Secret Knowledge: Rediscovering the Lost Techniques of the Old Masters. Nadien is bewezen dat dit niet kon. Ze hadden wel linialen en ander materiaal ter beschikking, maar ze maakten bovenal gebruik van hun ervaring en ongetwijfeld van zeer veel tekeningen ter voorbereiding. Van Eyck had een enorm observatievermogen. Zie naar al die details: de lichtinval, de nekken en de haren van paarden, de textuur van stoffen. Ook de manier hoe hij de natuur ziet en dat weet te vertalen door verftoetsen. Dat is ongelofelijk intrigerend om te zien. Het grote ‘geheim’ van Van Eyck is zijn virtuositeit, zo simpel is dat (lacht). En zoals bij alles: keihard werken.


Waaraan denk je eigenlijk als je zo geconcentreerd bezig bent?
Dat hangt er van af wat ik aan het doen ben. Dat is heel raar, maar ik denk de hele tijd aan de schilder. Omdat ik al vele jaren bezig ben met dat werk en ook omdat ik andere restauraties doe, nu werk ik halftijds op Van Eyck en halftijds op Van der Goes, leer ik het karakter van al die schilders kennen.


Moest je nu via een teletijdmachine kunnen terugreizen zou je dan Van Eyck willen ontmoeten?
Ik zou liever Van der Goes of Van der Weyden ontmoeten.


Waarom?
Het is mijn visie dat Van Eyck de grootste schilder van de vijftiende eeuw is, dat is zeker. Maar voor mij is hij niet noodzakelijk de grootste kunstenaar. De schilderijen van Van der Goes en Van der Weyden zijn veel meer theaterstukken. Ze zijn veel hedendaagser, dat werkt beter. Bij het Lam Gods blijf je er als toeschouwer buiten staan. Er is geen emotie, terwijl bij Van der Goes of Van der Weyden de emotie eraf spat.

 

 

Air JordansNike Air Force

Peter Wouters

Meer lezen?