U bent hier

'Europese Spoken' in Mu.ZEE en ‘Boomerang’ in BOZAR

'Europese Spoken' in Mu.ZEE en ‘Boomerang’ in BOZAR
Hannah Höch, fotocollage uit de reeks Aus einem Ethnographischen Museum, nr. IX, 1926, Privécollectie © Hannah Höch.

 

Afrika is hot. Europese Spoken in Mu.ZEE onderzoekt de Westerse beeldvorming van Afrikaanse kunst in de twintigste eeuw. Boomerang in BOZAR brengt recent werk van de Belgisch-Kameroense kunstenaar Pascale Marthine Tayou.

 

Beeldvorming en kritiek

 

Zijn we in onze geest gedekoloniseerd? Met deze vraag confronteren de curatoren Philip Van den Bossche en Koenraad Dedobbeleer ons in de tentoonstelling Europese Spoken in het Mu.ZEE in Oostende. Hedendaagse kunstenaars houden onze blik een spiegel voor. De tentoonstelling is het tweede deel van een drieluik dat vorig jaar begon met de zomerexpo Hunting & Collecting van Sammy Baloji in samenwerking met andere Afrikaanse kunstenaars. Het was Baloji die de ideeën van de filosoof Achille Mbembe introduceerde, die leidden tot deze tentoonstelling. Mbembe pleit voor meervoudige archieven in plaats van louter het Europese archief om naar verleden, heden en toekomst van Afrikaanse landen te kijken. Deze zomer zijn de gesprekken gestart voor de derde expo die in Lubumbashi zou plaatsvinden.

 

Voor Europese Spoken leende het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika uit Tervuren (KMMA) ruim vijfenveertig kunstwerken uit. Het vertrekpunt van de tentoonstelling zijn de allereerste foto’s van het Musée Colonial. Dat was in een gebouw dat vandaag nog altijd het Paleis der Koloniën heet, wat de curatoren op zijn minst opmerkelijk vinden. Samen met de aanwinstenfiches worden de maskers en fetisjen getoond in de art nouveau vitrines die destijds speciaal voor deze objecten werden ontworpen. Als wijze van verwerving staat er ‘don’, een gift, terwijl missionarissen deze ‘afgodsbeelden’ naar Europa hadden verbannen en militairen ze als trofeeën meebrachten. Ook de Afrikanen zelf werden in ‘negerdorpen’ te kijk gezet, in Tervuren tijdensde Koloniale Tentooonstelling in 1897, maar ook op deWereldtentoonstelling van 1958 in Brussel mochten Congolezen zichzelf nog komen naspelen.

 

Aan de hand van foto’s en publicaties zien de bezoekers hoe de beeldvorming gedirigeerd door de koloniale bril, de aantrekkingskracht van het exotisme in de Europese kunst, de mode- en blootbladen, en de kritische stemmen evolueren. De kritiek was nooit afkomstig uit een etnografisch museum, maar kwam van filosofen of auteurs als Frantz Fanon, de psychiater en Pan-Afrikaanse vrijheidsdenker die het gedrag van een onderdrukt volk onderzocht. Paul Fierens, stichter van de Latemse school, vond dat het Museum van Tervuren om humanistische redenen neergehaald moest worden. In 1908 vroeg Guillaume Apollinaire zich al af waarom exotische meesterwerken niet in het Louvre te zien waren in plaats van in het Musée d’Ethnographie du Trocadéro. Het Metropolitan in New-York was in de jaren 1970 het eerste museum dat zijn etnografische collectie opnam in de andere afdelingen.

 

In België duurde het tot 2010 vooraleer een populair boek de volledige geschiedenis van Congo vertelde. Dat Congo. Een geschiedenis van David Van Reybrouck intussen al aan de 36ste druk toe is, bewijst dat er een grote honger is naar iets dat we misschien liever ontkennen. 

 

Doorheen de tentoonstelling gingen hedendaagse kunstenaars met de blik van de ander aan de slag. Voor het eerst gaf het Museum van Tervuren een kunstenaar, de Kameroenees Patrick Wokmeni, de toestemming fetisjen en maskers te fotograferen. De terughoudendheid en omzichtigheid uit het verleden is volgens de curatoren deels te verklaren uit schrik voor te weinig respect, terwijl het nu net van respect getuigt om anderen ook hun blik en interpretatie te gunnen. Wokmeni’s fotoreeks l’Europe fantôme effent de weg naartoekomstige archieven.

 

Manfred Pernice interpreteert de sokkel en het expomeubel, onder andere door te werken met de staf van Mubutu, die de media bespeelde om zich een imago van authenticiteit als stamhoofd aan te meten.

 

In het najaar volgen nog lezingen en vertoningen, o.a. de documentaire Boma-Tervuren uit 1999 van Francis Dujardin over de menselijke zoo’s en de film La noire de... uit 1966 van Ousmane Sembène waarin zowel de Fransen als de Afrikanen hun spoken op een masker projecteren. In de bezoekersgids werden pagina’s blanco gelaten zodat u kunt nagaan of uw schetsen of impressies nog koloniale trekjes vertonen.

 

 

We zijn allemaal boemerangs

 

Bomen die uit de muren groeien, getooid met felgekleurde plasticzakken, een octopus met tentakels van benzinepompslangen en fetisjbeelden in het zuiverste Italiaanse kristal aangekleed met huisgerei en chocolade. Een weelderig allegaartje, maar dan eindigend op een vraagteken. De kunstwerken van de Belgisch-Kameroense kunstenaar Pascale Marthine Tayou (1966) amuseren op het eerste gezicht en vertwijfelen bij nader toezien. De tentoonstelling Boomerang is na haar passage in de Londense Serpentine Galleries te zien in BOZAR - Paleis voor Schone Kunsten in Brussel tot 20 september. Het betreft een 80-tal werken van de laatste vijf jaar, waarbij sommige werden aangepast of zelfs ontworpen voor BOZAR, zoals het werk in neonletters Bring Back Our Girls & Boys. Tayou voegde het woord ‘boys’ toe aan de hashtag #BringBackOurGirls, de Twitteractie na de ontvoering van 276 Nigeriaanse schoolmeisjes door de (jongens van de) terreurorganisatie Boko Haram.

 

Zijn rechtenopleiding hielp hem niet gezegd krijgen wat hij rond zich zag. Dat moest plastisch. Als hij al niet overal thuis is – “in my own head only one land” – pendelt Tayou tussen Yaoundé in zijn geboorteland Kameroen en Gent waar hij al meer dan twintig jaar woont. Met zijn deelname aan Dokumenta 11 in 2002 in Kassel en de Biënnales van Venetië in 2005 en 2009 brak hij internationaal door. Zijn werk is intussen opgenomen in de vaste collectie van o.a. Centre Pompidou in Parijs en het SMAK in Gent. Langs het Gulden Kruispad in Amsterdam staat Tayouken Piss, plassende mannen in de kleuren van de Kameroense, Belgische en Nederlandse vlaggen. In 2003 liet Tayou in BOZAR al eens de vlaggen van de Afrikaanse landen wapperen.

 

Het zijn altijd anderen - interviewers - die hem een identiteit proberen te ontlokken, zelf kaatst hij de bal altijd terug. Dé Afrikaan, dé milieuactivist, dé kunstenaar, of zelfs, mán: pin hem niet vast. In de jaren negentig nam hij de voornamen van zijn ouders aan, die hij vervrouwelijkte, Pascale en Marthine. Een statement in een periode dat er in Kameroen nog niet veel vrouwelijke artiesten waren. Met zijn Poupées Pascale verwijst Tayou naar de Afrikaanse fetisjbeelden, maar ze zijn uitgevoerd in Italiaans kristal en aangekleed met alledaagse objecten. Het kristal is kostbaar, maar de banaliteiten lijken te staan voor datgene waarmee we onze levens, relaties en verhalen aandikken.

 

Door de mens te observeren, in zijn relatie met de ander en de natuur, ziet hij een constante. Wat we doen, krijgen we in ons eigen gezicht teruggeslingerd: “We are all boomerangs.” De benzinepompslangen van Octopus verwijzen naar de olie die moeder aarde ons schenkt, maar die de mens inzet als middel om macht te verwerven. De laaghangende wolk van zacht katoen van Coton Tiges waaruit scherpe stokken steken, lijkt de bezoekers wel te zullen verpletteren. Voor katoen werd strijd geleverd en slavernij gerechtvaardigd.

 

Ook religie, bedoeld om de wereld te verbeteren, zet mensen tegen elkaar op. In zijn werk David Crossing the Moon zien we het kruis, de maansikkel en de davidster van de drie monotheïstische godsdiensten verenigd in een symbool (en in een kunstwerk). Met de drie houten boemerangs, een voor elk van deze godsdiensten, wordt het boemerangeffect het meest expliciet. Ook bij Africonda, de gigantische, bontgekleurde slang, gevangen in haar eigen wurggreep.

 

Het vraagteken in het begin is ook een uitroepteken. Omdat de wereld duister is, brengt Tayou licht, omdat het licht en leven moeten zegevieren. En daarmee mag hij zich amuseren.

 

 

An Devroe

 

 


INFO

 

Tentoonstelling

Europese Spoken. Over beeldvorming van kunst uit Afrika in de twintigste eeuw

Nog tot 3 januari 2016 – Open: van dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur – Gesloten: maandag 

 

Mu.ZEE

Romestraat 11

8400 Oostende

T 059 50 81 18

www.muzee.be

 

Pascale Marthine Tayou. Boomerang

Nog tot 20 september 2015 – Open: van dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur – Gesloten: maandag

 

BOZAR

Paleis voor Schone Kunsten

Ravensteinstraat 23

1000 Brussel

T 02 507 82 00

www.bozar.be

 

 

ARCHIEF

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika te Tervuren (OKV  (OKV 1983, nr1)

Africalia '03. Een afrikaans seizoen in België (OKV Tento: 2003, nr.2 blz. 14-17)

Congo en België (OKV 2010, nr.1)

www.tento.be


 

Nike Air Max 90

An Devroe

An Devroe (°1968) is germanist, fotograaf, freelancejournalist, planteneter.