U bent hier

“Het Kasteel van Gaasbeek is een theater van de geschiedenis” - Gesprek met Luc Vanackere

“Het Kasteel van Gaasbeek is een theater van de geschiedenis”
Het Kasteel van Gaasbeek, Bron: www.vlaanderenvanuitdelucht.be.

 

Sinds 2004 is Luc Vanackere directeur van het Kasteel van Gaasbeek. In die tien jaar zette hij het op de kaart als een plek die de relevantie van erfgoed voortdurend bevraagt en het historisch patrimonium systematisch confronteert met hedendaagse kunst. De komende tien jaar zijn met de realisatie van het Masterplan al even ambitieus.

 

Het Kasteel van Gaasbeek is, naast het KMSKA en het M HKA, een van de drie musea die zijn aangeduid als ‘instelling van de Vlaamse Gemeenschap’. Hoe is dat gekomen?

 

In 1921 schonk de laatste eigenares, markiezin Arconati Visconti (1840-1923) het kasteel en het omliggende domein van 49 hectare aan de Belgische Staat. Ze had geen erfgenamen. Ze was als fanatiek republikein toch een bewonderaarster van Albert I, de held van de Grote Oorlog. Ze wou het kasteel aan de koning schenken, maar die weigerde het aanbod. De markiezin nam contact op met de toenmalige eerste minister graaf Carton de Wiart (1869-1951) van de Katholieke Partij. Dat was zeer tegen haar zin, want ze was vurig liberaal en uitgesproken antiklerikaal, maar door de weigering van Albert I had ze geen andere keuze. Arconati Visconti liet de eerste minister op audiëntie komen naar Gaasbeek. Ze ontving hem, gezeten op de troon in de ridderzaal. De excentrieke oude dame had zich uitgedost als  middeleeuwse page (haar favoriete tenue), die met een kraaienstemmetje de plannen uit de doeken deed. De verbouwereerde graaf vernam dat de markiezin het kasteel en het domein wenste over te maken aan de Belgische Staat, met als voorwaarde dat het voor het publiek toegankelijk zou worden gemaakt. Ze wilde dat haar fortuin ten goede zou komen aan de gemeenschap. Ze was sociaal bewogen, maar binnen bepaalde grenzen. Er diende toegangsgeld gevraagd te worden, want het was niet de bedoeling dat nieuwsgierige boeren met hun vuile schoenen over de Perzische tapijten zouden lopen. In 1924 opende het Kasteel van Gaasbeek de deuren voor het publiek. Hier en daar vind je in het park nog een tweetalig bordje dat herinnert aan het ‘Rijksdomein’. Met de staatshervorming in 1980 is het kasteel, samen met het volledige domein, overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap.

 

Toen het kasteel een museum werd, kwamen de conservators met hun gezin in de vroegere privévetrekken van de markiezin wonen. Ik ben de eerste die dat niet doet. En daardoor kan het publiek ook de slaapkamer van de markiezin, het boudoir en de prachtige badkamer uit 1890 bezoeken. Die zijn helemaal anders ingericht dan de rest van het kasteel: neorococo en voorzien van het laatste comfort.

 

 

Het overgrote deel van de huidige collectie is verzameld op het einde van de negentiende eeuw?

 

Het kasteel is door de eeuwen heen voortdurend aangepast aan de modes van de tijd. Vanaf het midden van de dertiende eeuw was het een strategisch militair bolwerk. Nadat het Franse leger het rond 1695 grotendeels in puin legde, werden slechts twee vleugels hersteld. Het puin werd in de kelders gestapeld en de oorspronkelijke, gesloten burcht maakte plaats voor een riant buitenverblijf. Vanuit de binnentuin werd zo een indrukwekkend panorama gecreëerd over het omliggende landschap. Tijdens de achttiende en de vroege negentiende eeuw volgden aanpassingen in Louis XVI-stijl en prille neogotiek. In de negentiende eeuw is er dan de complete transformatie naar het neorenaissance sprookjeskasteel van markiezin Arconati Visconti.

 

De schatrijke Italiaanse edelman Giammartino Arconati Visconti (1839-1875) behoorde tot de absolute top van de Europese adel. Hij had aanzienlijke bezittingen in de Zuidelijke Nederlanden. In 1873 huwde hij met de petite bourgeoise Marie Peyrat, die dan markiezin Arconati Visconti werd. Drie jaar later sterft Giammartino en Marie erft zijn fortuin en al zijn bezittingen. Ook het Kasteel van Gaaasbeek. Zij maakte van het kasteel een ingenieuze tijdsmachine waarmee je naar de zestiende eeuw kon reizen, maar dan wel strek ingekleurd door de bril van de romantiek.

 

Marie liet Gaasbeek grondig restaureren door de Brusselse architect Charle-Albert (1821-1889), wiens ‘Vlaams Huis’ zij gezien had.  De voorgevel kreeg een restyling die het karakter van de middeleeuwse burcht diende te accenturen. Torentjes, schietgaten en kantelen werden toegevoegd. Voor de binnengevels viel de keuze op een heel andere stijl: Vlaamse en Franse neorenaissance, naar de favoriete periode van de markiezin. De interieurs werden uitbundig ingericht volgens een minutieus uitgetekende scenografie. Marie’s compagnon de route was kunstkenner en antiquair Raoul Duseigneur (1845-1916), die in heel Europa kunst en meubilair heeft aangekocht. Ongeveer zeventig procent van de huidige collectie is toen, in het laatste kwart van de negentiende eeuw, verzameld.

 

In de twintigste eeuw is lange tijd neergekeken op de neostijlen, dus ook op de neorenaissance in Gaasbeek. In de jaren 1950-1970 heeft men het ‘neo’ uit het kasteel willen bannen. De Petit Blois-vleugel werd wel erg grondig aangepakt: de lambriseringen zijn verwijderd, de muren werden wit geschilderd. Alle negentiende-eeuwse aanpassingen moesten weg. Men wilde het kasteel in zijn ‘authentieke’ toestand herstellen. Graaf Lamoraal van Egmond (1522-1567) was het ijkpunt, maar die man heeft het kasteel slechts enkele jaren in zijn bezit gehad, voor hij op de Brusselse Grote Markt werd onthoofd.

 

De jongste dertig jaar hebben we een rehabilitatie van de neostijlen gekend. Authenticiteit is een sleutelbegrip, maar dan wel in die zin dat we de echte geschiedenis van het kasteel willen vertellen en niet de illusionaire verhaaltjes. We weten nu dat de negentiende eeuw even ‘belangrijk’ is als de zestiende eeuw. Ze staat dichter bij ons, het decor is ons niet vreemd, denkbeelden van toen bepalen nog steeds voor een stuk onze tijd, de bezoeker kan zich gemakkelijk in die leefwereld verplaatsen.

 

De muren van de Petit Blois-vleugel werden intussen stratigrafisch onderzocht. Onder de witte verflagen zijn de originele wandschilderingen bewaard. Het is de bedoeling die opnieuw zichtbaar te maken of te reconstrueren. Dat is een onderdeel van het Masterplan dat het volledige kasteel en het hele domein wil aanpakken.

 

 

De Vlaamse Gemeenschap heeft duidelijk ambities. Voor het Masterplan 2014-2020 van het Kasteel van Gaasbeek is 12,5 miljoen euro uitgetrokken.

 

De eerste fase is de restauratie van alle gebouwen in het park. En dat is nogal wat: een uniek paviljoen uit de zeventiende eeuw, de barokke Sint-Gertrudiskapel, de classicistische triomfboog die Paul Arconati (1754-1821) liet optrekken ter ere van zijn grote held Napoleon, de neogotische schuur, het kruithuis… De tweede fase voorziet een nieuwbouw in het park. In de vleugel waar de administratie huist, woonde vroeger het personeel. Die ‘hofhouding’ is nu afwezig. Binnen vijf jaar zullen de bezoekers ze kunnen ontmoeten. De administratie krijgt onderdak in de nieuwbouw, en ook de bibliotheek, het archief en het depot. Het zal een hedendaags gebouw worden, zo onopvallend mogelijk opgaand in het park.

 

In het Masterplan is eveneens voorzien dat het kasteel volledig toegankelijk moet zijn, ook voor mensen met een beperking. Dat wordt niet eenvoudig maar het panoramisch zicht van boven op de toren wordt alleszins een trekpleister.

 

In een laatste fase wordt het hele park aangepakt. Het is één groot schrijn van groen, met een schitterend bomenbestand, vijvers en een unieke museumtuin met zeldzame fruit- en groentesoorten. De site is vijfhonderd jaar oud. We willen het publiek daar veel meer attent op maken. Nu is het een eerder steriele omgeving, die ‘proper onderhouden’ is. Er moet leven in komen: bijen, schapen, zwanen… En wilde bloemen, fruit en groenten. De bezoekers moeten kunnen ruiken en proeven. Andere kasteelparken in Europa, vooral in Groot-Brittannië, hebben het ons voorgedaan.

 

 

Opvallend bij een bezoek: geen legendes bij de werken, geen tekstborden in de zalen. Maar wel kostuumontwerpen van Tim Van Steenbergen die het kasteel bevolken en de installaties en ingrepen van WildWorks.

 

Gaasbeek is geen klassiek museum. Het is als een palimpsest, voortdurend overschreven. En het is daardoor vaak moeilijk leesbaar voor de bezoeker. Dat is een hele uitdaging voor onze publiekswerking. We moeten al die lagen leren interpreteren. Gaasbeek is een theater van de geschiedenis en heeft meer nood aan een dramaturg uit de podiumkunsten dan aan een klassieke museumconservator. De gevoelens die we bij de bezoekers willen opwekken zijn vergelijkbaar met die van een concert of een theatervoorstelling: ontroering, bewogenheid… Zoals in het theater houden we een spiegel voor: hoe leefden de bewoners van het kasteel, wat dachten ze, wat hield hen bezig.

 

Vorig jaar, met Once upon a Castle, gaf het Britse theatergezelschap en kunstenaarscollectief WildWorks een stem aan het kasteel en bracht de geschiedenis ervan opnieuw tot leven, Jeroen D’hoe componeerde de sfeerbepalende soundscape en Tim Van Steenbergen strooide verbluffende theaterkostuums over de kasteelzalen uit. Na toch wel zeer positieve reacties van 35.000 bezoekers zetten we dit jaar het verhaal verder met Twice upon a Castle. Een aantal kamers en salons zijn volledig hertekend zodat het parcours een flinke boost krijgt.

 

Twice upon a Castle loopt tot begin november van dit jaar. We noemen het bewust geen ‘tijdelijke tentoonstelling’. Ik heb er namelijk een probleem mee dat het concept ‘tentoonstelling’ binnen onze sector nauwelijks in vraag wordt gesteld. Ze halen voorwerpen uit hun context, brengen ze samen in een neutrale ruimte en plaatsen ze op een voetstuk. Wat wij doen met onze opstellingen is hedendaagse kunst in dialoog of confrontatie brengen met het kasteel. Elke kamer, elk salon krijgt een eigen regie. In tegenstelling met de klassieke tentoonstellingen halen wij geen context weg, maar voegen we er net toe.

 

We moeten het monopolie van de kunsthistorici in de museumstaf durven doorbreken. Waarom geen filosofen of regisseurs? Op dat vlak denken we in Vlaanderen nog erg conservatief. Het woord ‘conservator’ alleen al. Waarom zijn kunsthistorici zo bang om hun ‘sérieux’ te verliezen? Laat het speels en meeslepend zijn, wat helemaal iets anders is dan banaal. En beschouwen we onze musea en historische huizen niet te veel als heilige huisjes? Wat kunnen we doen, hoor je dan, alles is hier beschermd. Natuurlijk zijn het fragiele gebouwen en kunnen we niet om het even wat uitvoeren. Maar als je alles alleen maar ‘conserveert’, loop je het risico op een soort steriel uitdoofscenario.

 

Kinderen komen vandaag met een heel ander referentiekader dan een kwarteeuw geleden. Ze denken anders. We moeten daar rekening mee houden en kunnen het in ons voordeel keren. Een kleuter, een kind gaat nog altijd graag naar een kasteel. Een sprookjesachtig domein is een troef en geen handicap. We moeten hen al eens op het verkeerde been durven zetten, zonder de illusie waarmee ze gekomen zijn onderuit te halen. Dat geldt trouwens net zo goed voor volwassen bezoekers, die we uitnodigen om hun klassieke verwachtingspatroon in de garderobe achter te laten.

 

Graag willen we de ervaring van een kasteelbezoek rijker, dieper en boeiender maken dan het beperkte kijken en luisteren naar een gids. Muziek en mysterieuze geluiden zijn essentiële componenten van die immersie. Geuren hebben een enorme impact omdat ze directe associaties kunnen oproepen. En licht is heel belangrijk om sfeer te creëren.

 

In ons gastenboek is de transformatie van een statisch historisch kasteel naar een levende belevingsplek goed te volgen. De obligate korte notities ‘het was mooi’ en ‘de moeite waard’ hebben plaats gemaakt voor langere beschouwingen, over emoties, over wat is blijven hangen. Er zijn ook enkele boze opmerkingen, opvallend genoeg van vooral Franse bezoekers, die onze aanpak allesbehalve appreciëren. Zij willen gewoon een mooi oud kasteel zien. Maar Gaasbeek is veel meer dan dat. Het is een State of Mind.

 

Mark Vanvaeck

 


Info

Twice upon a Castle

Nog tot 8 november 2015

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

 

Kasteel van Gaasbeek

Kasteelstraat 40

1750 Gaasbeek (Lennik)

Tel. 02 531 01 30

www.kasteelvangaasbeek.be

 

Archief

Maarten van Valckenborch – De toren van Babel: OKV, 1967/5

Kasteel van Gaasbeek: OKV, 1994, nr. 1

Jan De Vliegher in het Kasteel van Gaasbeek: OKV, 2011, nr. 2, blz. 2-7

www.tento.be 

 

Extra

Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen brengt een extra themanummer over het Kasteel van Gaasbeek

U kan het bestellen via www.tento.be


 

 
 
Release CalendarAir Jordan

Mark Vanvaeck