Het is niet zo eenvoudig een bepaling te geven van de term 'barok'. Hij dekt een lading die een zeer grote verscheidenheid vertoont. Tot de gemeenschappelijke kenmerken van de barok behoort in de eerste plaats een uitgesproken naturalisme, het streven naar een natuurgetrouwe weergave van mensen en dingen.
Het is niet zo eenvoudig een bepaling te geven van de term 'barok'. Hij dekt een lading die een zeer grote verscheidenheid vertoont. Zo worden bijvoorbeeld kunstschilders als Michelangelo Caravaggio (1573-1610), Pieter Paul Rubens (1577-1640), Diego Velazquez (1599-1660), Rembrandt Harmenszoon van Rijn (1606-1669) en Nicolas Poussin (1593-1665), onderling zeer verschillende persoonlijkheden van wie het werk getuigt van een sterke artistieke individualiteit, nochtans allemaal tot de barok gerekend. Deze stijl manifesteerde zich op verschillende wijzen in Spanje en Italië, was ook anders in Frankrijk dan in Holland of in de zuidelijke Nederlanden. Maar ondanks de opvallende verschilpunten, kunnen er gemeenschappelijke trekken aangetoond worden, die kenmerkend zijn voor het gehele kunstgebeuren van de 17e eeuw en de eerste decennia van de 18e eeuw. Daarom wordt de benaming 'barok', hoe weinig precies die ook is, algemeen aanvaard om de kunst van die periode aan te duiden.
Tot de gemeenschappelijke kenmerken van de barok behoort in de eerste plaats een uitgesproken naturalisme, het streven naar een natuurgetrouwe weergave van mensen en dingen. Dit valt vooral op wanneer men de beeldende kunsten van de vroege 17e eeuw vergelijkt met die van de voorgaande periode - de late renaissance, sinds 1900 ook het maniërisme genoemd - waarin een elegant stileren van de vormen dominerend was.
Caravaggio was in de schilderkunst een der eersten die zich omstreeks 1600 afkeerden van dit raffinement en een nieuwe richting insloegen, die een terugkeer betekende naar de naturalistische weergave van de uiterlijke werkelijkheid: het 'imitar bene le cosi naturali', zoals hij het zelf uitdrukte, het goed weergeven van de natuurlijke dingen. Die tendens blijft niet beperkt tot de schilderkunst, maar openbaarde zich ook in de siermotieven van de architectuur en in de sculptuur van het kerkelijk meubilair.