U bent hier

Brussel Bruegelt in 2019

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - Pieter Bruegel

 

Vierhonderdvijftig jaar na het overlijden van Pieter Bruegel de Oude zal zijn volledige grafische werk te zien zijn in Brussel. In het voorjaar van 2019 vindt in het Paleis van Karel van Lotharingen de tentoonstelling The World of Bruegel in Black and White plaats. Uiteraard handelt het enkel over het oeuvre.

 

Dat zoveel tekeningen – en prenten naar die tekeningen - bewaard zijn, mag een klein mirakel heten. Het geeft aan in welke mate tijdgenoten van Bruegel en volgende generaties zijn kijk en meesterschap waardeerden. De Koninklijke Bibliotheek spreekt over de imaginaire wereld  van Bruegel. Dit is misschien een anachronisme. Zag Bruegel zijn prenten als denkbeeldig? Een aantal zijn uitermate realistisch. Een aantal behandelen deugden en zonden. Hoe denkbeeldig zijn de uitwassen die Bruegel illustreert? Het tijdsbeeld van de kunstenaar verschilde danig van het onze. Tijdgenoten prijsden zijn vindingrijkheid en kwaliteit, maar nooit zijn fantasie zoals bij Bosch. Bruegel gold als scherp observator, briljant illustrator en kritische en humoristische geest. Hij gaf zijn weduwe zelfs de opdracht bepaalde tekeningen te vernietigen om geen problemen te krijgen. Dit laatste weetje beroert de Bruegelstudies al eeuwen.

 

Werk naar Bosch

 

Op de tentoonstelling zullen nooit eerder tentoongestelde documenten aan het publiek getoond worden uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek bezit het volledige grafische oeuvre van Pieter Bruegel de Oude. Zijn prenten vormden een kentering in de uitgeefcultuur in Antwerpen en bijgevolg in Europa. Soms wordt dit een beetje te eenzijdig voorgesteld alsof Bruegel een natuurfenomeen was dat plots opdook en even plots weer verdween. Bruegel was niet echt een pionier in de grafische kunsten, maar bleek een uitzonderlijk talent die zijn klassieken kende en samen met zijn opdrachtgevers handig inspeelde op de smaak van het publiek. Van geen enkele prentenreeks kan met zekerheid gezegd worden dat Bruegel ze als kunstenaar zelf bedacht en uitwerkte. Zijn vroegst gekende werk is pastiches van Jheronimus Bosch waar de uitgever de naam Bosch onder zette. Het doet uiteraard niet af aan de kwaliteit van zijn werk naar Bosch.

 

Luxuria en Justitia

 

Bruegel ontwierp meer dan zeventig prenten die door vooraanstaande graveurs werden uitgevoerd. Amper één prent zou door hemzelf gegraveerd zijn, maar dat roept zeer veel discussie op. Het grote verschil met bijvoorbeeld Rubens is dat Rubens prenten naar zijn werk als reclame liet maken en Bruegel prenten als op zichzelf staand werk afleverde. Hoewel Rubens in Rome techniek leerde bij Adam Elsheimer is ook van hem geen eigen graveerwerk bekend. Bruegel daarentegen schilderde zijn bekende schilderijen vooral na zijn beroemdheid door zijn prenten. Een tweede bijzonder gegeven is de combinatie van graveer- en etstechniek die op Bruegels spiegelbeeldige tekeningen toegepast werden. De vorige generaties drukkers werkten aanvankelijk met houtsneden - een druktechniek die wel met loden letters gecombineerd kon worden - en gravures op koperen platen - die één per één gedrukt moeten worden op papier. De technologische innovatie vormt een zwaar onderschat gegeven in het succes van de Bruegel-prenten.

 

De Koninklijke Bibliotheek noemt de eigenhandige ontwerptekeningen voor luxuria en justitia een hoogtepunt in de collectie. Ze zullen de kern van de tentoonstelling vormen. Dit is geen overdrijving. De allegorie op de deugd van de rechtvaardigheid en die op de hoofdzonde van we wellust illustreren een Bruegel die een hoogtepunt bereikte in zijn artistieke oeuvre. De tekeningen en prenten tonen de grafische beeldwereld van Bruegel. De tentoonstelling combineert dit met werken van tijdgenoten. Die zullen allicht de grootste ontdekking voor veel bezoekers zijn. De context van Bruegel zal hopelijk voor een herwaardering van die tijdgenoten en vaak vrienden van Bruegel zorgen.

 

Massamedium

 

Prenten waren het eerste visuele massamedium. Schilderijen hingen hetzij in kerken, hetzij bij vermogende opdrachtgevers thuis. De schilderijen van Bruegel waren voor het grote publiek compleet onzichtbaar omdat ze op een kapel in Mechelen na nergens in de openbare ruimte hingen. Bruegel werkte voor de elite. De prenten waren niet goedkoop, maar dankzij de drukpers kenden ze een groot publiek. De investeringen om prenten uit te geven waren niet min. Papier was duur. Graveren vergde forse investeringen in tijd en geld, en de output van een drukkerij bleef vaak beperkt en de voorraden vormden een slapend kapitaal.

 

Bruegel wist door de prentkunst internationaal naam te maken. Burgers en koningen waren klant. De complexiteit en de details vormden gespreksonderwerpen in een tijd dat door de drukpers over alles en niets polemiek gevoerd werd. Zoals Andrew Pettegree in zijn boek Het merk Luther uitlegt hoe de geschriften van Luther een hele boekenindustrie in leven riepen, zo kan gezegd worden dat Bruegel dezelfde invloed had op de kunstmarkt en de uitgeefwereld. Zijn hele entourage in Antwerpen teerde decennia lang op zijn succes. Maar de ontwerper vormde slechts één schakel in een groepswerk.

 

Kwetsbaar papier

 

De kwetsbare documenten kunnen niet permanent worden tentoongesteld en dus vormt 2019 een uitgelezen kans. Bovendien kiest de KBR het achttiende-eeuwse Paleis van Karel van Lotharingen als het unieke decor voor de tentoonstelling. De Habsburgse  voorvaderen van Karel behoorden tot de grootste Bruegelverzamelaars en de populaire Karel van Lorreinen was als landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden een beschermheer van de kunsten en de wetenschappen. Hij stond aan de wieg van het auteursrecht en het wettelijk depot  in België: elke Belgische auteur diende een exemplaar te schenken aan de bibliotheek, wat nog steeds de regel is. Ook was hij een cruciaal figuur in het ontstaan van de Koninklijke Bibliotheek en de Koninklijke Academie voor Wetenschappen en Kunsten.