U bent hier

Een katholiek statement in een calvinistische stad

Openbaar kunstbezit Vlaanderen Sint-Jacobskerk

small_vlaamse meesters in situ_0.jpg

 

 

 

 

De Sint-Jacobskerk in Gent is de oudste kerk in de Lage Landen die aan de apostel Jacobus is gewijd. De keuze voor deze patroonheilige is wellicht geïnspireerd door talrijke pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela die hier in de elfde eeuw vertrokken of voorbijkwamen.

 

De westtorens boven de ingang stammen nog uit de twaalfde eeuw; de rest van het gebouw is in de loop der eeuwen uitgebreid en in de negentiende eeuw grondig gerestaureerd. Op het plein rondom tref je dikwijls een rommelmarktje aan. Een vertrouwd gezicht voor geboren en getogen Gentenaars. De graficus Jules de Bruycker wijdde er in de jaren 1920 al een fraaie, licht sinistere prent aan.

 

Toegetakeld

Elke vrijdagmorgen staat de Sint-Jacobskerk open voor het publiek, dankzij de vzw Jacobus. Het interieur herbergt schatten en oogt barok. Die barokke uitstraling is haast onvermijdelijk. De Gentse kerken en kloosters leden zwaar onder de Beeldenstorm in 1566. Kroniekschrijver Marcus van Vaernewyck, kerkmeester van de Sint-Jacobskerk, beschreef het vandalisme: “De Sint-Michielskerk heeft niet veel beter gevaren en de Sint-Jacobskerk ook al niet. Daar hadden de dag ervoor [woensdag 21 augustus] kinderen en jongelui die nergens voor deugen in gerotzooid. Met stokken en kaarsensnuiters trokken ze de maagdenpalm kapot, die daar gekroond stond, ze trokken en sleurden eraan zoals kattenjongen een bol garen in de war brengen. Ze klommen op de preekstoel, ze reikten naar de panelen en de beeldjes en haalden ze eraf. Er was geen toezicht in de kerk, want er bevond zich daar niet één treffelijk persoon en als ze er al waren, dan waren ze te beschaamd om daar te blijven, omwille van de schurkenstreken, die daar gaande waren en om het geroep en getier.” Na deze generale repetitie moest in de nacht van 22 op 23 augustus het hele patrimonium eraan geloven. “Bij momenten hoorde men groot gedreun van neervallende beelden, blokken en baldakijnen van altaartafels. Er was geen kerk in Gent, die van binnen zo toegetakeld werd als de Sint-Jacobs. Dat weet men aan het feit dat sommigen de deken van de christenheid, die daar pastoor was, niet konden uitstaan.” In de volgende jaren kende Gent een calvinistisch bestuur, dat de onttakeling van de kerken welbewust ondersteunde. Men overwoog ook in alle ernst om het Lam Gods weg te schenken aan koningin Elisabeth I van Engeland. Toch probeerde de abt van de Sint-Pietersabdij, Ghisleen Temmerman, de Sint-Jacobskerk, die onder zijn jurisdictie viel, opnieuw te verfraaien. In 1579 bestelde Temmerman een drieluik voor het hoofdaltaar bij de hofschilder Michiel Coxcie (1499-1592). Wonder boven wonder bevindt het zich nog steeds in de kerk, een Vlaamse meester in situ uit een van de meest woelige en cruciale periodes van onze geschiedenis.

 

Uit het oog

Coxcies Kruisiging siert niet langer het hoofdaltaar, maar werd in de zeventiende eeuw verplaatst naar de kapel van het Heilig Kruis. Het paneel is bij die gelegenheid versneden om in het nieuwe altaar te passen. De tachtigjarige Coxcie, bijgenaamd de Vlaamse Rafaël, leverde degelijk vakwerk af. In klassieke renaissancestijl schilderde hij de gekruisigde Christus op Golgotha, tussen de goede en de slechte moordenaar. Coxcies vormentaal kan op zichzelf de gemoederen van de bezoekers al bedaard hebben: hier was niets ingewikkeld of obscuur, de kern van Jezus’ lijden en het christelijke geloof zijn helder en elegant in beeld gebracht. Helaas is het paneel later onzorgvuldig gerestaureerd.

 

Coxcie schilderde ook de buitenluiken. Op het ene gaf hij de verrezen, zegenende Christus lieflijk weer, op een manier die daadwerkelijk aan Rafaëls harmonieuze taferelen herinnert. Op het andere portretteerde hij de opdrachtgever, Ghisleen Temmerman, die in 1581 als banneling stierf in Douai. Ook deze buitenluiken zijn versneden bij de verhuizing naar de kapel, zoals duidelijk te zien is. Jan Van Cleef schilderde op de andere zijden een Aanbidding van de herders en een Verrezene die meer aangepast waren aan de eigentijdse smaak. De bijgewerkte buitenluiken zijn vervolgens in muurnissen geplaatst, waardoor Coxcies werk, nu aan de achterkant, uit het oog en het hart verdween. In 1899 is het herontdekt, toen men de kapel opschilderde. De Gentse commissie voor monumenten besliste toen dat Coxcies panelen niet belangrijk genoeg waren om aan het publiek te tonen. De grote reputatie die de schilder tijdens zijn leven genoot, was volledig weggedeemsterd. De panelen kwamen opnieuw in de nissen terecht. In 1997 keek men nog eens naar die verdoken schatten, bij de voorbereiding van een tentoonstelling over de Sint-Pietersabdij. Toen maakte het portret van abt Temmerman wel indruk, om historische én artistieke redenen. Sindsdien staan de twee luiken zo opgesteld in het schip dat men beide zijden kan bekijken.

 

Voorloper van Rubens

Michiel Coxcie toont zijn kunnen in de weergave van Ghisleen Temmerman. De beproefde abt knielt neer in een kostbare koormantel, versierd met een rand van geborduurde afbeeldingen. Bij nader inzien verbeeldt dat borduursel het wettige gezag: keizer Karel en diens enige zoon, koning Filips II. Een subtiel maar subversief politiek statement in het calvinistische bolwerk Gent. Coxcie combineerde hier helderheid met een zin voor detail die rechtstreeks teruggaat op de Vlaamse primitieven, bijvoorbeeld in de weergave van de mijter. Meester Michiel kende de werkwijze van zijn illustere voorgangers als geen ander. Voor Filips II had hij in de jaren 1557-1558 het Lam Gods gekopieerd, ter plaatse in de Vijdkapel, waar men een werkkamer voor hem bouwde, zodat het veelluik niet verplaatst hoefde te worden. De wereldberoemde Italiaanse meester Titiaan zond hem vanuit Venetië de kostbare kleurstof ultramarijn, voor de weergave van Maria’s mantel. De panelen van Coxcies Lam Gods zijn nu verspreid over de musea van Berlijn, Zaragoza, München en Brussel.

 

De intelligente manier waarop Michiel Coxcie zijn kennis van de noordelijke kunst liet samensmelten met wat hij in Italië had geleerd, maakte van hem een voorloper van Rubens. Net als Rubens werkte hij voor het hof en schilderde hij in volle burgeroorlog voor de geplunderde kerken van de Lage Landen. Onderzoek naar het effect van de Beeldenstorm op kunstenaars wekte de laatste jaren een hernieuwde belangstelling voor Coxcie. Hier in de Sint-Jacobskerk zie je de tachtigjarige meester Michiel schilderen op het scherp van de snee. Gent is pas in 1584 militair heroverd voor Filips II. Vijf jaar lang hing de Kruisigingstriptiek van abt Temmerman in vijandelijk gebied. De geschilderde koormantel van de opdrachtgever bood misschien stille troost of aanmoediging aan traditionele gelovigen binnen de stadsmuren. De kranige Cocxie overleefde haast al zijn generatiegenoten en stierf in het harnas. Op zijn drieënnegentigste viel hij tijdens het schilderen van een stelling in het Antwerpse stadhuis en overleed een tijd later.

 

 


INFO

Sint-Jacobskerk – Bij Sint-Jacobs, 9000 Gent – Open: vrijdag van 9.30 tot 12.30 uur


BIBLIOGRAFIE

Koenraad Jonckheere e.a., Michiel Coxcie. De Vlaamse Rafaël, Leuven, 2013.

Joris de Zutter, Te triest om ’t al te vertellen. Beeldenstorm in Gent 1566. Het ooggetuigenverslag van Marcus Van Vaernewijck, Gent, 2016, p. 89; 103.

www.vlaamsemeestersinsitu.be


ARCHIEF

Michiel Coxcie (1499-1592) - De Vlaamse Rafaël (OKV 2013, nr.4)

www.tento.be/archief


Meer lezen?