U bent hier

Bruno door de ogen van Elisabeth Seldron

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Elisabeth Seldron
De schilderijen van Elisabeth Seldron zijn ingewerkt in de lambrisering onder de orgeltribune - FOTO: SASKIA VANDERSTICHEL

 

small_vlaamse meesters in situ_0.jpg

 

 

 

 

Anno 1728 is de nieuwe kerk van de kartuizerpriorij in Sint-Martens-Lierde voltooid. Aartsbisschop Thomas d’Alsace-Boussu en de Brugse bisschop Hendrik Jozef van Susteren wijden het sober classicistische gebouw. Het interieur is niet zo ingetogen als de buitenzijde laat vermoeden.

 

De prior van de kartuizers van Sint-Maartens-Bos heeft voor hun nieuwe kerk een getalenteerde Brusselse beeldhouwer een schitterend altaar en tabernakel laten maken, uitgevoerd in de modieuze régencestijl van het moment. Op de altaarvoorzijde verdwijnt de apotheose van de heilige Bruno van Keulen, stichter van de kartuizerorde, haast onder de onstuimige acanthusbladeren.

 

Enkele jaren na de inwijding verschijnt een cyclus van zes schilderijen in de lambrisering onder de orgeltribune. Eeuwen later weet niemand nog wie deze taferelen van de heiligen Bruno, Petrus en Paulus penseelde. Wie heel aandachtig kijkt, leest met veel moeite op vier van de zes doeken: “elisabeth seldron F. peintres de son Alt[esse] Ser[enissime] ME”. Het is de signatuur van de Brusselse schilderes Elisabeth Seldron (ca. 1680 - 1761). Samen met Catharina van Stichel registreert zij zich in 1701/02 als meester-schilder in het schildersambacht te Brussel. Van haar vakgenote horen we niets meer, maar juffrouw Seldron gaat een fraaie carrière tegemoet. In 1735 wordt zij hofschilderes van Maria Elisabeth van Oostenrijk, landvoogdes van de Oostenrijkse Nederlanden. Haar hoofse activiteit eindigt met het overlijden van haar beschermvrouw in 1741. Seldron is zo trots op haar functie dat zij haar signatuur behoudt met toevoeging van het woordje feu (overleden) bij Maria Elisabeth.

 

Op de schilderijen in de kartuizerkerk is het wel even zoeken naar het hoofdpersonage. Het landschap en de architectuur overheersen danig de kleine figuren. De sfeer en compositie hebben dan ook meer vandoen met bonte genretaferelen dan met eerbiedwekkende heiligenverhalen. De ware specialiteit van Seldron is immers het virtuoos verbeelden van drukke markten, vrolijke boerentaferelen en bezige soldatenkampementen. Merkwaardig is dat de streng-contemplatieve kartuizers van Sint-Maartens-Bos hun oog laten vallen op de Brusselse genreschilderes Seldron. Anderzijds sluit haar bekoorlijke schilderwerk naadloos aan bij het elegante hoofdaltaar van Brusselse makelij. Het is niet onwaarschijnlijk dat de prior binnen het hoofdstedelijke beeldhouwersmilieu vol lof hoort spreken over Elisabeth Seldron. Zij is de echtgenote van Brusselaar Nicolaas Simons, de begaafde beeldhouwer die in 1727 het hoofdaltaar van de Sint-Niklaaskerk in Brussel vervaardigt. De stap naar de hoofse elegantie van zijn vaardige vrouw is dan snel gezet.

 

Het leven van Bruno van Keulen

Vier van de zes heiligentaferelen stellen de belangrijkste episodes uit het leven van Bruno van Keulen voor. Op het eerste schilderij komen Bruno en zijn zes volgelingen terecht bij bisschop Hugo van Grenoble op zoek naar een locatie voor een kluis. De bisschop schenkt hen een afgelegen vallei. Op het tweede doek bouwt Bruno op deze desolate plek het moederklooster Grande Chartreuse. Met het derde tafereel is Bruno als adviseur bij de paus in ballingschap in het Zuid-Italiaanse Reggio Calabria. Hier weigert hij resoluut de vrijgekomen zetel van aartsbisschop. Eens teruggetrokken in het dichte woud van Calabrië ontmoet Bruno de grootgraaf Ruggero van Sicilië. Een mooie vriendschap vol wederzijds respect ontstaat. Drie van de vier scènes lenen zich tot het uitbeelden van een aantrekkelijk landschap met vele kleurige figuurtjes, een kolfje naar de hand van Seldron.

 

Opmerkelijk is dat de Bruno-cyclus wordt aangevuld met twee schilderijen van Petrus en Paulus. Nochtans zijn er meer dan voldoende interessante episodes uit het leven van de kartuizermonnik voorhanden. Doch naast een bijzondere devotie voor Onze-Lieve-Vrouw koesteren de kartuizers ook genegenheid voor Johannes de Doper, Sint-Michiel en de apostelen Petrus en Paulus. Omstreeks 1121-1128 schrijft Guigues du Chastel – beter bekend als Guigo I de kartuizer, vijfde prior van het moederklooster Grande Chartreuse – een regel voor de kartuizerorde. In de Consuetudines (Gewoonten) vermeldt Guigo een hele reeks kerkelijke feestdagen waarop de broeders tweemaal daags wijn mogen drinken. Naast bekende kerkelijke hoogdagen zijn er nog twaalf feestelijke momenten, waaronder de gemeenschappelijke feestdag van Petrus en Paulus op 29 juni. Op deze dag worden zij herdacht als pijlers van de rooms-katholieke kerk.

 

Eigen artistieke stempel

Al even opmerkenswaardig als de keuze van de prior voor de schilderes Seldron, is haar verteltrant. Zij is amper thuis in het religieuze historiestuk. Vreemd genoeg grijpt zij voor de enscenering van de Bruno-taferelen niet terug naar de bekende gravures naar de schilderijencyclus (1645-1648) van de Franse classicist Eustache Le Sueur. Mogelijk bezit de kartuize van Sint-Maartens-Bos geen exemplaar van het Franse platenalbum. Er zit voor de schilderes niets anders op dan haar verbeelding te laten werken. Aangezien zij weinig vertrouwd is met historieschilderkunst, laat staan met de weinig gekende iconografie van kartuizer Bruno, zoekt zij aan alle kanten inspiratie. De gekste ‘gedachtesprong’ maakt Seldron voor de bouw van de eerste kartuizerpriorij Grande Chartreuse. Daar komt zij terecht bij gravures waar stoere kerels een zware last torsen, zoals het kruis van Christus bij de kruisoprichting. Hier vindt zij moeiteloos figuren die zij als sjouwende arbeiders kan inzetten. Voor de zes bouwvakkers die met behulp van een ladder een stellingbalk omhoog duwen, gaat zij aan de slag met twee bekende gravures uit de zeventiende eeuw. Zij combineert figuren uit de befaamde Antwerpse Kruisoprichting van Peter Paul Rubens met personages uit de Kortrijkse Kruisoprichting van Antoon van Dyck (zie afbeeldingen). Op het schilderij met Bruno voor paus Urbanus II gaat Seldron nog een stapje verder terug in de tijd. De apostelmedaillons op de wanden van het paleis ontleent zij getrouw aan een gravurereeks (1589) van de Noord-Nederlandse maniëristische meester Hendrick Goltzius. Ook elders gaan ontleningen aan gravures naar Rubens schuil. Voor de architecturale decors kijkt Seldron naar de populaire prenten (ca. 1700-1720) van Daniel Marot.

 

Ondanks de diverse bronnen van inspiratie zijn Seldrons schilderijen geen allegaartje. Zij zet resoluut haar artistieke stempel op het verhaal van Bruno dat doorgaans plechtstatig verteld wordt. De kartuizers van Sint-Maartens-Bos mogen zich vermeien in fraaie landschappen met italianiserende vergezichten. Achter glooiende hellingen gehuld in een zijig licht verschijnen blauwige bergen aan de einder. De architectuur van klassieke snit verleent zij hier en daar een pittoresk tintje met lichtjes brokkelige zuilen begroeid met planten. De sfeer van antieke ruïnes in een zuiders landschap is nooit veraf. In het Paulus-tafereel leeft zij zich uit in een mediterrane haven.

 

De prior van Sint-Maartens-Bos lijkt wel tevreden te zijn over de frisse aanpak van Seldron. Naast de Bruno-cyclus penseelt zij nog twee supraporta’s voor de kerk. En ook het schilderij met Onze-Lieve-Vrouw met een allerschattigst Kindje Jezus voor het linker zijaltaar mag aan de getalenteerde kunstenares worden toegeschreven.

 

Het is ongetwijfeld bijzonder dat Elisabeth Seldron als vrouwelijke kunstenaar de strenge kartuizers weet te charmeren met haar ‘luchtige’ kijk op de zaak.

 


INFO

Sint-Martinuskerk, Kartuizerstraat, Sint-Martens-Lierde

www.vlaamsemeestersinsitu.be