U bent hier

1974 - Openbaar Kunstbezit Vlaanderen

OKV1974
1974 - 12de jaargang

Gerelateerde Artikels

St.-Baafskathedraal te Gent

Niet omheen het versterkt grafelijk kasteel, noch omheen de St.-Baafs- en St.-Pietersabdij, maar wel in de Portus of handelsnederzetting van Gent, gelegen tussen Leie en Schelde, woonden de kooplui en de ambachtslieden. Daar ontstond ook de behoefte aan een afzonderlijke, eigen kapel. 

Architectuur

Op de plaats van de huidige kathedraal stond vroeger de St.-Janskerk, oorspronkelijk een kapel afhankelijk van de abdij van St.-Pieters en misschien gewijd in 942. Daarvan bleef niets bewaard. De crypte of ondergrondse kapel klimt slechts op tot de twaalfde eeuw. Omstreeks 1274 werd begonnen met de bouw van het vroeg-gotisch koor, dat zeer groots was opgevat.

De dodenrol van de St.-Baafsabdij

De dodenrol van 1406 in de Sint-Bafskatheraal te Gent bestaat uit eenenvijftig aan elkaar genaaide vellen perkament en een geplakt stuk, dat versierd is met een miniatuur. Het geheel is vastgehecht aan een houten rol, die bedekt is met een lederen omslag met stempelversiering. Ze was uitgevoerd in opdracht van abt Joris van der Zichelen.

Hubrecht en Jan van Eyck - Het Lam-Godsretabel

In 1861 werden de panelen met Adam en Eva verkocht aan de Belgische staat. In de Gentse kathedraal werd het retabel vervolledigd door de kopieën van Michiel Coxie; de stukken met de beeltenis van de Eerste Mensen werden echter herschilderd door Victor Lagye, die de naakte figuren van Adam en Eva aangekleed had voorgesteld. 

Justus van Gent - Calvarieberg-retabel

Het drieluik met de 'Verheerlijking van het Kruismysterie' behoort tot de belangrijkste kunstwerken van de kathedraal en is op iconografisch gebied een unicum. Oorspronkelijk prijkte het in een kapel van de kooromgang, die in 1462 door Laurens de Maech en diens echtgenote Louisa van Hoven werd gesticht. De meningen omtrent het auteurschap waren verdeeld.

Muurschilderingen

Van de Romaanse tijd af heeft men te Gent belangstelling getoond voor muurschilderingen. Nog in het laatste kwart van de vijftiende eeuw en in het begin van de zestiende eeuw werden in de krocht van de St.-Baafskerk dergelijke versieringen aangebracht, die pas in 1936-1937 werden ontdekt. 

Pieter-Paul Rubens - Bekering van de Heilige Bavo

Bisschop Carolus Maes had opdracht gegeven aan Pieter-Paul Rubens om een ontwerp te maken voor een schilderij, dat het nieuwe hoofdaltaar van de Gentse kathedraal moest versieren. Doch de bisschop overleed in 1612 en zijn opvolger F. van der Burch en nadien ook J. Boonen lieten het plan varen.

Ludovicus Bis en Petrus d'Estré  - Het orgel

Tijdens de beeldenstorm van 1567 werd het orgel van de kathedraal vernield. Twee jaar later maakte het kapittel een contract met meester Karel Blancart voor het vervaardigen van een nieuw instrument met zestien registers, dat tegen een oktober 1570 boven het doksaal aan de noordzijde moest worden opgesteld. De aannemer moest tevens een mooi versierd orgelbuffet leveren.

Laurent Delvaux - Preekstoel

Reeds in 1719-1720 koesterde de geestelijkheid van de kathedraal het plan om de oude preekstoel, eertijds door Viglius Aytta geschonken, te vervangen door een nieuw kunstwerk. In 1738-1739 en later maakten Van der Brugghen uit Antwerpen, Theodoor Verhaeghen uit Mechelen en Laurent Delvaux uit Nijvel een ontwerp voor een nieuwe kansel. 

De koormantel van Lieven Hughenois

In vroeger tijden werd veel borduurwerk vervaardigd en de borduurkunst nam toen een belangrijke plaats in onder de verschillende kunsttakken. Talrijke voorwerpen, bestemd voor de luister van de goddelijke diensten, waren rijk geborduurd met goud- en zilverdraad. 

Hugo de la Vigne - Reliekschrijn van de Heilige Macharius

Het prachtige zilveren schrijn van de H. Macharius is nog volledig in renaissancestijl opgevat. Het heeft de vorm van een renaissancetempel met Latijns kruis; het is aan alle zijden geflankeerd door Corintische zuilen. Te midden van het met loofwerk versierd zadeldak rijst een torentje op in de vorm van een open lantaarn.

150 jaar moderne kunst in het Haags Gemeentemuseum

In deze serie van Openbaar Kunstbezit worden schilderijen behandeld uit de verzameling van de afdeling moderne kunst van het Haags Gemeentemuseum. Wanneer we over moderne kunst spreken, denken we meestal aan de kunst uit de laatste vijftig jaar. Hier gaat het echter om werken uit de afgelopen honderdvijftig jaar. 

W.J.J.Nuyen - De oude molen in de winter

Wijnand Nuyen werd door zijn tijdgenoten gezien als een leidende figuur in de Nederlandse schilderkunst. Reeds op zeer jeugdige leeftijd werden zijn werken in het gehele land tentoongesteld en met onderscheidingen bekroond. Toen hij op zijn zesentwintigste jaar overleed, was dat een slag voor veel kunstenaars, die zich Nuyen als voorbeeld hadden gesteld.

P. J.C.Gabriël - In het zwijnsleger

Dit schilderij laat een wijd, typisch Nederlands landschap zien, met veel lucht en water. Gabriël schilderde het in zijn atelier maar gebruikte daarbij buitenstudies van het IJsellandschap in de buurt van Kampen, waarvan hij de eerste zeker tien jaar vóór het schilderij maakte.

J. B. Jongkind - Le château de Milheung

Toen Jongkind dit schilderij maakte, woonde hij al vele jaren in Frankrijk. In de zomer van 1878 was hij vanuit Parijs naar La Côte Saint André in de Dauphiné vertrokken, waar de familie van de met hem bevriende Madame Fesser een landhuis bezat. De sfeer van het omringende landschap inspireerde hem tot talrijke schetsen en aquarellen, die hij in de openlucht maakte. 

Vincent van Gogh - Tuintje in Arles

Vincent van Gogh schrijft in één van zijn brieven aan zijn broer Theo: 'dat het schilderen van de meest alledaagse dingen soms het moeilijkst is' (uit: 'Verzamelde brieven van Vincent van Gogh', Amsterdam, Antwerpen, 1955, dl. III, p.52). In het 'Tuintje in Arles' schildert hij zo een alledaags gegeven: een eenvoudige tuin in het Franse plaatsje Arles.

Jan Toorop - In de Nes (nachtleven)

In dit schilderij zien we twee vrouwen, 's avonds of 's nachts in de smalle Amsterdamse straat 'De Nes': één van hen heeft een huilend kind aan de hand. Wat er precies voorvalt is niet helemaal duidelijk. Men heeft het wel eens geïnterpreteerd als een vrouw 'die van een nachtelijke escapade is teruggekeerd en de verwijten van haar zuster over zich laat gaan'.

Piet Mondriaan - Compositie nr. 3 - boom

Wanneer we dit schilderij op zich zelf bekijken, kunnen we het abstract noemen. Het bevat slechts lijnen en vlakjes. Daarom wordt het aangeduid als een compositie. Wanneer we het echter plaatsen temidden van de werken die Mondriaan in de jaren vlak voor de eerste wereldoorlog maakte, nemen we duidelijk waar dat het deel uitmaakt van een serie schilderijen en tekeningen.

Egon Schiele - Portret van zijn vrouw Edith

De Weense schilder Egon Schiele heeft zijn vrouw Edith hier ten voeten uit afgebeeld, frontaal, het hele beeldvlak vullend, terwijl de achtergrond geen interieur suggereert maar een effen vlak vormt. Op het eerste gezicht lijkt het een betrekkelijk traditioneel portret. Toch bevat het een aantal intrigerende bijzonderheden. 

Dick Ket - De drie broodjes

We kunnen dit schilderij realistisch noemen, omdat het vertrouwde voorwerpen bevat die op een minutieuze en gedetailleerde wijze zijn weergegeven. Realistisch betekent hier echter niet, dat er geen ingreep van de kunstenaar is, geen eigen ordening of constructie. Die is hier juist ook heel duidelijk aanwezig. 

Constant Nieuwenhuys Kleurvlakken

Een groot zwart vlak domineert dit schilderij. Aan de onderkant wordt het afgebakend door een smalle, blauwe strook, aan de bovenkant door een oranje vlak. Tenslotte is er het kleine witte vlak, dat zich als een wig in het zwarte veld boort. Dit wit kunnen we zien als een gat in het zwart. 

Mark Boyle - Streetcorner

Het werk dat hier in kleur is afgebeeld is zomaar een stuk straat. 'Streetcorner' noemde de kunstenaar het. Op het oog is het volstrekt niet te onderscheiden van een echt stuk straat. Maar het functioneert niet meer als zodanig. Het hangt als een schilderij - als een soort stilleven - aan de wand van een museum: het is een ding om naar te kijken. 

Volkenkundig Museum Gerardus van der Leeuw, Rijksuniversiteit Groningen

Toen Prof. Dr. Th. P. van Baaren in 1952 als godsdiensthistoricus naar de Groninger universiteit was gekomen ging zijn belangstelling al voornamelijk uit naar de godsdiensten van de schriftloze volken; onder andere het beeldmateriaal van deze culturen had zijn belangstelling. 

Staande mannelijke en vrouwelijke figuur, Baule-Atieh, West-Afrika

De verzamelaar die ons het afgebeelde paar figuren in bruikleen afstond besloot enkele jaren geleden onmiddellijk tot aankoop toen hij het in 'levende lijve' zag opgesteld bij een kunsthandelaar. Als kenner en liefhebber van Afrikaanse plastiek werd hij direct overtuigd door de hoge artistieke kwaliteit.

Yanda-beeldjes, Zaïre

De voorouders van de nu bijna 350.000 Azande in Zaïre trokken eeuwen geleden uit de savannen van de Sudan naar het zuiden. Hun hiërarchisch georganiseerde rijkjes namen vanaf de negentiende eeuw vaste vorm aan in het met wat bomen begroeide heuvelgebied bij de rivier de Uele, een gebied in het noordoosten van het vroegere Belgisch-Congo. 

Guro-masker, Ivoorkust

De Guro leven in de beboste heuvels tussen de bovenarmen van de Ban-damarivier in het midden van Ivoorkust. Zij zijn vooral bekend als de makers van maskers; figuren worden veel minder aangetroffen. De Guro vereren een niet te tellen hoeveelheid geesten en kennen een groot aantal geheime genootschappen. 

Masker van walvisbeen van de Inuit, Alaska

Voor de Inuit die nog rondom de laatste eeuwwisseling in kleine groepen in het noorden van Alaska woonden, was het niet eenvoudig om in leven te blijven. De natuur was zeer hard en de jacht was de enige methode om aan voedsel en aan alle andere materialen voor kleding, gebruiksvoorwerpen, wapens en dergelijke te komen.

Een Batak-dodenmasker, Sumatra

De Batak wonen rond het Toba-meer in het noorden van Sumatra, één van de eilanden van de Indonesische archipel. Ondanks de afzondering, waardoor de Batak hun oud-Indonesische cultuur lang konden handhaven, hebben ze al heel lang invloeden van buitenaf ondergaan. Eerst vanuit India, later van de Islam en het Christendom.

Hampatong van de Dayak, Borneo, Indonesie

De grootste en meest gecompliceerde zijn palen die aan de ingang van dorpen worden geplaatst ter afschrikking van alle kwade invloeden, natuurlijke en bovennatuurlijke. De middelgrote, meer langgerekte en eenvoudige, vallen vooral op door hun armhoudingen, lijkend op die van begravenen. De derde groep, de kleintjes lijken vaak op de dodenpalen. 

Korwar, voorouderfiguren, noordwest Nieuw-Guinea

De Geelvinkbaai ligt aan de noordwest kust van het Indonesische Irian Jaya, het vroegere tot Nederlands Oost-lndië behorende westelijke deel van Nieuw-Guinea. Het is de streek van herkomst van deze zittende of staande houten mensenfiguren. Ze zijn tussen de 20 en 30 cm hoog en hebben in verhouding opvallend grote hoofden. 

Kalkkalebassen met Sentanimeergebied

Het Sentanimeer ligt door heuvels en bergen omgeven, niet ver van de noordkust van het Indonesische Irian Jaya, het vroegere Nederlandse West Nieuw-Guinea. Het smalle meer is nog geen dertig kilometer lang en stond vroeger aan de oostkant in open verbinding met de Humboldt-baai. 

Asmatschilden - zuidwest Nieuw-Guinea

De Asmat-Papua leven in het zuidwesten van Irian Jaya, een ontoegankelijke moddervlakte bedekt met altijd groen tropisch regenwoud. Ontelbare rivieren en riviertjes stromen, grijs van de modder, langzaam door het gebied. Op de moerassige oevers groeien de mangroven, bomen met grote, brede plankvormige wortels.

Een prauwversiering - Nieuw-Brittannië

Veel volkenkundige musea bezitten reeds lang geleden verzamelde artistiek zeer fraaie en wetenschappelijk zeer boeiende voorwerpen. Duidelijke gegevens erover ontbreken echter; deze zijn óf ter plaatse nooit genoteerd, óf later verloren gegaan. Het museum staat dan voor een moeilijke keus: ze in het magazijn opbergen of ze wèl, maar dan alleen als 'kunstwerk' opstellen. 

Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim Antwerpen

Het Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim is in 1950 ontstaan als gevolg van een succesvolle eerste tentoonstelling van beelden in de open lucht. Was Middelheim daar niet erg vroeg mee?

Weergave van een interview met Mevr. M.R. Bentein, conservator van het Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim.

Aristide Maillol - De rivier

Maillol is de eerste twintigste-eeuwse beeldhouwer die zich verzette tegen het onvaste in het impressionisme en aan de plastiek in een drie dimensionale geslotenheid weer een monumentale rust gaf. Maillois weelderige vrouwenlichamen zijn vol en plastisch in de klassieke zin van het woord en van een vanzelfsprekende eenvoud.

Medardo Rosso Joods jongetje - Floris Jespers Maniokstampsters

Het komt vaker voor dat schilders tot beeldhouwen overgaan en dat zij in deze nieuwe discipline belangwekkende stukken tot stand brengen. De drang naar een meer directe weergave van hun gevoel voor plasticiteit ligt ongetwijfeld aan de basis van dit fenomeen. 

Alexander Archipenko Figuur met driehoekig voetstuk - Henri Laurens Oceanide

Parallel met veranderingen en omwentelingen op wetenschappelijk technologisch en politiek gebied is in het begin van deze eeuw het kubisme ontstaan. In deze revolutionaire tijd vloog Blériot over het Kanaal, ontwikkelde Einstein de relativiteitstheorie, werd de wereldkaart door de oorlog gewijzigd.

Ossip Zadkine De dromer van het woud - Oscar Jespers Geboorte

'Le sculpteur est un ordonnateur. Il ordonne les formes et leur conserve le parfum enivrant de la forêt' (De beeldhouwer ordent vormen en houdt er de bedwelmende geuren van het woud in vast) (O. Zadkine).

Mari Andriessen Bomslachtoffer - Germaine Richier De mantis - Bidsprinkhaan
Tragische of dramatische gebeurtenissen, en meer in het bijzonder oorlogsfeiten, hebben te alle
Marino Marini Miracolo

Geen ander thema heeft Marino Marini, zowel naar inhoud als naar vorm, sterker geboeid dan paarden en ruiters. Naast portretten, naaktstudies en danseressen vormen zij de meest dynamische, machtige groep in het œuvre van deze kunstenaar. Er bestaan meerdere versies omtrent de bron van Marini's inspiratie voor dit onderwerp. 

Henry Moore Koning en Koningin

Het werk 'Koning en Koningin' beeldt twee vrijwel levensgrote figuren uit: een mannelijke en een vrouwelijke. Beiden zitten op een bank wat naar rechts gedraaid - vanuit het standpunt van de toeschouwer - en beroeren elkaar niet. Het tamelijk lange gewaad dat over de knieën naar beneden valt is vloeiender en korter bij de koningin, strakker en statischer bij de koning. 

Jean Hans Arp Schalenboom - Etienne Martin Demeure 4 Lanleff

Een belangrijk streven van de 'moderne' kunst is het zichtbaar maken van het onzichtbare. De kunstenaar gaat op zoek naar een optische of tastbare vormentaal die de geestelijke achtergronden van de uiterlijke verschijningswereld kan oproepen. 

Jorge Dubon Bosque metalica

Jorge Dubon is een der eersten onder de jongere kunstenaars van zijn land die de techniek van de 'taille-directe' (het rechtstreeks kappen in steen of hout), zo typisch voor de kunst van zijn Azteekse voorvaderen, de rug toekeert. Met grote belangstelling voor hedendaagse technieken en progressieve denkwijzen tracht hij ideeën of gevoelens te vertolken in moderne materialen.

Julio Gonzalez Kleine Venus - Michaël Schœnholtz Mannequin

Julio Gonzalez was de vijftig reeds voorbij toen hij tot de uitdrukkingsvormen kwam die in hun authenticiteit tot de merkwaardigste van de moderne sculptuur kunnen worden gerekend. Op het tijdstip dat de zogenaamde 'avant-garde' van het begin van de eeuw al tot een soort traditie was geworden en dat ook het figuratieve veel uitputtingsverschijnselen begon te vertonen.