U bent hier

Lieven Gevaerttoren klimt naar de Europese top voor de conservatie van fotografie

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - Bouw Lieven Gevaerttoren © Fotomuseum – Guy Voet

 

Eind 2016 plant het FOMU de activering van hun lage energiedepot volgens Scandinavische principes. Tento.be trok naar Antwerpen voor een werfbezoek  bij de Lieven Gevaerttoren.  

 

In september 2015 klonk het startschot voor de bouw van de nieuwe collectietoren. ‘Geen evidente investering in tijden van besparingen,’ vertelt Luk Lemmens, gedeputeerde voor Cultuur en Erfgoed. De provincie Antwerpen trekt 3,5 miljoen euro uit voor de realisatie van het depot.

 

Elviera Velghe, de directrice van het FOMU, benadrukt dat het Fotomuseum zich wil profileren als expertisecentrum. De moderne bewaringstechnieken moeten eigenaars van archieven overtuigen hun collectie bij het FOMU onder te brengen. Zo nam het Fotomuseum in 2015 de archieven van Agfa- Gevaert en Herman Selleslags (1938) onder hun hoede. Vanaf elf oktober 2016 krijgt de laatst vernoemde, samen met zijn vader Rik  Selleslags, de unieke tentoonstelling Selleslags pakt uit.   

 

Gevelaanzicht Lieven Gevaerttoren © Fotomuseum provincie Antwerpen

 

Conservatie  

 

Ann Deckers, het collectiehoofd van het FOMU, licht de technische aspecten toe van de Lieven Gevaerttoren. Het gebouw heeft zes verdiepingen die samen goed zijn voor zeshonderd vierkante meter opslagruimte. Het Fotomuseum zal er in de toekomst meer dan een miljoen collectiestukken onderbrengen. Het zijn voornamelijk fotodragers, maar ook boeken, camera’s en digitale bestanden. Het FOMU opteerde om op een passieve manier te conserveren. Het klimaatvriendelijke depot zal zich aanpassen naargelang de seizoenen. Zo zorgen de isolatie en de betonnen constructie met dikke wanden voor de optimale luchtvochtigheid (40-55%) en temperatuur (13-21°C). Verder regelen koolstoffilters de gewenste luchtkwaliteit voor de opslagruimte. Het is niet mogelijk om alles te conserveren in de nieuwe bewaarplaats. Zo heeft film bijzondere zorg nodig om in stand te blijven. Die materialen worden in koelcellen gestopt waar de temperatuur schommelt tussen drie en vijf graden Celcius. Omdat ze de passieve werking van de Lieven Gevaerttoren niet zouden belemmeren, staan deze koelcellen opgesteld in een andere bewaarruimte.

 

Ruwbouw Lieven Gevaerttoren © Fotomuseum – Guy Voet

 

Lieven Gevaert

 

De keuze om de conservatietoren te linken aan Lieven Gevaert (1868-1935) is geen toeval. Na zijn studies hield Gevaert samen met zijn moeder een winkel open. Als veertienjarige inlijster kwam hij in contact met verschillende fotobeelden. Ook leerde Gevaert Engels, Frans en Duits om de literatuur over fotografische processen te kunnen bestuderen. In een eigen studio bekwaamde hij zich in de portretfotografie met een specialisatie om porselein vast te leggen. Maar die activiteit verdween snel toen Gevaert een eigen methode ontwikkelde om fotopapier te maken. In 1894 richtte hij Lieven Gevaert & Co op, het huidige Agfa-Gevaert in Mortsel, en genoot heel wat respect als internationaal industrieel. Zo bekleedde hij  in 1924 het voorzitterschap van het Vlaams Economisch verbond. Op sociaal-cultureel vlak spande hij zich in voor verschillende projecten. Zo vocht hij voor onderwijshervormingen en de organisatie van het Nederlandstalig katholiek onderwijs. Hij richtte drie secundaire scholen op tijdens zijn leven. In 1900 was Gevaert de eerste werkgever die zijn personeel liet delen in de winst. Later stichtte hij een pensioen- en ziekenfonds voor zijn werknemers. Lieven Gevaert stierf in 1935 tijdens zijn verblijf in Den Haag. 

 

Lieven Gevaert © Lieven Gevaert Centre

 

Artikelfoto: Bouw Lieven Gevaerttoren © Fotomuseum – Guy Voet