U bent hier

William Degouve de Nuncques - Schilder van het mysterie

 

William Degouve de Nuncques was voor de Eerste Wereldoorlog een van de internationaal best bekende Belgische kunstenaars. Hij verdween geheel uit de belangstelling. De tentoonstelling in het Ropsmuseum komt dan ook over als een revelatie. 

 

 

kunstenaar zijn

 

William Degouve de Nuncques is geboren in 1867, in de Franse Ardennen, in Monthermé, aan de Belgische grens. Zijn familie verhuist in 1874, na de Frans-Duitse oorlog, naar Brussel, waar hij in Elsene lagere school loopt. Zijn welstellende en gecultiveerde ouders steunen hem in de ambitie kunstenaar te worden (of juister, te zijn). Hij gaat niet naar de academie en houdt het kunstonderwijs na een paar lessen bij Portaels in diens ‘Vrije Academie’ (een privéschool) voor bekeken. Hij leert van andere kunstenaars en wil vooral zijn eigen ding doen. Reeds op 16-jarige leeftijd was hij in contact gekomen met de kunstenaars die in Machelen (bij Vilvoorde) werken, zoals Jan Toorop en naderhand Henry De Groux, die beiden lid werden van Les XX. Zij dragen hun jonge vriend tweemaal voor als nieuw lid, zonder succes, omdat Octave Maus zijn eigen kandidaat doordrukte (Robert Picard, die een nobele onbekende gebleven is). 

 

In 1889 woont Degouve samen met De Groux in Schaarbeek, in de buurt van de Josephatvallei. Misschien ontstond daar het Portret van de heer De Groux, een van de eerste werken waarover hij tevreden was. Zijn de werken uit Machelen eerder zeldzaam of nog niet ontdekt, dan vindt men er, in zijn oeuvre van die jaren en nog later, heel wat die als Brabants bekend staan. Zo trok de omgeving van het kanaal van Willebroek, ten noorden van Brussel, zijn aandacht evenals de meer heuvelachtige landschappen ten zuiden, waar de Zenne doorheen de weiden kronkelt.

 

 

het kanaal en het blinde huis

 

Degouve wordt snel opgenomen in het artistieke en literaire wereldje van toen, in Brussel (kring van Les XX) en Gent (Maeterlinck). Degouve exposeert in 1892 op het salon van Gent. Hij schijnt nu goed op te schieten met Maus die hem prompt uitnodigt voor de laatste tentoonstelling van Les XX in 1893 en het eerste salon van La Libre Esthétique, een jaar later. 

 

De twee werken die de 25-jarige kunstenaar daar exposeert, Het kanaal en Het blinde huis zijn topwerken van het Belgische symbolisme. Degouve streeft ernaar een mysterieuze sfeer weer te geven en gebruikt daarvoor opmerkelijk veel motieven uit de natuur: bomen, bloemen, tuinen en bossen. Dat alles vaak gehuld in blauwe nevels of maanlicht. Die dromen bevatten soms sprookjesachtige elementen, kleine lichtjes, een zwaan, pauwen en een enkele keer engelen. Het beeld mag dan soms wat wazig zijn (minder dan bij de landschappen van Khnopff), de onderliggende geometrische structuur blijft altijd zichtbaar. De menselijke figuur komt er nauwelijks in voor. Opvallend zijn de diepe wat glinsterende kleuren, soms overheerst een kleur (blauw, blauwgroen). Degouve vermengde vaak een wasachtige materie met zijn pigmenten. Zo kon hij ook in olie een pastelachtig effect bereiken. Het heet dat hij die techniek geleerd had bij Toorop. Pastel was in die periode zeer in trek bij de jonge kunstenaars, juist wegens de delicate nuanceringen die men ermee kon bereiken en het onmiddellijke effect. Misschien ook wel om zich af te zetten tegen de academische atelierpraktijk.

 

Bij Het kanaal valt het langwerpige formaat op, dat Degouve in die tijd herhaaldelijk hanteert. Het laat hem toe een geometrische structuur op een natuurlijke manier te gebruiken. De fabriekshal met stukgeslagen ramen geeft een desolate indruk. Het motief van een bootje dat nauwelijks schijnt te bewegen, hier zelfs zonder schipper, komt vaker in zijn werk voor. Het draagt bij tot een haast spookachtig effect. Dat kan er toe brengen in de gebroken ruiten vreemde figuren te ontdekken, al was dat misschien niet de bedoeling. Het gaat hier allicht gewoon om een vervallen fabriek aan het kanaal van Willebroek en wat Degouve daarin ziet.

 

In Het blinde huis licht een felrode woning op in een duistere tuinomgeving. Dit heftige kleurcontrast is uitzonderlijk in zijn werk. Het mysterie blijft. Men kan zich afvragen of Magritte dit werk ooit gezien heeft. Het is een werk waaraan de schilder zeer gehecht was. Hij beschouwde het als het uitgangspunt van zijn hele oeuvre en schreef: “ Het was de zwijgende en sombere natuur die mij een spiegel voorhield waarin zich een bewogen leven verstild in de dood weerkaatste”. Het duurde tien jaar eer de agent van Helene Kröller-Müller, H.P. Bremmer (aan wie het bovenstaande citaat van Degouve gericht was) het werk kon kopen.

 

Degouve onderhield uitstekende relaties met de Nederlandse en Duitse kunsthandel. Vooral het gezin Helene en Anton Kröller-Müller, oprichters van het beroemde museum in Otterlo, kocht maar liefst 27 werken van Degouve aan, bij de kunstenaar, in tentoonstellingen in Nederland en in de Nederlandse en Duitse kunsthandel. Het was en is de grootste Degouveverzameling. Het feit dat Degouve tijdens de Eerste Wereldoorlog een tijd in Nederland verbleef en werkte (o.a. in de kunstenaarsdorpen Laren en Blaricum – waar ook Gustave De Smet en Frits Van den Berghe woonden) speelde daarin wel mee.

 

 

Majorca en de Ardennen

 

Een niet onbelangrijk intermezzo in het leven van het echtpaar Degouve en Juliette Massin (haar zus Marthe was mevrouw Verhaeren) is hun verblijf van 1899 tot 1902 op het eiland Majorca. De kunstenaars (Juliette schilderde ook) waren er heengereisd om de vlinders te bestuderen. In deze korte periode veranderde het kleurpalet van Degouve en de in zijn vroeger werk heersende duisternis verdwijnt, voor enige tijd. Het latere werk is opmerkelijk helderder. 

 

Degouve ontmoet er de Spaanse schilder Rusinol, die nog een affiche voor Maeterlinck getekend had. Degouve had in 1895 het decor voor het stuk Intérieur van Maeterlinck in Parijs ontworpen. Het Spaanse verblijf werd besloten met tentoonstellingen in Palma en Barcelona. In Brussel exposeerde Octave Maus die werken naast Dario de Regoyos (een vriend van Ensor en Vingtist) en Iturrino, bij La Libre Esthétique in 1903 en 1905. 

 

Na de Eerste Wereldoorlog komt de kunstenaar terug naar Brussel, waar op korte tijd zijn moeder en zijn vrouw overlijden. Tijdens de daaropvolgende periode van ontmoediging en inactiviteit, vestigt hij zich in Stavelot en vindt er inspiratie in de natuur. Vooral de melancholische, verstilde sneeuwlandschappen trekken hem aan. In Brussel organiseert Georges Giroux een grote tentoonstelling (nog altijd de grootste Degouvetentoonstelling) in zijn galerie, in 1926. De prijzen van Giroux zijn even hoog als die van Ensor. Maar veel elan kan de kunstenaar niet putten uit dit succes (er werd trouwens niet veel verkocht); hij geraakt verlamd in 1928 en kan niet echt meer schilderen, tot hij in 1935 overlijdt. 

 

Ter gelegenheid van de Degouve-tentoonstelling publiceert het Mercatorfonds een boek met bijdragen van Belgische en Nederlandse specialisten. Het is zeer welkom want de weinige publicaties over Degouve, van Luc en Paul Haesaerts en André De Ridder, bij voorbeeld, geven wel een tijdsbeeld, maar geen grondige analyse. Zo wordt komaf gemaakt met ‘adellijke’ afkomst van Degouve. Dat was wellicht een uitvinding van de kunstenaar. Voor het eerst komen onderwerpen aan bod als de Hollandse contacten, de katholieke inspiratie en de literaire productie van de schilder. In de chronologie van Denis Laoureux (een Maeterlinck specialist) worden de bekende feiten systematisch geordend. Dat is heel nuttig, al is de biografie waarschijnlijk nog niet compleet. Men kan nu niet meer naast het belang van deze kunstenaar kijken. Dat hij in zijn tijd niet meer op het voorplan getreden is, heeft waarschijnlijk te maken met zijn anarchistisch karakter. Het is nu wachten op de grote retrospectieve.

 

Joost De Geest

 


info

Tentoonstelling

William Degouve de Nuncques. Schilder van het mysterie.

Nog tot 6 mei 2012

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

Musée provincial Félicien Rops

rue Fumal 12

5000 Namen

Tel. 081 77 67 55

www.museerops.be

 

Van 26 mei tot 2 september 2012

Kröller-Müller Museum

Houtkampweg 6

Otterlo, Nederland

www.kmn.nl

 

De monografie o.l.v. Denis Laoureux verschijnt bij het Mercatorfonds