U bent hier

Vlaamse schilders uit de Hermitage - Tentoonstelling in Amsterdam

Michiel Sweerts, Portret van een jongeman (Zelfportret), 1656, olieverf op doek, 114 x 92 cm, State Hermitage Museum, Sint-Petersburg.

 

Nog tot 16 maart 2012 loopt in het Hermitage Amsterdam de tentoonstelling ‘Rubens, Van Dyck, Jordaens’. Ze brengt een 75-tal topstukken, ook van andere Vlaamse meesters, uit het museum in Sint-Petersburg dichter bij huis.

 

 

Tsaren en Tsarina's kopen kunst

 

In 2013 zullen het Louvre en het Guggenheimmuseum elk een filiaal open in Abu-Dhabi. De trend waarbij grote musea kleinere bijhuizen openen is daarmee verder gezet. Op zich geen slechte zaak, wanneer je weet dat grote musea slechts 15 tot 20% van de collectie in eigen huis kunnen tonen. Daarnaast gedragen grote musea zich meer en meer als bedrijven met hun naam als merk. De continue geldstroom van de miljoenen bezoekers proberen ze ook op andere plekken te verzilveren. Dikwijls hoort daar spektakelarchitectuur bij, met als eeuwig voorbeeld het succes van het Guggenheimmuseum in Bilbao. Dat het niet altijd goed afloopt illustreert de opnieuw gesloten Hermitage Rooms in Londen. Na zeven jaar proberen gaf men er de brui aan wegens te weinig bezoekers. Voorlopig niets van dat in het Hermitage Amsterdam. Sinds de opening in 2009 neemt het aantal bezoekers alleen maar toe. In 2010 niet minder dan 650.000. Hier is er geen sprake van spektakelarchitectuur maar van uitgekiende en goed opgezette tentoonstellingen. Nog tot de lente loopt er een indrukwekkende expo over de Vlaamse meesters uit de Hermitage. Vele werken verlieten amper het museum in Sint-Petersburg en het is een unieke kans om schilderijen van Rubens en andere meesters te kunnen bewonderen.

 

Eén van de intrigerende vragen is hoe al deze schitterende werken in Rusland zijn terechtgekomen. Daarvoor moeten we de geschiedenis van de Hermitage bestuderen. Tsaar Peter de Grote (1672-1725) trok in 1697 in het geheim mee met een Russisch gezantschap naar West-Europa voor diplomatiek overleg. Daar gaf de tsaar opdracht schilderijen te kopen en trok kunstenaars aan om in Rusland te werken. Peter de Grote legde zo de basis voor een verzameltraditie. De geschiedenis van de Hermitage gaat terug tot 1764. Toen kocht tsarina Catharina de Grote (1729-1796) 225 schilderijen in Berlijn. Daar bleef het echter niet bij. In totaal kocht ze 4.000 schilderijen, meer dan 10.000 tekeningen en prenten, klassieke en moderne beeldhouwkunst, zilver, porselein, meubels en bewerkte stenen, haar grote passie. Ook daarna bleef de Hermitage groeien. Zo liet tsaar Nicolaas I in 1850 kunst kopen in Nederland toen de collectie van koning Willem II geveild werd. In 1917 kreeg de verzameling de naam Staatsmuseum de Hermitage. In de jaren na de Russische Revolutie groeiden de collecties verder, toen het genationaliseerde kunstbezit onderdak vond in de Hermitage. De collectie van de Hermitage Sint-Petersburg bestaat uit verschillende onderdelen. De afdeling West-Europese kunst is de belangrijkste en grootste, met ruim twintig schilderijen van Rembrandt, impressionistische en post-impressionistische werken, schilderijen van Da Vinci, Raphael, Titiaan, Giorgone en de mooiste collectie Franse schilderkunst buiten die van het Louvre in Parijs. De afdeling Oosterse kunst omvat de culturen van het oude Egypte, Mesopotamië, Byzantium, Iran, Centraal-Azië, de Kaukasus, China, Japan en India. Naast de Schone Kunsten is er ook plaats voor volkskunst, munten, wapens, boeken enz. Elk jaar bezoeken zo’n 2.5 miljoen mensen het museum, waarmee het in de top twintig staat van de meest bezochte musea ter wereld. Nu hangen er dus zo’n 75 schilderijen uit die topcollectie in Amsterdam.

 

 

Rubens, van Dyck, Jordaens

 

De legende wil dat Catharina de Grote in haar paleis liep en langs een depot passeerde waar ze de Kruisafneming van Rubens zag.  Ze vond het zo mooi dat ze besloot om een eigen galerij in te richten. Haar strategie was vrij eenvoudig. Ze kocht niet enkele individuele werken maar verzamelingen in haar geheel. Ze begon met de verzameling van Gotzkowki die een hele reeks zeventiende-eeuwse Vlaamse meesters bezat. Nadien volgde in sneltreinvaart de aanschaf van andere verzamelingen waaronder die van graaf Heinrich von Brühl (1700-1763). Uit deze verzameling komt het vroege schilderij van Jacob Jordaens  De Apostelen Paulus en Barnabas in Lystra en ook een van de betere landschappen van Jan ‘Fluwelen’ Brueghel. Doordat de tsarina volledige collecties kocht van uitstekende verzamelaars, bevinden er zich ook heel wat tekeningen en schetsen in de Hermitage. Goede verzamelaars hebben altijd oog voor de handtekening en de genese van de kunstwerken en tekeningen en schetsen horen daar absoluut bij. In de collectie van graaf Carl Cobenzl bevond zich één van Rubens’ belangrijkste bewaard gebleven landschapstekening uit ca. 1635. Landschap met een dam kan toegeschreven worden aan Rubens omdat de plek te herkennen is in het schilderij Avondlandschap met boerenkar uit Boymans van Beuningen in Rotterdam. De tekening is uitzonderlijk omdat Rubens zich meestal beperkte tot rood en zwart krijt. Hier maakte de kunstenaar gebruik van een complexe techniek met meerdere kleuren.  

 

De titel van de expo, Rubens, Van Dyck, Jordaens, belet niet dat er ook werken van andere Vlaamse kunstenaars te bewonderen zijn. Van Frans Snijders hangt er een fraai stilleven uit de verzameling van de reeds vermeldde Gotzkowski. Het schilderij stelt een provisiekamer met dood gevogelte voor. De kok, gebogen over een lage tafel, staat op het punt een pauw een vleugel af te hakken, terwijl de huiskat de voorpoten en tanden heeft geslagen in de kop van een grijze reiger. Met uitzondering van de exotische pauw, die in Europa van oudsher als huisdier werd gehouden, zijn de op de tafel uitgestalde vogels reguliere bewoners van de Europese bossen, velden en wateren. De kokfiguur is niet van Snijders maar van Jan Boeckhorst met wie Snijders veel samenwerkte en de figuur gaat terug op een schets van Rubens die in zich in het Antwerpse museum voor Schone Kunsten bevindt.

 

 

Topstukken

 

Eén van de topwerken is ongetwijfeld De Vereniging van Aarde en Water van Pieter Paul Rubens samen met Frans Snijders uit ca. 1618. Het was tsaar Paul I die het kocht voor het Michaël Kasteel in Sint-Petersburg. Het werk stelt de personificaties voor van de elementen Aarde en Water, die op de grens van hun machtsgebied een verbond sluiten. In 1975 bracht een studie aan het licht dat het een allegorische voorstelling is van het verbond tussen de Schelde (in de persoon van de riviergod Scaldis) en de godin van Antwerpen. Als bewijs voor de interpretatie dienen vooral de attributen van de hoofdpersonages. De drietand is een attribuut van Neptunus als heerser over de zeeën en staat symbool voor het maritieme element en de kruik met stromend water is in gelijke mate een symbool voor zee- en riviergoden. Maar de korte baard en de waterlelies in de krans in het haar zijn kenmerkend voor een riviergod. De personificatie van de Aarde omsluit met haar rechterhand de hoorn des overvloeds. Deze cornu copiae gevuld met vruchten van het land, is het traditionele attribuut van de godin van de Aarde. De beide godheden sluiten een onderling verbond dat ze bezegelen met een handdruk. Triton blaast op een zeeschelp om de golven te bedaren waarin de kinderen zorgeloos peddelen. Let op het hoofd van het ventje, helemaal onderaan, dat de toeschouwer vrank in de ogen kijkt. Zelfs de woeste tijger is getemd: hij strekt zijn klauw uit naar de wijnrank, naar plantaardig voedsel dus, alsof hij ons wil herinneren aan de legendarische ‘gouden eeuw’ in de geschiedenis van de mensheid, toen mensen en dieren in harmonie met elkaar leefden en de aarde nog geen roofdieren kende. Behalve de hoorn des overvloeds, de tijger en waarschijnlijk ook de putti op de voorgrond is het schilderij geheeld door Rubens vervaardigd. De andere genoemde delen door Frans Snijders.

 

De belangrijkste uitbreiding van de verzameling Vlaamse kunst ten tijde van Catharina vormde de aankoop van de collectie Crozat in Parijs in 1772. De beroemde galerij van Crozat wordt beschouwd als een van de best en grootste privé-collectie in de achttiende eeuw. Pierre Crozat was de financiële vertrouweling van Lodewijk XV. Zijn indrukwekkende pand aan de Richelieustraat in Parijs werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars, filosofen en schrijvers. In zijn collectie zat een Vlaamse galerij met meer dan vijftig schilderijen en een reeks van Rubens en Van Dyck. Van die laatste hangen er heel wat portretten, zoals dat van Sir Thomas Wharton

 

Bij de tentoonstelling hoort een schabouwelijke catalogus met pijnlijk onscherpe vergrotingen van details. De tentoonstelling en de catalogus gaan ook niet dieper in op de invloed die onze Vlaamse meesters hadden op ontluikend talent in Rusland. Maar voor de rest is de expo een lust voor het oog waar je je uren kan vergapen aan de schilderachtige details.

 

Peter Wouters

 


Info

Tentoonstelling

Rubens, Van Dyck, Jordaens

Vlaamse schilders uit de Hermitage

Nog tot 16 maart 2012

Open: alle dagen van 10 tot 17 uur,

woensdag tot 20 uur

Hermitage Amsterdam

Amstel 51

Amsterdam

Tel. +3(0)20 530 87 51

www.hermitage.nl


 

 

http://www.hermitagemuseum.org/