U bent hier

Van Firenze tot Mechelen - Verborgen muurschilderkunst

Sint-Joris in volle wapenrusting met een schild op de rug (foto Kris Vandevorst, © VIOE)
Sint-Joris in volle wapenrusting met een schild op de rug (foto Kris Vandevorst, © VIOE)

 

Muurschilderingen kennen soms een bewogen geschiedenis: van technische moeilijkheden tot overschilderingen die permanent kunnen zijn. Drie sprekende voorbeelden passeren de revue.

 

 

DE TIJD IS BESLISSSEND

 

Als moderne museumbezoekers zijn we gewend aan kunst die als vanzelfsprekend binnen oogbereik gepresenteerd is. De weg die kunstwerken afgelegd hebben om als schrijntjes in musea opgesteld te worden, blijft voor de kunstliefhebber vaak onbekend. De levensloop van een kunstwerk is nochtans essentieel voor het begrip. Soms heeft ook de ruimtelijke afstand voor de beleving een afradend effect: de Hermitage in Sint-Petersburg zal nooit bij de deur zijn. De tijd is zoals altijd beslissend als het over de toestand en de betekenis van kunst gaat. Over verhalen rond verloren kunst kan men bibliotheken vullen. Er bestaat ook zoiets als verborgen kunst die de beleving verstoort. Artistieke producten zijn soms geconserveerd zonder dat iemand er tot op heden acht op sloeg.

 

 

HET VERDRIET VAN KORTRIJK

 

Graaf van Vlaanderen Lodewijk van Male (regeertijd 1346-1384) verlangde een waardige begraafplaats, een funerair monument dat zijn leven en zijnafstamming als graaf zou illustreren en beklemtonen. Tussen 1374 en 1384 werkte een uitgelezen groep kunstenaars aan zijn praalgraf voor de aan de zuidkant gelegen Sint-Catharinakapel of Gravenkapel in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Kortrijk. De uit Valenciennes afkomstige André Beauneveu, een van de knapste beeldhouwers van zijn tijd, hieuw in zijn werkplaats onder meer de bijzondere Heilige Catharina. Een decennium eerder had hij nog het graf van de Franse koning Karel V in Saint-Denis in Parijs opgeleverd. Van Male kon zich geen geschikter vakman wensen. Archivalische bronnen bestempelden Beauneveu als faseur de thombes, maar eens de opdracht aan hem was toegekend werd hij prompt gepromoveerd tot maistre ouvrier des thombes.

 

We mogen niet vergeten dat Van Male naast de titels van graaf van Vlaanderen, Nevers en Rethel, ook aanspraak maakte op de titels van markgraaf van Antwerpen en heer van Mechelen. Het kunstmecenaat dat hij laat in de middeleeuwen voerde is niet onbelangrijk, ook al is er weinig van overgeleverd. Het huwelijk van zijn dochter Margaretha met Filips de Stoute (1342-1404) mag dan wel het begin van de Bourgondische Nederlanden zijn, zonder die fameuze proloog van schoonvader Van Male en de traditie van het kunstige decorum hadden we beslist een ander beeld van die tijd gehad.

 

Van Male besliste ultiem om zijn graf in Rijsel te installeren. In de Sint-Catharinakapel had Jan van der Asselt 27 gravenportretten geschilderd. Na hem voegde Melchior Broederlam enkele opvolgers toe en in de loop der eeuwen vulde men de lijst met graven nog verder aan. Pas in 1858 herontdekte men, onder dikke kalklagen, de portretten waarvan een substantieel aantal reeds voor de eeuwigheid verloren was. Nog eens tien jaar later geschiedde een bijkomend malheur: de in slechte staat verkerende schilderingen werden opnieuw aangebracht. Wat toen nog restte werd eerst op houten panelen overgebracht en geschonken aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Aldaar is men het spoor bijster. Van Van der Asselt is geen werk meer bekend en Broederlam wordt heden als een belangrijk wegbereider van Jan van Eyck geroemd.

 

Had Van Male op zijn sterfbed zijn plannen niet geamendeerd, hadden de rebellerende Bretoense soldaten na de slag bij West-Rozebeke in 1382 Kortrijk niet in de as gelegd, en had men het schilderwerk geconsolideerd, dan was de Sint-Catharinakapel waarschijnlijk tot een stukje UNESCO-werelderfgoed gepromoveerd. Heden rest dat fascinerende verhaal en het exquise beeld van Catharina in het stemmigste deel van de stad.

 

 

DA VINCI'S MAGNUM OPUS?

 

In oktober 1503 gaf de Signoria van Firenze, het republi­keinse bestuur, opdracht aan Leonardo Da Vinci (1452­-1519) om een reuzengroot fresco in de zaal van de Grote Raad op de eerste verdieping van het Palazzo Vecchio te installeren. Voor deze magnifieke opdracht was de deadline op februari 1505 vastgelegd. Maar nog vóór de voltooiing had Da Vinci de stad verlaten. Nog eigenaardiger was zijn keuze om niet op natte pleister te schilderen én om pigmenten vermengd met olie aan te brengen. Het zou achteraf tot een snelle achteruitgang van de picturale laag geleid hebben.

 

Via een tekening van Peter Paul Rubens, bewaard in het Louvre, weten we dat De slag bij Anghiari een gebalde gevechtsscène voorstelde waarmee Da Vinci de intensiteit en de waanzin van alle oorlogen heeft gevat. Nog in 1504 contacteerde de Signoria dat andere grote Toscaanse talent Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Tegenover de muurschildering moest hij een al even groot oorlogsstuk bedenken. Maar ook De slag bij Cascina is niet overgeleverd. Verder dan het voorbereidende karton is Michelangelo niet geraakt.

 

Van de adembenemende clash is heden, behalve via de ontwerpen en kopieën van anderen, niets meer te beleven. Het is Giorgio Vasari's breedvoerige schildering uit de jaren 1560 die de zaal nu tooit. Ingenieur Maurizio Seracini vertelde vorig jaar dat hij gelooft dat Vasari een muur bovenop Da Vinci's schildering heeft aangebracht en dat daaronder één van de grootste verborgen kunstwerken gedijt. De leuze "Wie zoekt die vindt" heeft Vasari in een banier in zijn schildering verstopt. Als dit verhaal klopt, dan is het nog maar de vraag wat van het werk rest.

 

Hoogst eigenaardig is het gegeven dat Da Vinci waarschijnlijk een van zijn meest bevlogen ontwerpen uit zijn loopbaan had gemaakt en dat het vervolgens door Vasari aan het oog onttrokken werd. Men ruilde een meesterwerk in voor de hand van een in alle opzichten zwakkere schilder. Als een onvervalste deus ex machina zou het genie van Da Vinci kunnen herrijzen, maar dat lijkt al te naïef. Met technologische hulp zal Seracini pogen om een pigmentanalyse van de verborgen lagen te doen. Reeds eerder kwam men na een soortgelijke procedure niet tot een besluit om Vasari's werk te decaperen. Niemand wil een prima kunstwerk opgeven voor een verborgen mysterie.

 

 

EEN OPENBARING

 

We gingen van een vermaledijde historie naar een hot topic en eindigen met hoopgevend nieuws. Wetenschappers van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) ontwaarden kwaliteitsvolle muurschilderingen in de Sint-Janskerk in Mechelen. Inheemse monumentale muurschil­deringen zijn een zeldzaam gegeven; dat ze vanuit de algehele vergetelheid komen aanwaaien is groot nieuws.

 

Reeds in 2008 legde men een levensgrote Christoffel met Jezuskind bloot. Vorig jaar kwam daar prompt een dynamische Sint-Joris en de draak bij. De vindplaats is een overwelfde ruimte die door een orgel afgesloten was. De verloren hoek betekende de redding. Pas toen het kerkorgel de kerk verliet omwille van een restauratie zag men kans om een kijkje onder de kalklagen te nemen. België is opmerkelijke vijftiende-eeuwse schilderingen van hoog niveau en in tamelijk goede conditie rijker. In het laatmiddeleeuwse totaalconcept passen de mooi afgewerkte figuratieve consoles en de polychromie op de gewelfribben. Het betekent ook dat nog meer schilderingen na het afpellen van de kalklagen zullen opduiken. De restaurateurs doen geduldig verder en zullen de totale ruimte onder handen nemen. Daarna zal het iconografische onderzoek voor de nodige duiding zorgen. Stukje bij beetje herleven de Mechelse muren. Verborgen muurschilderkunst maakt binnen afzienbare tijd een publieke comeback. In Firenze zal men de vorderingen moeten afwachten, terwijl we in Kortrijk de afloop kennen.

 

Matthias Depoorter

 


ILLUSTRATIES

De Gravenkapel in Kortrijk, VIOE

Muurschilderingen in de Mechelse Sint-Janskerk: Sint-Joris in volle wapenuitrusting, het hoofd van het paard van Sint-Joris, het hoofd van Sint-Christoffel, VIOE

Sint Joris en de draak in de Sint-Janskerk te Mechelen, VIOE

Ingenieur Maurizio Seracini bij Vasari's schildering die een meesterwerk van Da Vinci zou verbergen.

Muurschilderingen in de Mechelse Sint-Janskerk: Christoffel met Jezuskind, het hoofd van Jezus komt onder de kalklaag tevoorschijn, proefvenster dat gemaakt werd toen het orgel er nog stond, VIOE

(Foto's Kris Vandevorst)