U bent hier

Thomas Huyghe - Ik wil niet de zoveelste goede schilder zijn

Thomas huyghe, Foto: Saskia Vanderstichele

 

Thomas Huyghe woont op de Muide in Gent, in een huis en atelier dat hij voornamelijk zelf heeft gebouwd en verbouwd. Ik sta altijd in bewondering voor wat hij daar heeft gerealiseerd. Hij is zo'n beetje architect, ingenieur, metser, schrijnwerker en nog veel meer geweest. Het tekent hem ten volle, hij is van geen kleintje vervaard. 

 

 

INTIMITEIT OP AFSTAND 

 

Na zijn studies aan Sint-Lukas te Gent, waar hij eerst een diploma grafische vormgeving behaalde vooraleer de schilderkunst aan te pakken, kon Thomas Huyghe (°1971) meteen al de aandacht op zich vestigen met een reeks koppen van boksers, Boxers (Postfight). Ze wisten Jan Hoet, zelf boksliefhebber, en anderen direct te intrigeren. Hun expressionistische présence houdt ook nu nog stand. Een daaropvolgende reeks van een kussend koppel, Couples (Kissing), kon eveneens een breed publiek beroeren en was in een mum van tijd uitverkocht. De passie was voelbaar. We schrijven 1997 en het succes lijkt verzekerd. Maar zo zit Thomas Huyghe niet in mekaar. Het is een zoeker en hij is moeilijk tevreden met het resultaat van zijn zoekwerk. Na een half jaar zweten en zwoegen, komt hij op de proppen met een reeks zelfportretten. Eén ervan is nu in de collectie van het Vlaams Parlement te vinden. 

 

Uitgangspunt voor al die werken zijn foto's. Ze zijn met veel aandacht voor het juiste beeld gesprokkeld uit tijdschriften en boeken of zelf gemaakt. Zo trekt hij gewapend met de camera de straat op en fotografeert toevallige voorbijgangers. Vanuit die verzameling van gezichten schildert hij bevreemdende portretten die eigenlijk samenstellingen zijn van elementen uit de diverse foto's. Een aantal hiervan, Head (Composed), zijn te zien in het provinciaal administratief centrum 't Zuid te Gent. Wat opvalt, is hoe de hoofden geprangd zitten binnen het kader, ze kijken frontaal de toeschouwer aan en toch gaat die blik aan de kijker voorbij, ontsnapt net aan de confrontatie. Erg veel aandacht besteedt Thomas Huyghe aan de weergave van de huid. Zo ontstaat er een zekere intimiteit zonder dat het mogelijk is de figuur te doorgronden, tot de persoon achter de huid door te dringen. De intimiteit is slechts schijn, de afstand blijft. 

 

Bij toeval vindt Thomas Huyghe in een verlaten pand een verzameling pasfoto's. Wat hem aanspreekt is de wijze waarop die foto's respectloos behandeld zijn. Hij scant ze en reproduceert ze op posterformaat. Hierdoor benadrukt de kunstenaar de genadeloze kwetsuur (door nietjes en vlekken) van de gezichten. Het feit dat hij dit doet is belangrijk, het maakt duidelijk dat schilderen voor hem niet het enige uitdrukkingsmiddel is. Hij experimenteert onophoudelijk en toont onder meer zijn naakte zelf in confrontatie met zichzelf in Selfportrait (as an artist). Een confrontatie op stevig formaat, bijna als een gevecht, als een omarming. In die periode gaat hij opnieuw studeren, hij volgt mixed media bij Danny Matthys aan de Gentse academie. Hij leert er veel en ervaart het als een inspirerende herbronning. 

 

Voordien heeft Thomas Huyghe in de Kunsthal Sint-Pietersabdij een solotentoonstelling gerealiseerd. Hij toonde er, naast een overzicht van ouder werk, een reeks schilderijen van gastronomie enerzijds en pornografie anderzijds. Het is een reeks rond de verleiding: Show (1-8). Er zijn mensen die zichzelf via foto's aanbieden in pornoblaadjes. 

 

Die foto's zijn meestal zeer amateuristisch, de gezichten onherkenbaar. In tal van magazines worden gerechten op een bijzonder aantrekkelijke manier gepresenteerd. Dat is het resultaat van zeer professionele fotografie. Toch is de opzet van beide publicaties om te verleiden tot consumptie. Door de beide onderwerpen evenwaardig te behandelen, laat de kunstenaar ons hierover nadenken, duwt hij de toeschouwer met zijn neus op de feiten. De schilderijen zijn anderzijds goede schilderijen, het onderwerp als zodanig lijkt bijkomstig. 

 

 

VEROVERING VAN DE RUIMTE 

 

Voor de groepstentoonstelling Blik in de herberggalerie In den Bouw te Kalken geeft de initiatiefneemster aan elke kunstenaar een blikken doos die hij dient te bewerken. Thomas Huyghe beschildert niet de voor de hand liggende buitenkant, hij neemt de binnenkant onderhanden en schildert er een paar gezichten in die tegen mekaar aangedrukt worden door gebrek aan ruimte. Hij benadrukt het claustrofobische. Het is iets wat we wel meer merken in zijn schilderijen, dat gevangen zitten binnen het kader. Het is op zich een klein werkje, maar het is van betekenis omdat het hem laat reflecteren over ruimtelijkheid, over fysieke ruimte. 

 

In de periode 2002-2003 besteedt hij quasi al zijn tijd aan het bouwen en verbouwen van zijn huis en atelier. Dat is van wezenlijk belang voor zijn verdere evolutie. Ook hier moet hij ruimtelijk denken, driedimensionaal werken en construeren, technische oplossingen vinden. Die twee jaar zijn een soort van katalysator, mee door de fysieke intensiteit van het werk. In de loop van 2004 begint Huyghe terug te schilderen. Hij maakt een schilderij op triplex en is er langs de achterkant in beginnen snijden zodat hij het gedeeltelijk naar voor kon plooien. He( is een stap in de richting van zijn schilderkundige verovering van de ruimte. 

 

In 2005 beschildert hij zijn tweede koepel Dog. Eigenlijk had hij het onderwerp eerst vlak geschilderd maar deed het later nog eens over op een koepelvormige drager in plexi. De ronde en bolle vorm laat de vleespartijen van het koppel in erotische omhelzing des te meer naar voren komen, accentueert het extatische van het gebeuren, brengt de versmelting van de lichamen nog beter over. 

 

Foto's blijven nog altijd zijn inspiratiebron, ze worden met de computer duchtig bewerkt en gemanipuleerd, de expressionistische toets is stilaan verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een meer afstandelijk schilderen, het doet soms denken aan de schilders van reclamepanelen voor de nieuwste films zoals we die in de jaren zestig nog kenden. Ze benadrukken het realisme zonder daarom realistisch te zijn. 

 

In 2006 komt hij met een aantal van die werken naar buiten in New York New York, een expositie in KunstZicht, de tentoonstellingsruimte die Paul Robbrecht ooit inrichtte voor de Universiteit Gent. 

 

Eén van de werken, Meanie, is erg aantrekkelijk. Het toont een vrouw en een andere persoon. Het is niet duidelijk of die andere een man of een vrouw is. Een hand belet dat we dat zien. We weten ook niet met zekerheid of het de hand is van de vrouw of van de andere persoon. Het is een op het eerste zicht zeer attractief beeld, het gezicht van een vrouw die vrolijk reageert op iets wat haar ingefluisterd wordt. Het is een beeld als in een film, een close-up. Het feit dat het schilderij niet vlak is, maar gedeeltelijk naar de toeschouwer toe geplooid is en volume heeft, versterkt de close-up en de hilarische sfeer die ervan uitgaat. Ook hier zijn de hoofden binnen het schilderij gedwongen, maar je hebt niet die claustrofobische dwang van weleer. Ze kunnen zo hun positie verlaten, zo levensecht zijn ze weergegeven. 

 

Het is duidelijk dat Huyghe hier een zeer interessante weg is ingeslagen. Zijn schilderijen komen meer en meer los van de muur, gaan die muur zelfs overtroeven en de toeschouwer dwingen om uit te wijken, andere posities in te nemen. De toeschouwer is immers nieuwsgierig en wil het ganse werk vatten. Posh, in het bezit van de Nationale Bank, is daar een voorbeeld van. Het springt uit de muur 90 cm naar voor en dat is behoorlijk veel. 

 

Met zijn werk Sun Chariots komt hij helemaal los van de wand en wordt het schilderij tot een zelfstandige sculptuur die in wijzigbare vorm kan opgesteld worden. De ronde dragers in plexi zijn beschilderd met gezichten die een volwaardige tandpastaglimlach vertonen. Stef Van Bellingen verwoordt het gevat: "De vervorming in de schilderijen is zowel structureel als expressief van aard en wil de dictatuur van het glamoureuze beeld ondermijnen. In een schilderwerk als Sun Chariots is de lach verzelfstandigd en lijkt een soort van prothese geworden te zijn. Een karretje dat van de ene naar de andere plaats of omstandigheid bewogen kan worden." Eigenlijk is Thomas Huyghe op zijn zeer originele wijze heel veel bezig met het analyseren van de macht van het beeld. Hoe beelden ons beïnvloeden en hoe wij al dan niet bewust door beelden gemanipuleerd worden. 

 

 

TEGEN HET VERLEIDELIJKE VAN DE SCHILDERKUNST 

 

Dat deze kunstenaar inderdaad ruimtelijk kan denken, bewijst zijn aanduiding voor de realisatie van een geïntegreerd kunstwerk in het CAW Waasland te Sint-Niklaas. Thomas Huyghe werd met zijn ontwerp uitgekozen omwille van de ingenieuze verweving van schilderkunst en sculptuur, architectuur en functionaliteit. Het ontwerp wordt in de loop van oktober-november 2009 gerealiseerd en zal voor het publiek toegankelijk zijn. 

 

Ook zijn participatie aan het project Utopia, een reizend, artistiek minigolfcircuit, zorgde voor heel wat technische uitdagingen die hij door aanhoudend zoekwerk wist te overwinnen. Al die eerder ambachtelijke aspecten zijn van invloed geweest op het werk dat hij realiseerde voor de tentoonstelling Objectschilderijen in het Roger Raveelmuseum te Machelen-aan-de-Leie. In deze groepstentoonstelling wist hij de bezoeker te imponeren met enkele grote picturale installaties. In de inkomhal trok zijn Frame (With collateral damage) onmiddellijk de aandacht. Een spiegelende, lege omlijsting met daarop aan de linkerkant van de bovenzijde enkele lichamen. Een pakkend beeld, een beeld waarbij de beschouwer ook willens nillens betrokken wordt door de spiegeling van zichzelf in het kader. Intelligent opgesteld, al dan niet ook berwust of onbewust refererend naar het gebruik van spiegels in Raveels werk- zijn Karretje om de hemel te vervoeren stond in dezelfde ruimte.

 

Een confronterende opstelling ook wat de ideeën en de gevoelens en de tijdsgeest betreft. 

 

In een andere zaal staat dan The Player, een installatie met meerdere figuren als zetplaatjes, opgesteld. De onderdelen zijn realistisch geschilderd maar fragmentarisch, geen enkele figuur is volledig. Het laat de toeschouwer toe om zelf aan te vullen en te fantaseren, te interpreteren. Nooit is de volledige waarheid te zien, we zijn getuigen van een deel van de waarheid en interpreteren, vullen aan. Dat maakt dit werk juist zo interessant. Niemand ziet hetzelfde en het laat ook toe dat je letterlijk verschillende standpunten inneemt. Het is een veelzijdig werk. 

 

In de expositie Fading die Sven Vanderstichelen realiseert in het Museum van Elsene is Thomas Huyghe eveneens aanwezig. Hij toont er een portret van Margareth Thatcher. Het stoort een beetje dat een deel van het schilderij lijkt te ontbreken. Maggy zit er in een soort van gebedshouding, nochtans heeft ze altijd pure macht uitgeoefend. "Ik trek ten strijde tegen het verleidelijke van de schilderkunst," zegt hij: "Het schilderij is een constructie en ik wil dat duidelijk maken. Ik wil niet de zoveelste goede schilder zijn ... " Toch kan ik niet laten om te zeggen dat Thomas Huyghe echt wel een goede schilder is, maar hij is nog ietsje meer dan dat.

 

Daan Rau 

 


INFO

 

Lopende of komende tentoonstellingen met werk van Thomas Huyghe:

  • 'Fading', Museum van Elsene, nog tot 13 september 2009
  • 'MUHKA @Aalst', CC de Werf, Aalst, nog tot 27 september 2009
  • 'The Player (2.1)', ruimte Fonteijne Centrum, kunstcentrum W3, Vlissingen (NL), nog tot 6 september 2009 (solo)
  • 'Versus', Oudenaarde, van 24 september tot 24 oktober 2009
  • 'Utopia hedendaagse kunst en minigolf', Tilburg (NL), oktober 2009
  • 'Verapaz', oplevering permanente installatie in nieuwbouw van het CAW. Sint-Niklaas, oktober 2009

 

Webstek van de kunstenaar:

www.thomashuyghe.com