U bent hier

Sipke Huismans - Een grote dorst III

Sipke Huismans - Een grote dorst III

Wie de etsen van de in 1937 geboren Amsterdammer Sipke Huismans bekijkt, zal misschien even het gevoel hebben, dat hij op bekend terrein is. Geen onduidelijke abstractie of onstuimige verf-erupties, die je bij voorbaat al op het verkeerde been brengen, maar een wereld vol mensen, dieren, dingen en situaties, die herkenbaar is en waarin je, zo lijkt het, zonder angst voor speciale valstrikken of mijnen op je gemak een tijdje kunt ronddwalen, je bent immers op bekend, vertrouwd gebied. Zo is ook de ets 'Een grote dorst III' bevolkt met figuurtjes, die als het ware zeggen: 'Kom maar binnen, het gaat hier gewoontjes toe, niets aan de hand, we staan hier ook maar, omdat Huismans ons zo heeft neergezet'. Het werk van Sipke Huismans spreekt bij een eerste oogopslag makkelijk aan, ook al omdat je na die eerste oppervlakkige beschouwing weer met iets plezierigs kunt beginnen - en dat gaat natuurlijk allemaal veel sneller, dan ik het hier nu schrijf - en wel het 'herkennen' van de voorstelling. Want Huismans is je nog eens extra ter wille door vrienden en bekenden uit boeken, musea, de muziek en alle andere lagen van de werkelijkheid in zijn etsen te laten paraderen. De altsaxofonist en belangrijkste vertegenwoordiger van de be-bop-jazz Charlie Parker staat op een trottoir naast Tom Poes. Bruintje Beer is net over de stoeprand gestruikeld en misschien is het jongetje daar links beneden Pietje Bell wel, gekleed in een matrozenpakje steekt hij zijn hand op, hoewel je niet kunt zien of zijn gezicht vrolijk of droevig staat. Wie op dit punt is aangekomen, zal plotseling merken, dat hij zich heeft laten verleiden tot een meeslepend avontuur. In gedachten geef je jezelf een schouderklopje, omdat je zoveel situaties en personen hebt herkend, maar je wilt dan méér en dan blijkt dat je geheugen bij vele plekken van de ets te kort schiet. Wie is de vrouw, die op de rand van haar bed een kous aan- of uittrekt, vlak bij een stoel uit vroeger eeuwen, met haar sloffen en een nachtspiegel op een kleedje ? Is het een kopie van een schilderij uit de Gouden Eeuw ? Dat zou kunnen maar het is ook goed mogelijk, dat Huismans je met deze afbeelding juist die richting op wil laten denken en helemaal niet naar een bestaand schilderij heeft gewerkt. De vrouw, die rechts beneden met een kookboek in haar hand, in een pan op het fornuis staat te roeren kan ook zo uit een sprookjesboek weggelopen zijn, misschien hebben de drie vogels en de kat, die bij haar in de buurt staan, er ook wel iets mee te maken. En misschien dat iemand de struisvogel, die een kinderwagen schijnt voort te trekken, herkent of anders de olifant, die door drie mannetjes met hoge hoeden is uitgekozen om als trekbeest te dienen voor een theepot op wielen met in de tuit een merkwaardige kop. Boven worden de raakpunten met het geheugen nog ijler: heb je de twee mannen en de vrouw, die eensgezind met borden en een schop in de richting van een filmstoel voor een cameraman of een invalidenwagen stappen, al eens eerder gezien ? En de man, die op de zijkant van de vrachtauto zijn gezicht afdroogt, maakt die misschien deel uit van een bekende reclame ? De kubusjes links kunnen overal vandaan komen, uit de blokkendoos van een jongetje, dat Huismans een beetje of misschien wel goed kent, of uit een wiskundeboek, dat, wie weet, ergens op een balkon is blootgesteld aan weer en wind. Ook de duinrand, links boven, met vier mensen, een hond aan de lijn en een veiligheidsspeld geeft geen houvast meer aan de als steeds op het succes van het herkennen afgestemde aandacht. Zo geeft Sipke Huismans in zijn etsen een warnet van informatie en half-informatie, verleidt hij de kijker tot conclusies, geeft hij hem op bepaalde plaatsen de idee, dat het allemaal eenvoud is wat de klok slaat, terwijl hij even verder als een geraffineerde pestkop toeslaat: je blijft met lege handen zitten. En het woord 'pesten' is niet onvriendelijk bedoeld. De kunst van Huismans heeft iets van verlakken, verlinken, de aandacht eerst vangen en daarna een kant opsturen, die je absoluut niet had verwacht. Ook 'warnet' moet men goed verstaan. Huismans geeft niet zomaar een chaos van beelden en beeldjes, maar plaatst zijn geëtste gegevens goed gedoseerd - al zijn het er soms veel - en op de juiste afstand - al lijken ze soms te dicht of te ver van elkaar te staan - bijeen. Hij groepeert zijn figuren en gave of juiste bewust niet 'affe' anekdotes als het ware voor een 'wedstrijd' met de kijker. Wie een kunstwerk bekijkt, wil altijd toch het liefst iets slimmer zijn dan de kunstenaar, probeert hem voor te zijn, wil zijn kunstgrepen doorzien en als het kan een beetje van de kunstenaar winnen. Het aardige van Huismans' etsen is, dat je in het begin inderdaad het gevoel hebt flink op punten voor te staan, maar dat je gaandeweg steeds meer wapens gaat verliezen tot je ten slotte wel moet bekennen, dat er geen redden meer aan is: Huismans wint. Een verlies, dat beslist niet mistroostig stemt, want je hebt via het vertrouwde een plezierige sensationele reis door het onbekende gemaakt. De speelse aanval, die Huismans bovendien doet op wat wij allemaal pretenderen te weten, relativeert onze ideeën over wat onomstotelijk vast lijkt te staan, maar bij nader inzien toch best eens anders zou kunnen zijn. Al deze theorieën spelen gelukkig niet bewust mee als je naar een ets van Huismans kijkt. Dan laat alles wat zich in je hoofd afspeelt zich het beste in één woord samenvatten: genieten. Huismans' kunst heeft iets feestelijks, een gezellig dansje in de huiskamer, waarbij af en toe - tot vermaak van de aanwezigen - ook wel eens over een drempel wordt gestruikeld. Huismans heeft zelf eens gezegd, dat hij eigenlijk niet zover afstaat van een schilder als Jan Steen, waar het ook nogal rommelig toeging, maar die net als Huismans speelde met de voorstelling en de taal; veel werk van Steen zit vol verbeelde gezegden die er alleen nogal moeilijk zijn uit te halen omdat ze door ons meestal niet meer worden gebruikt. Verder zou iedereen het nu verder zelf maar moeten zien, de etsen van Huismans geven aan iedereen, die aandachtig kijkt de mogelijkheid tot fijnzinnige interpretaties. Ik wil er alleen nog maar aan toevoegen, dat, buiten wat u zelf nog ontdekt, Huismans zich in zijn etsen vooral bezig houdt met de 'taal' en met wat ik voor het gemak nu maar even 'verzamelingen' noem. De beeld-citaten uit boeken vinden we bij veel etsen terug. Een enorme litho, die hij eens maakte als affiche voor een door hem veranderde speelplaats in Amsterdam, bevat alleen maar figuren uit sprookjes en kinderboeken, naast toch nog weer andere zaken als een fluit spelende Wally Tax en de kinderstoel van de architect Gerrit Rietveld. Het lijkt erop of Huismans de taal in zijn etsen in beeld probeert te veranderen of anders gezegd: hij gebruikt het beeld als de taal. Zijn etsen zijn verhalend, maar dan wel zo, dat je op elke plaats kunt beginnen en dat het verhaal geen kop of staart heeft, maar plotseling stopt om op iets anders over te gaan; contrasten, die de fantasie prikkelen, overgangen, die je, door hun abrupte karakter, van de ene kuil over een klein stukje begane grond in de andere kuil laten belanden. Een sprookjesachtige wereld vol aanzetten tot spannende gebeurtenissen, fragmenten en halve of hele evenementen, die omdat niet alles panklaar wordt opgediend, je de gelegenheid geven om zelf zo ver mee te gaan als je maar wilt, misschien kom je wel heel ergens anders uit dan Huismans met zijn beeldtaal kon vermoeden. En tegelijkertijd verandert Huismans onze manier van kijken door 'dingen' bij elkaar te zetten, die we nooit eerder bij elkaar hebben gezien. Een verzameling suikerkorrels, daar kijken we niet meer van op (een pond suiker), maar Charlie Parker, Tom Poes, Bruintje Beer en alle anderen, zonder aanwijsbare reden verzameld op één ets, dat geeft gelukkig nog wel even te denken.