U bent hier

A. Sallaert - De Ommegang van Brussel in 1615

A. Sallaert - De Ommegang van Brussel in 1615

Ommegang was in de Middeleeuwen en later een optocht die door de straten van de steden trok. Deze optocht had een tweeledig karakter: godsdienstige voorstellingen wisselden af met profane groepen en uitbeeldingen. Het voorrecht om in deze ommegang mede te gaan viel de gewapende gilden te beurt die in onze stedelijke instellingen een belangrijke rol speelden. De stad Brussel kende vijf gilden: de Grote Voetbooggilde (1213), de Voetbooggilde van St.-Joris (1381), de Gilde van de Kruisboog (1422), de Kolveniersgilde (1477) en de Schermersgilde (1480). Op 15 mei 1615 waren de aartshertogen Albrecht en Isabella aanwezig op de grote schutterswedstrijd ingericht door de Grote Kruisbooggilde. Ook de aartshertogin schoot naar de papegaai (namaakvogel), bevestigd aan het viering-torentje van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van de Zavel. Wat ook de oorzaak ervan was, Isabella schoot de oppergaai en werd daardoor de koningin van de Gilde. Er werden grote feesten ingericht. Als bekroning van die manifestaties zou de jaarlijkse Ommegang van de Zavel met buitengewone luister uitgaan op 31 mei 1615. Om dit feit voor het nageslacht te bewaren gaf de aartshertogin opdracht aan Denijs van Alsloot, haar hofschilder, in een reeks van acht schilderijen een reportage te maken van deze ommegang. Uit archiefstukken blijkt dat er slechts zes werden gemaakt waarvan er vier bewaard zijn gebleven, nl. twee in het Pradomuseum te Madrid: de Ambachten en de Geestelijke Orden en de Geestelijkheid, en twee in het Victoria en Albertmuseum te Londen: de Gilden en de Wagens. Oorspronkelijk had Isabella de schilderijen laten ophangen in haar kasteel te Tervuren. Kort na haar dood, in 1633, werden de schilderijen overgebracht naar Spanje. Waarschijnlijk werd bij deze gelegenheid opdracht gegeven aan Antoon Sallaert kopiën te maken die nu bewaard worden in het Broodhuis te Brussel. Het ene doek stelt de Optocht der Ambachten voor (Pradomuseum), het andere de Gilden (Victoria en Albertmuseum). De stoet der gilden defileert op de Grote Markt met als achtergrond het Broodhuis. Hier kunnen we goed zien hoe de Brusselse Grote Markt die door de beschieting van de Fransen in 1695 bijna gans vernield werd, er toen uitzag. De weergave van de stoet in een slingerbeweging is een procédé dat later in de volksprenten veel navolging gekend heeft. De optocht vertrekt links boven en slingert zich in vier bochten over het plein. Naast uitbeelding van de gewapende gilden, zelf voorafgegaan door hun vaandels, treffen wij ook de speelse voorstellingen aan van hun respectievelijke patroonheiligen: reminiscenties aan de vroegere liturgische spelen. Bijna alle opstappenden dragen een buks. Beneden trekt de gilde van de Grote Kruisboog voorbij met aan haar hoofd het Bourgondisch vaandel. Volgt daarop (op de tweede rij) de St. Jorisgilde waarvan de banier gevoerd wordt door een ruiter in St. Joriskledij. Voor hem uit wordt de draak gedragen die geleid wordt door een maagd. De ganse derde rij is gewijd aan deze gilde. In de laatste slinger stappen de Schermers op. Zij zijn vergezeld van St. Michiel die een duel met de duivel uitvecht. Verder zien wij St. Christoffel begeleid door een kluizenaar met een lantaarn; hij is de patroon van de Kolveniers. Het belang van dit schilderij is zeker niet te zoeken in zijn artistieke kwaliteiten - qua coloriet kan het de vergelijking met het werk van D. van Alsloot niet doorstaan - maar wel in het sociologische aspect. Het geeft ons een kijk op de feestviering in de zeventiende eeuw waarbij het anders zo gewraakte klasseverschil aan kant werd gezet, op de waardigheid en de rol die de gilden en ambachten speelden in het openbare leven, op de populariteit van de voor ons naïeve voorstelling van wonderdieren en allegoriën.