U bent hier

Museum voor Midden-Afrika

Nog even 1% zichtbaar

 

Tijdens de voorbij  eeuw  heeft het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren een fabelachtige collectie opgebouwd, met meer dan tien miljoen objecten. Hoe kan men dat tonen? En wat wordt in 2015 het vernieuwde museum?

 

 

STRALENDE STUKKEN

 

Het overgrote deel van de gigantische collectie van het Museum voor Midden-Afrika kan men in de rubriek 'natuurwetenschappen' plaatsen:  zes miljoen insecten, bijna een miljoen vissen, 16.000 specimen van mineralen. Dat laatste is niet helemaal onschuldig. Er is een brok uranium uit de Shinkolobwemijn in Katanga, die in 1945 de grondstof heeft geleverd voor de atoombom voor Hiroshima. De radioactieve stukken zijn nu in een speciale bunker bewaard, vroeger lagen ze gewoon  (te stralen) in een zaal.

 

Met het oog op noodzakelijke en ingrijpende renovatiewerken kan men nog tot 8 juli, via de tentoonstelling Uncensored, een blik werpen op het depot of tenminste een deel ervan. Veel bewaart het museum immers in gebouwen in de omgeving. Maar wat we te zien krijgen is al fascinerend genoeg.

 

Als duidelijk teken van de komende verhuis, heeft men in elke zaal rode kisten geplaatst en zo vernemen we er een of ander feitje over de geschiedenis van de zaal of de getoonde voorwerpen. Zo  blijkt dat er slechts een enkele zaal (zaal 16) bewaard is in de toestand zoals architect Giraud die installeerde. Het decor is nog steeds hetzelfde, ook de lichtinval en aan de grote vitrinekast met twee opgezette krokodillen is nog niets veranderd. Let ook op de wandvitrines met een combinatie van foto's en objecten; dat was uitermate modern op het einde van de negentiende eeuw.

 

 

 

MONUMENT VAN EEN TIJDPERK

 

Leopold II had een grote bewondering voor de Franse Beaux­Artsstijl (dé stijl van prestigegebouwen in heel de wereld van toen) en hij liet Giraud een museum bouwen, dat bestond uit een kolossale metalen constructie gecamoufleerd achter klassieke gevels, net als het Petit en Grand Palais in Parijs. Een aantal zalen is versierd met wandschilderingen van Emile Fabry, ook bekend van zijn symbolistische decoratieve werken in het gemeentehuis van Sint-Gilles. Hij werd niet gehinderd door enige kennis over het Congolese landschap en heeft nooit een voet in Afrika gezet; hij werkte naar zwart-wit foto's. Hetzelfde is waar voor de Brusselse schilder Amedée Lynen, die de catalogus van de koloniale wereldtentoonstelling illustreerde. Lynen is vooral bekend gebleven door zijn charmante  taferelen van het volksleven in Brabant. Het ging er in de koloniale visie van Leopold II dan ook niet om kunstenaars een ooggetuigenverslag te laten schilderen. Er was daar waarschijnlijk niet veel tijd voor. En wat telde was een fraai propaganda- of communicatie­effect. Het publiek kon tenslotte al echte Congolezen zien in het park van Tervuren.

 

Maar  goed, het hele museum is een uitdrukking  van de tijdsgeest van toen, met de verdeling van de wereld in invloedzones, koloniën of protectoraten. Maar dat vermindert helemaal niet de waarde van het museum als monument van een historisch tijdperk. Men ziet er, vooral in de rotonde die uitgeeft op de tuin, monumentale beelden die we vandaag als volledig fout ervaren. Men kan de geschiedenis, de oudere en recentere van Congo, nu eenmaal  niet veranderen of vergeten. Het zou dan ook wijs zijn die zalen te bewaren zoals ze zijn, met de nodige didactische begeleiding. Zal men ooit het Gravensteen afbreken omdat er een middeleeuwse dictatuur regeerde?

 

 

 

VINDPLAATS VOOR ONDERZOEK

 

Tervuren mag dan al een uitzonderlijke collectie sculpturen bezitten, die weegt in aantal niet op tegen de overweldigende hoeveelheid naturalia, opgezette dieren (een zeer populair onderdeel van het museum), slangen (maar liefst 16.000) in bokalen, vlinders, insecten enz. steeds in grote hoeveelheden. We vinden er zelfs een onwaarschijnlijke verzameling olifantenschedels. Denk niet dat het museum zowat 150 olifanten heeft laten neerschieten om de schedel te recupereren en de verzameling uit te breiden. De werkelijkheid is  veel prozaïscher. Het gaat hier vooral om  jachttrofeeën. Rijke jagers organiseerden expedities naar Belgisch Congo, maar ook naar Brits Afrika (nu Kenia en Zambia) om in Europa met dit soort omvangrijke souvenirs te pronken. De meeste stukken in Tervuren zijn afkomstig van twee verwoede jagers en verzamelaars, van wie de bekendste baron Henri Lambert (erfgenaam van de  bank) was. Die collectie heeft toch een zekere wetenschappelijke waarde omdat er specimen van verschillende leeftijd  aanwezig  zijn en men vaak ook informatie heeft over de datum en de plaats van herkomst. Zo kan men de ontwikkeling van een diersoort en de verspreiding ervan bepalen.

 

De overvloed aan schedels en geraamten heeft al tot ontdekkingen geleid. Zo is een ondersoort  van de chimpansee, de bonobo (dwergchimpansee), die uitsluitend aan een zijde van de Congostroom voorkomt, in Tervuren ontdekt en beschreven aan de hand van een paar schedels, die men aanvankelijk toeschreef aan jonge chimpansees. De enorme verzameling blijft zo een vindplaats voor onderzoek.

 

Men heeft uiteraard kunnen putten uit die overvloed voor de aanmaak  van de diorama's  in de jaren 1970. Het spektakelelement dat men zo aanbracht werkte als een sensatie. Voor velen is dat het beeld van Tervuren gebleven. En de ouders waren verzekerd van het succes van hun uitstap naar het 'Congomuseum'. Dat daar een en ander bij het haar getrokken was, dat had voor de enthousiaste jongere  bezoekers geen belang.

 

 

ONTDEKKING

 

Een kleine sensatie vandaag is het zaaltje met gietvormen, die men bij toeval onder een trap ontdekte. De beeldhouwer Arsène Matton (1873-1953) verbleef in 1911 en 1915 in Congo om beelden van de bevolkingstypes te maken. Hij maakte afgietsels van zijn modellen - niet eenvoudig in een zeer bijgelovige maatschappij - in gips die hij naderhand in brons goot. Men wou zo de verschillende rassen tonen, geheel in de geest van de tijd. Matton werkte in een academische stijl, maar uiteraard zeer natuurgetrouw. Let op het kleine portretje in ivoor van een kind. Dat is misschien wel het geheel onbekende meesterwerk van Matton.

 

De collectie Afrikaanse beelden (al omvat de collectie ook beelden van de Amerikaanse indianen) is wereldbekend. Men toont nu een nogal verwrongen Pendemasker van een behekst individu, naast een afbeelding van Les Demoiselles d'Avignon van Picasso. De gelijkenis met een figuur bij Picasso is sprekend. Zou  Picasso zo een beeld gezien hebben? Dat is onwaarschijnlijk omdat de Pendebeelden toen nog niet bekend waren. Het museum houdt het bij een groot toeval.

 

De twee curatoren, Kristien Opstaele en Sandra Eelen, hebben een poging gedaan om de collectie neksteuntjes wat meer in extenso te tonen. Het museum bezit er 1.500 exemplaren van, we zien er 150 van. De totale etnografische verzameling omvat 120.000 voorwerpen.

 

 

 

HET NIEUWE  TERVUREN

 

In juli 2012 gaat het museum dicht, voor het eerst sedert de opening in 1910, onderstreept de directeur, Guido Gysels. Via de renovatie krijgt het oude gebouw zijn oorspronkelijke kwaliteit terug en met een nieuwbouw komt er meer ruimte voor onthaal en tentoonstellingen.

 

De grote veranderingen gebeuren dus in de onmiddellijke omgeving. Daar  komt een groot, nieuw  onthaalpaviljoen, met ruimte voor auditoria, vergaderzalen, een restaurant en de shop. Alleen daardoor  al komt er in het oude gebouw veel meer ruimte vrij voor de permanente collectie. Vanuit het onthaalpaviljoen loopt een grote ondergrondse galerie naar het museum. Het is veel meer dan een grote gang: er is plaats voor tijdelijke tentoonstellingen. En gelet op de status van het  Afrikamuseum kan men het niet houden bij minitentoonstellingen. Het voordeel van deze aanpak is dat de traditionele skyline van Tervuren (en de visie van Leopold II) niet verandert. Wat het oude museum betreft: men zal blijkbaar terug gaan naar het oorspronkelijke concept van Giraud, met behoud van vitrines en nog zichtbare muurschilderingen. Over de 'kolonialistische' rotonde aan het park zal wellicht nog wat discussie ontstaan. Maar de oorsprong van het museum ligt nu eenmaal in de Vrijstaat Congo. Dat mag men niet vergeten.

 

In 2015 gaat het museum opnieuw open. Directeur Guido Gryseels verzekert er ons nu al van dat oude vedetten als de grote prauw (zonder twijfel het grootste Congolese voorwerp in het buitenland) en de grote olifant van de partij zullen zijn. Maar wij kijken vooral uit naar de manier waarop hij met de collectie werkt. Zal het verder gaan dan van 1% naar 2%? Een eenvoudige opgave is het zeker niet. Succes.

 

Joost De Geest

 

 


 

Info

Tentoonstelling Uncensored.

Kleurrijke verhalen achter de schermen

Nog tot 8 juli 2012

Open: van dinsdag t.e.m. vrijdag van 10 tot 17 uur

zaterdag en zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

Leuvensesteenweg 13

3080 Tervuren

Tel. 02 769 52 11

www.africamuseum.be

 

Eind 2012 sluit het museum voor een grondige renovatie