U bent hier

Max Bill - Eindeloze kronkel

Max Bill - Eindeloze kronkel

'Phidias, Raphaël, Seurat creëerden de kunstwerken van hun tijd, met middelen eigen aan die tijd. Sindsdien werden evenwel de gezichtsvelden ruimer. De kunst heeft bezit genomen van gebieden die haar destijds ontzegd waren. Hierin kan men o.m. gebruik maken van een mathematische denkwijze die, ondanks rationele elementen, tal van ideologische gegevens bevat die een uitzicht bieden op nog onontgonnen terreinen.' Deze woorden van Max Bill kunnen een eerste inzicht verschaffen in zijn artistieke opvattingen. Professor aan het Hoger Instituut voor plastische kunsten te Hamburg en Raadslid in het Zwitserse federale Parlement, is Max Bill tevens beeldhouwer, schilder, architect en typograaf ; hij ontwerpt vormen voor de industrie, organiseert tentoonstellingen en streeft er naar zijn opvattingen op pedagogisch en politiek terrein ingang te doen vinden. Een ring, een samovar, een toneeldecor, een gebouw, een schrijfmachine, dit alles kan de signatuur Max Bill dragen, evenals een publicatie over concrete kunst, een schilderij, en tenslotte zelfs een sculptuur. Kortom, hij is een fervent voortzetter van de ideëen van het Bauhaus. Nog jong voelde hij zich aangetrokken tot deze kunstschool te Dessau in Duitsland. Daar werd het concept gehuldigd dat kunst met alle aspecten van het leven verbonden is. Deze opvatting heeft bijgedragen tot een dynamische ontwikkeling van de kunst en tot een wijziging in de taak van de kunstenaars in onze tijd. De romantische afzijdigheid van buitenstaanders lieten zij varen, om een in de maatschappij geïntegreerde en deze maatschappij veranderende rol te gaan vervullen. Toen Max Bill in 1927 op negentienjarige leeftijd in het Bauhaus kwam, leraarden daar niemand minder dan Walter Gropius, Paul Klee, Kandinsky, Schlemmer, Albers, allen kunstenaars die tot de kunst van de twintigste eeuw sterk persoonlijk hebben bijgedragen. Het vertrekpunt van Max Bills vernieuwde kunstopvattingen ligt waarschijnlijk bij Kandinsky die reeds in 1912 in zijn werk 'Ueber das Geistige in der Kunst' erop stond dat de artistieke verbeelding door een mathematische conceptie zou worden geschraagd. Ook Bill poneert dat kunst niet enkel op het gevoel mag gebaseerd zijn maar eveneens en in sterkere mate nog op een idee moet steunen. Als analoog voorbeeld haalt hij de muziek aan van J. S. Bach die met precieze mathematische middelen aan de klankmaterie vorm gaf en aldus perfecte muzikale structuren creëerde. Alles wat Max Bill doet past volgens hem in alle opzichten en zonder waardeverschil in de grotere samenhang van wat hij noemt 'Umweltgestaltung', d.i. een structurele organisatie of vormgeving van de wereld om ons heen: zijn creatieve arbeid wil hij in zijn geheel dienstbaar maken voor de mensheid. In dat geheel van zijn strevingen geven de zgn. vrije kunsten, de schilder- en beeldhouwkunst, hem de kans om zonder compromis volledig naar eigen inzichten zijn doelstellingen te realiseren. In deze 'concrete' kunst zoals hij ze noemt, brengt hij zichtbare en tastbare voorbeelden van harmonie en orde. De fundamentele principes van kleur, vorm, ruimte en ritme, gebaseerd op mathematische beginselen onderzoekt hij in welbepaalde thema's. Een zeer goed voorbeeld van een dergelijke systematische onderneming zijn de ruimtelijke constructies die Bill maakte op het thema van de Moebiusband. Hoewel de kunstenaar toen niet op de hoogte was van het Moebiusprincipe, realiseerde hij in 1935 een eerste 'Eindeloze kronkel'. De mathematicus A. F. Moebius (1790-1868) ontdekte in 1858 het principe van de oneindigheid die in zichzelf gesloten is: het symbool van de ruimte waarin men steeds verder kan gaan en toch steeds terugkeert, zodanig dat wat 'binnen' was 'buiten' wordt en omgekeerd. Door aan een vlak één enkele torsie te geven en de uiteinden bij elkaar te brengen, krijgt men een ruimtelijke ontwikkeling, een kronkel met eindeloze binnen- buitenbeweging. In de ritmische verdeling tussen de massa en de omspannen ruimte wordt door Max Bill in de 'Eindeloze kronkel' een evenwicht uitgebalanceerd rondom een denkbeeldige verticale as. Daarop bereikt de kronkel zijn hoogste spanning. De deining van het materiaal wordt in een scherp omlijnd smal omtrekvlak opgevangen. Aan de definitieve uitvoering van de 'Eindeloze kronkel' zoals ze in Middelheim in gepolijst brons is opgesteld, zijn nog drie andere versies voorafgegaan. Behalve deze bronsuitvoering van de vierde versie voorzag de kunstenaar granietuitvoeringen. In het Musée National d'Art Moderne te Parijs is een dergelijke granietuitvoering ten toon gesteld. De drang naar perfectie in de vorm en in het materiaal, die in de 'Eindeloze kronkel' opvalt, typeert het streven van Max Bill om een harmonieuze zakelijke situatie voor te stellen; perfectie is tevens voor hem een waarborg tegen veroudering of slijtage, een middel om een esthetische boodschap duurzaam verder te doen leven. Hetzelfde thema heeft dus verschillende aspecten gekregen en werd verder aanleiding tot nieuwe opzoekingen die in andere werken resulteerden, zoals bv. 'Ritme in de ruimte' (1947) of 'Constructie vanuit een cirkel' (1966). 'Men kan', zoals Georg Schmidt reeds in 1943 schreef, 'de constructies van Max Bill zuiver met het gevoel ondergaan en de elementaire wetmatigheden met eigen lichaam en geest vergelijkend begrijpen en als geslaagde observaties ervaren. Men kan ook de moeizamere weg bewandelen van de analyse en de bewustwording, die de basis vormt van elk van Bill's werken. Ongetwijfeld is deze tweede, lastigere weg de meest vruchtbare; zoals men eerst een berg dient te bestijgen om dan pas het genot van het wijds uitzicht intens te kunnen beleven.' In het œuvre van Max Bill wordt onder tal van facetten betoogd wat Gustave Flaubert reeds in 1852 samenvatte onder de woorden: 'Kunst zal iets zijn in het midden tussen algebra en muziek'.