U bent hier

Magritte & Broodthaers onder één hoedje

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Magritte

 

Vijftig jaar geleden stierf René Magritte. Dat wordt herdacht met een tentoonstelling in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België waarin het werk van onze meest iconische surrealist wordt geconfronteerd met dat van Marcel Broodthaers en van een hele schaar hedendaagse kunstenaars. Niet zo zeker of hij dat zelf zou gewaardeerd hebben.

 

Voor Magritte kon zijn werk niet genoeg worden tentoongesteld en daarin verschilde hij zeker niet van het gros van zijn collega’s. Wel liep hij te mopperen over de aard van die tentoonstellingen. Liefst geen groepstentoonstellingen, te veel concurrenten. Thematisch dan? Ook niet, te veel dwaze thema’s. Liefst enkel eigen werk, maar dan niet chronologisch voorgesteld… Het ongeluk wil dat hij op prestigetentoonstellingen de vedetterol vaak met iemand anders moest delen. Meer dan eens was dat Paul Delvaux, die hij wel kon verdragen, maar die hij niet als geestgenoot of vriend beschouwde. Schamper merkte hij op dat het altijd hetzelfde liedje was: hijzelf weer eens in het gezelschap ‘del veau’, terwijl hij ook wel ‘del cochon’ lustte, of ‘del boeuf’ [‘del’ zijnde het Picardisch dialectwoord voor ‘du’]. Eén zaak is zeker: het thema van deze tentoonstelling zou hij genadeloos hebben afgeschoten.

 

Curator Michel Draguet heeft gekozen voor een confrontatie: René Magritte, Marcel Broodthaers en de hedendaagse kunst. Dat is wel veel hooi om op een vork te laden zonder te morsen. Gelukkig is er handig met het overaanbod omgesprongen. Elke zaal draait om een thema of stelling met een werk van Magritte als ijkpunt (en blikvanger). Wie dat voor ogen houdt bereikt veilig het laatste werk, The End van Ed Ruscha.

 

Maar een opstelling is ook een stelling. En die is in de eerste zaal nogal radicaal. Uitgangspunt is weliswaar het schilderij La page blanche (het onbeschreven blad), het allerlaatste werk van Magrittes hand, maar de blikvanger is een filmpje waarin René Magritte en Marcel Broodthaers een aantal identieke handelingen verrichten met sterke ‘magrittiaanse’ inslag en waarbij Magritte zijn bolhoed aan Broodthaers overhandigt. Enkele andere werken van Broodthaers lijken die overdracht kracht bij te zetten.

 

Marcel Broodthaers behoorde alvast niet tot de intimi van René Magritte. Zij hebben elkaar sporadisch ontmoet en Magritte heeft zelfs ooit een goed woordje gedaan om een werk van Broodthaers in de verzameling van de Koninklijke Musea op te nemen. Maar dat zal het zowat geweest zijn. Die overdracht is dus wel iets te kort door de bocht.

 

Broodthaers, de onechte zoon

 

Het staat buiten kijf dat Broodthaers het werk van Magritte bewonderde en gevoelig was voor een aantal picturale formules die hij ronduit revolutionair vond. Die draaien rond het gebruik van taal en woord in schilderijen. Iconisch is hier het beroemde schilderij La trahison des images (woordbreuk der beelden) met de pijp en de veelzeggende tekst: Ceci n’est pas une pipe. In tegenstelling tot velen neemt Boodthaers geen genoegen met de goedkope uitleg die Magritte zelf uit verveling ooit gegeven heeft dat dit geen pijp is omdat je ze niet kan roken. De betekenis van het schilderij reikt veel verder dan een onnozele woordspeling; het gaat hier wel degelijk om een breuk tussen het woord en zijn betekenis, letterlijk een ‘woordbreuk’, of zo men wil een verraad. Dan doet het er niet toe of de stelling positief of negatief is: pijp of geen pijp. Het vertrouwen is zoek, voor goed. Magritte heeft ooit voor de talrijke lastposten die hem met vragen om uitleg bestookten een volledig arsenaal aan voorbeelden gegeven dat een woord een voorwerp kan uitbeelden, herhalen, verbergen, transponeren. Broodthaers toont met eenvoudige middelen – een ‘magrittiaans’ recept – hoe dat in zijn werk gaat. Hij maakt een installatie van drie identieke schrijfmachines met telkens een vel papier waarop een enkel woord te lezen staat: PARLE – ECRIT – COPIE. Het zijn manieren van omgaan met het woord. Bovendien zijn het draagbare schrijfmachines, dus het woord kan ook nog verplaatst worden. Dezelfde relatie wordt ook nog geïllustreerd door Joseph Kosuth met zijn installatie One and three radiators, drie verschijningsvormen van hetzelfde begrip ‘radiator’.

 

De verschuiving ten opzichte van Magritte is wel duidelijk. Magritte speelt met de bevreemding als een uitgesproken surrealistisch uitdrukkingsmiddel. Broodthaers daarentegen gaat de conceptuele toer op, idem Kosuth. Het woord – met of zonder verwijzing – valt samen met de eigenlijke beeldende boodschap en deze kan naar eigen believen vermenigvuldigd worden of integendeel als unicum gekoesterd worden. De drager is naar keuze: papier, doek, reclamebord, dia, film, installatie, noem maar op.

 

De filmpjes die Broothaers samen met zijn echtgenote Maria Gilissen draait zijn in dat opzicht zeer illustratief. Al lijken zij op de filmpjes die Magritte graag met huisgenoten en vrienden ensceneerde, het zijn geen gratuite home movies, verre van. La Pluie (Projet pour un texte) toont ons Marcel Broodthaers die met de pen een tekst probeert neer te schrijven. Regen komt opzetten en wist de tekst volledig uit ondanks de krampachtige pogingen van de kunstenaar om verder te schrijven. Het resultaat is een volledig wit blad en inkt die geen inkt meer is. Alles lost op in witte en natte leegheid.

 

Fascinerend in zijn eenvoud en in geslaagd contrast met de andere blikvanger van deze zaal: een doek van Magritte: het portret van een jonge vrouw die beschenen wordt door een kaars die duisternis in plaats van licht uitstraalt.

 

Magritte onnavolgbaar

 

Alsof de regen de aanwezigheid van Broodthaers overbodig heeft gemaakt, verwatert vanaf hier zijn aanwezigheid op de tentoonstelling en wordt ze overgenomen door andere artiesten. En hier is de oogst ongelijk. Sommigen zijn verblind door hun bewondering, anderen zijn dan weer niet technisch of picturaal tegen Magritte opgewassen.

 

Magritte heeft bijvoorbeeld een hele reeks brandende voorwerpen uitgebeeld. Dat kreeg navolging en hijzelf noemde de brandende giraf van Dali ronduit plagiaat. Wat bakken de bewonderaars ervan? In een filmpje van Leo Copers staan de voorwerpen inderdaad in lichterlaaie. Arman lost het op met een knipoog: een hybride instrument half tuba, half brandblusser (hebt u hem?). De pop art beschouwde Magritte als een soort peetvader, hetgeen hij de ene dag aanvaardde en de andere weer weglachte. Jasper Johns komt met een overtuigende formule voor de dag: hij verpakt alledaagse voorwerpen in een metalen keurslijf.

 

De beruchte periode vache van Magritte, een reeks provocatieve wild geborstelde schilderijen in schreeuwerige kleuren, zou gefundenes Fressen moeten zijn voor pop artiesten of beoefenaars van bad painting uit de jaren 1980-1990. Maar wat blijkt? Zij vallen stuk voor stuk door de mand en kunnen niet tippen aan de absurditeit van Magrittes heerlijk vulgaire kliederwerk. Spijtig dat er niet meer te zien zijn, zoals de automobilist die tegen een boom staat te wateren, of de trommelende paaskonijntjes; het is werk dat na al die jaren verdedigers van de goede smaak nog uit hun vel doet springen.

 

De kunstenaars volgen elkaar op, maar in elke zaal blijft Magritte de trekpleister. De conclusie ligt voor de hand. René Magritte is een kunstenaar met een ongemeen rijk arsenaal aan visuele formules en bovendien een uitmuntend vakman. De kunstenaars die hem omringen hebben aan die rijke bron geput, één of meerdere van die formules overgenomen en verder ontwikkeld. Met zijn veelzijdigheid blijft Magritte wel op een eenzame hoogte.

 

Dat brengt ons terug bij de opener van de tentoonstelling: La page blanche (het onbeschreven blad), zoals gezegd zijn laatste werk. De onoplettende toeschouwer ziet hierin slechts een rustig nachtelijk tafereel met een volle maan en gebladerte. Dan pas dringt het door dat de maan niet tussen of achter het gebladerte zit, maar ervoor. In extremis heeft Magritte het maansikkeltje vervangen door een volle maan, net om de boodschap duidelijker te maken. Een boodschap is het niet, ook geen symbool, wel een zichtbaar maken van het geheimzinnige, dus van de poëzie van het universum. Het is geschilderd in een zo onopvallend mogelijke stijl, met weglating van alle ogenschijnlijke virtuositeit of originele penseelvoering. Ook dat is typisch ‘magrittiaans’: de zeggingskracht van het beeld primeert. Met dit werk wordt ook de stelling ontzenuwd dat na de internationale erkenning het bergaf ging met Magrittes inspiratie en dat hij slechts variaties op ouder werk produceerde. Dit onbeschreven blad was toevallig zijn laatste.

 

Surrealistische extraatjes

 

Het hoeft niet te verwonderen dat de tentoonstelling Magritte, Broodthaers & de hedendaagse kunst druk wordt bezocht. Groepen verdringen zich voor de werken onder leiding van degelijk opgeleide gidsen. De tentoonstelling wordt voorafgegaan door twee smaakmakers die op uiteenlopende wijze door de gidsen worden benaderd. Smaakmaker nummer een: in een aantal alkoven tegenover de tentoonstellingsshop worden we vergast op een boeiend en goed gedocumenteerd overzicht van leven en werk van de dichter Marcel Lecomte, compagnon de route van Magritte en over wie Marcel Broodthaers een werk gemaakt heeft. Hier lopen de gidsen en hun volgelingen meestal op een draf voorbij. Spijtig voor Delvaux, Graverol, Mesens, Alechinsky, Baes, Guiette en de anderen.

 

Smaakmaker nummer twee: een installatie bestaande uit een Fiat cinquecento bemand door poppen in de gedaanten van René Magritte achter het stuur, naast hem Marcel Broodthaers en op de achterbank Maria Gilissen. De symbolische waarde van deze installatie wordt wel uitvoerig door de gidsen uit de doeken gedaan. Zij gaan evenwel voorbij aan een aantal tegenstrijdigheden. Magritte zou nooit op vakantie trekken zonder zijn echtgenote Georgette en zeker niet met mensen die hij maar oppervlakkig kende, in casu het echtpaar Broodthaers. Bovendien zou Magritte nooit met een traag licht autootje als een cinquecento op weg gaan. Magritte was een barslechte chauffeur. In de zomer van 1962 is hij ooit de eigenaar geweest van een rode Lancia. Hij heeft er een halve week mee rondgereden en tussen Steenokkerzeel en Halle via Sint-Joost-ten-Node voor ophef en blikschade gezorgd. Dan werd de geblutste bolide van de hand gedaan en nooit meer vervangen.

 

Tot slot nog een woordje over de tentoonstellingsshop. Kijk uit voor een aantal surrealistische verrassingen met pit: WITBIER van / de MAGRITTE. Voorts groene appels die niet eetbaar blijken te zijn en die je niet mag aanraken. En een ingelijste pijp die je evenmin mag aanraken, maar waarop blijkbaar al gesabbeld werd. Je draait je voor minder om in je graf.

 


Archief

www.tento.be