U bent hier

Leo Dohmen - Een piraat in het klooster

Leo Dohmen, L'ambitieuse, 1956

 

Het fotografiemuseum van Charleroi huist in een voormalig karmelietenklooster en ademt daarom een bijzondere sfeer uit. De eigentijdse inkleding zorgt voor contrast, zonder aan het oorspronkelijke afbreuk te doen. Laat in die ruimten een tentoonstelling plaatsvinden van de Antwerpenaar Leo Dohmen, de man die zijn vrienden als 'De Piraat' aanspraken en het is vuurwerk verzekerd. 

 

 

EEN VRIJBUITER? 

 

De grote overzichtstentoonstelling Het Surrealisme in België in het BAM te Bergen, een tweetal jaar terug, had het al duidelijk gemaakt: Leo Dohmen (1929- 1999) was niet zo maar een epigoon in het surrealistisch avontuur. Zijn werk telde mee, al deed hij er alles aan om niet au sérieux genomen te worden. 

 

Zijn verschijning kon je van alles laten veronderstellen: levensgenieter, womanizer, cynicus of grappenmaker, kunsthandelaar - al dan niet onder pseudoniem - en later nog beeldend kunstenaar. Grote theorieën schuwde hij niet, krasse uitspraken of schuine moppen evenmin. Hij kon een stevig glas verzetten. Een viriele sigaar deed hem stralen, net als een goed verkoopbaar schilderij. Zijn breedste smile kwam te voorschijn bij het evoceren van een arrestatie wegens pornografie. Een vrijbuiter, een piraat dus, maar veel meer dan dat. 

 

Achteraf bekeken blijkt hij de surrealistische fotografie met een aantal stevige iconen te hebben verrijkt; maar uitgerekend daarover hebben wij hem nooit horen opscheppen. Evenmin over de rel die Marcel Mariën rond René Magritte uitlokte en waarin hij tot over de oren betrokken was. Het deed niet enkel het surrealistisch wereldje op zijn grondvesten daveren, maar beroerde de kunstscène tot ver over de grenzen. 

 

 

BRAVO MAGRITTE! 

 

Wat was er gebeurd? Op de vernissage van een overzichtstentoonstelling van René Magritte in het Casino van Knokke tijdens de zomer van 1962 deed een vlugschrift de ronde waarin de kunstenaar een groot rabat op al zijn kunstwerken aankondigde, zogezegd om de speculanten voor te zijn en iedereen in staat te stellen zijn werk tegen een schappelijk prijsje in huis te halen. De surrealisten, André Breton op kop, juichten het initiatief toe, de kunstverzamelaars waren geschokt en vreesden een ontwaarding van hun collecties. Magritte was razend. Hij had de komende maanden de handen vol om iedereen duidelijk te maken dat hij het slachtoffer was geweest van een wansmakelijke "' grap en dat hij er zeker niet aan dacht zijn werk tegen dum­pingprijs te verkopen. 

 

Alsof het in scène was gezet, was het de toenmalige Minister van Justitie die Magritte het pamflet onder de neus duwde en hem ook nog voor zijn moedig initiatief feliciteerde. Hij zag duidelijk geen graten in de fotomontage bovenaan het document: een bankbriefje van honderd frank waarin het hoofd van Leopold de Eerste door dat van Magritte vervangen was, in feite een regelrecht geval van valsmunterij. Het werd bovendien als een collage van Magritte voorgesteld met de veelzeggende titel: Les Travaux forcés, een ondubbelzinnige verwijzing naar de straf die op valsmunterij staat. 

 

De stunt van Marcel Mariën was een succes over heel de lijn. Vandaag nog is Grande Baisse één van de meest spraakmakende surrealistische pamfletten ooit. De blikvanger ervan is uiteraard het hoofd van Magritte op een bankbiljet. De fotomontage was het werk van Leo Dohmen. 

 

 

FOTOGRAAF MET TECHNISCHE BAGAGE 

 

Leo Dohmen bedient zich van een vereenvoudigd idioom dat hij met grote zorg opbouwt. Zijn oeuvre is zeker niet omvangrijk en is gegroeid uit liefhebberij voor fotografie zoals die in de modale fotoclub beoefend wordt. Maar Dohmen ontgroeit het amateurisme en slaat een experimentele weg in. Zijn grote voorbeelden zijn internationale wegbereiders zoals Man Ray, maar het Antwerps klimaat zit ook wel mee. De fotomontage wordt er druk beoefend, door onder meer Paul Joostens, Georges Mariën (geen familie van Marcel Mariën), Robert Geenens. 

 

Maar het is de kennismaking met Marcel Mariën die hem definitief in surrealistisch vaarwater brengt. Artistiek vullen de twee elkaar goed aan. Dohmen portretteert Mariën in een aantal surrealistische situaties die aanleunen bij hetgeen deze laatste in de jaren veertig al beproefd had. Mariën had zichzelf gefotografeerd als een armloze pianist. Dohmen toont hem als een lezer met rijlaarzen in plaats van armen, of als iemand die met een nijptang letters uit een boek probeert te verwijderen, of schuilend onder een regenscherm voor een neerslag van geld. 

 

De surrealistische provocatie rendeert maximaal dankzij een sterke visuele prikkel. In die context is de opeenstapeling van effecten dodelijk en dat heeft Dohmen zeer goed begrepen. Hij legt de klemtoon op een minimale ingreep. Wat gaat er in ons om wanneer het schaamhaar van de geliefde een getijgerde textuur blijkt te hebben? De flitslamp een brandende kaars blijkt te zijn? Het meisje, net als bij Magritte, een zebrahuid heeft? Een close-up brengt onze vastgeroeste waarnemingspatronen in de war. Een mond is een readymade, een tepel een kosmische verschijning. André Breton hield veel van L'Ambitieuse: een frontaal portret van een glimlachend meisje. Maar de kunstenaar heeft de lachende mond omgekeerd en die kleine ingreep brengt ons van de wijs. Wat een kortsluiting! Net wat het surrealisme beoogt. 

 

Het kan nog eenvoudiger: een dode witte muis, geklemd in een val. Deze keer geen ingreep, maar juist de titelvoering maakt het beeld uitdagend: Marcinelle, gedateerd 1956. 

 

 

FOTOGRAFIE EN SURREALISME

 

Het werk van Leo Dohmen is aanvankelijk op erg discrete wijze verspreid, enkel via Marcel Mariëns tijdschrift Les Lèvres nues (tweede reeks). De bekendheid groeit stilaan op het ogenblik dat het surrealisme een afstervend fenomeen wordt, tot een gewillig studieobject verwordt. 

 

Dan blijkt dat het surrealisme in België slechts een handjevol degelijke fotografen gekend heeft. Onder hen een aantal betere amateurs, zoals René Magritte, Marcel Mariën of Georges Thiry; de eerste twee met uitmuntende en hoogst surrealistische visuele vondsten, de laatste met een hele reeks portretten van de groepsleden en andere kunstenaars en een alsnog onuitgegeven collectie foto's van prostituees, een Brusselse tegenhanger van de Storyville reeks van de Amerikaan E. J. Bellocq. Technisch moeten zij het afleggen tegen mannen van het vak: Raoul Ubac, Marcel Lefrancq en Leo Dohmen. Hun vernieuwende beelden stoelen op middelen die aan de fotografie zelf ontleend worden. Zodoende kan de visuele vondst ten volle renderen. 

 

 

SCHANDAAL OM EEN FILM 

 

Voor Marcel Mariëns schandaalfilm L'Imitation du Ciné­ma staat Leo Dohmen in voor de setfotografie, hij is tevens coproducent. De surrealistische humor is alom tegenwoordig, zo ook het antiklerikalisme. Het jaartal is 1959. Het schandaal in het preconciliaire België is enorm. De film wordt het doelwit van een hevige perscampagne. De censuur treedt op en, ultieme bekroning, in Frankrijk wordt het vertonen van de film helemaal verboden. In die context heeft niemand oog voor de uitstekende foto's die verondersteld waren de film promotioneel te ondersteunen. Een gemiste kans, want de bestaande foto's geven een juiste interpretering van het scenario: bevreemdend, onwezenlijk, humoristisch en, waar nodig, hoogst erotisch. Een publicatie als fotoroman met de synopsis van Marcel Mariën zou het overwegen nog altijd waard zijn. 

 

Het surrealisme is niet dood, maar ook niet meer springlevend. Tom Gutt, die de hoofdrol speelde in L'Imitation du Cinéma, heeft tot de jongste eeuwwisseling de laatste gestructureerde surrealistische groep in ons land geleid, op de juiste wijze creativiteit aan provocatie parend (affiches VOTEZ SADE in volle verkiezingsstrijd). De ene actie slaagt beter dan de andere, maar de erfenis van het historisch surrealisme is zwaar te dragen. Daarom is het des te opmerkelijk dat schilder en collagekunstenaar Gilles Brenta op het bankbiljet met Magrittebeeldenaar van Leo Dohmen verder bouwt. Het hoofd van Magritte is vervangen door de schedel van een gorilla, het uniform van de Koning bleef onaangeroerd, zo ook de haardos van Magritte. Een collage binnen de collage. Maar Dohmens beeld behoort ondertussen tot het surrealistisch visueel patrimonium. 

 

Eén zaak maakt deze overzichtstentoonstelling duidelijk: 'De Piraat' zadelt ons op met enkele onvergetelijke beelden, subversief of dromerig, surrealisme van het zuiverste water. Die geest wil niet terug in de fles, nog lang niet.

 

Rik Sauwen

 


INFO

 

Tentoonstelling

Copyright Leo Dohmen

Nog tot 17 januari 2010 

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag

 

Musée de la Photographie

Avenue Paul Pastur 11

6032 Charleroi

Tel. 071 43 58 10

www.museephoto.be