U bent hier

Klatergoud en zilveren bellen - Een verzameling rammelaars

Zilveren rammelaar met bloedkoraal, John Lingard (?), Londen (?),ca. 1720-1740

 

Klatergoud mag vandaag dan een minder waardevol beeld oproepen, vroeger was een gouden klater in babyhandjes de trots van een familie. Oude teksten laten met vermeldingen als eenen gouden kinderelater met drye gouden bellekens ende een cristal over de kostbaarheid van de klinkende kleinoden geen enkele twijfel bestaan. Dit najaar is het al Klatergoud en zilveren bellen wat blinkt in het Zilvermuseum Sterckshof. 

 

 

KLINKENDE KLATERS

 

Vanaf de late middeleeuwen werden in gegoede kringen rammelaars in edele metalen en andere kostbare materialen populair. De klater deed zijn intrede als statussymbool. Voor dagelijks gebruik of voor wie zich zulke schatten niet kon veroorloven, werden ook eenvoudige rammelaars gemaakt in onder meer tin, hout, aardewerk en zelfs in rietvlechtwerk. De rammelaars zijn vooral uit West-Europa afkomstig. Samen met innemende portretschilderijen en miniaturen van kinderen met rammelaars vormen ze een fascinerende ontdekkingstocht door de wereld van de allerkleinsten. Achter de schitterende klaters schuilt meer dan louter rinkelend speeltuig: beschermende krachten, kinderverhalen en historische fei­ ·ten worden gevat in kostbare materialen, vrolijke vormen en klingelende belletjes. 

 

Rammelaars dienden niet alleen om gehoor, ademhaling en motoriek te stimuleren. De klinkende klaters fungeerden bovenal als (geluids)amuletten om kwade geesten te verjagen. Dit element speelde mee in de materiaalkeuze: tal van (kostbare) natuurlijke materialen bezaten volgens aloud volksgeloof bijzondere beschermende krachten. Als amulet-bijtstukken droegen tanden van roofdieren, stukjes koraal of bergkristal hun steentje bij aan het spirituele welzijn van de kleine spruit. De bijtstukken moesten ook de pijn verzachten bij het uitkomen van de eerste tandjes. 

 

Vooral in Duitsland en de omliggende gebieden werden in de zestiende en zeventiende eeuw rammelaars met grote tanden van roofdieren gemaakt. Hoewel slechts weinig exemplaren bewaard zijn gebleven, werden kinderen op heel wat portretten afgebeeld met rammelaars waarop tanden van wolven, beren, everzwijnen of zelfs haaien waren gemonteerd als symbool van macht en aanzien. Als alternatief voor het vaak gebruikte koraal en bergkristal waren fijn gedraaide ivoren of benen handvatten vooral in de tweede helft van de negentiende eeuw zeer populair. 

 

 

EEN SCHITTEREND GESCHENK

 

Rammelaars onderstreepten als pronk- en erfstuk de familiestatus of een bepaalde vriendschapsband. Niet zelden werden ze door de peter, meter, grootouders of vrienden aan de boreling geschonken. Naast archiefdocumenten getuigen rammelaars met gegraveerde inscripties zelf over dit gebruik. In uitzonderlijke gevallen, met name in koninklijke en hoge adellijke kringen, was een officiële instantie de schenker. In Nederland en Oostenrijk was het gebruikelijk om aan een pasgehuwd stel een zilveren munt te schenken. Bij de geboorte van hun eerste kind volgden belletjes en het eventuele fluitje. Zo kwam in verschillende stappen een nieuw erfstuk tot stand. De opmerkelijke miniatuurrammelaars in de tentoonstelling, waarvan de kleinste slechts twee centimeter meet, belichten de familiale status op een heel andere schaal: ze werden als speelgoed gemaakt voor de poppen(huizen) van kleine rijke meisjes. 

 

Tot in de negentiende eeuw was er een duidelijk visueel onderscheid tussen Franse en Britse rammelaars. Bij het Franse type valt op dat het fluitje en het middendeel een doorlopende slanke schacht vormen, bij de vroegste modellen vaak met verticale panden. Kenmerkend zijn de belletjes aan fijne opengewerkte consoles op de aanzet van het bijtstuk. Vroeg achttiende-eeuwse Britse modellen zijn sober en erg strak van vorm en vertonen nog grote gelijkenissen met het Franse type. Op latere Britse rammelaars echter zijn de belletjes aangebracht rondom een geprononceerd sferisch of balustervormig centraal volume dat direct op het fluitje aansluit. Het merendeel van de rammelaars in de geëxposeerde collectie is van dit model. Stuk voor stuk zijn het staaltjes van meesterlijk drijfwerk met zeer uiteenlopende decoratieve motieven en voorstellingen. 

 

Rammelaars uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden zijn erg gelijkend en volgen doorgaans het Franse model. Bij de Belgische exemplaren valt de voorliefde voor het gebruik van bergkristal op. Ze zijn erg fijn en met zorg voor detail uitgevoerd. 

 

Italiaanse en Spaanse rammelaars springen in het oog door hun uitzonderlijke vorm. Bestaande uit een figuurtje aan een ketting en bedoeld om aan een riem of op de borst te dragen, putten ze hun beschermende kracht veeleer uit de voorstelling dan uit het gebruikte materiaal. Bijgeloof was in deze landen altijd al sterk aanwezig, wat blijkt uit menig Zuid-Europees kinderportret waarop de kleuters vaak zijn behangen met dergelijke rammelaars en amuletten. 

 

 

CORAL AND BELLS 

 

Groot-Brittannië kende in de achttiende eeuw een bloeiende productie, met Londen en Birmingham als belangrijkste centra. Er waren gerenommeerde zilversmedenfamilies actief, die zich ook op het vlak van rammelaars wisten te onderscheiden. Ze waren bijzonder bedreven in het maken van fijn zilverwerk met delicaat geciseleerde motieven. In Londen waren daarenboven enkele straffe dames actief. Doorgaans traden vrouwelijke edelsmeden pas voor het voetlicht wanneer ze de zaak van hun overleden man voortzetten. De huidige naambekendheid van vrouwelijke edelsmeden onderstreept de kwaliteit van hun werk, ondanks de vooroordelen waartegen ze in hun tijd moesten opboksen. 

 

Dankzij nieuwe biomedische en pedagogische inzichten ebde materiaalgebonden bijgeloof weg en kon men vrijer met de vormgeving van rammelaars omspringen. Het middendeel werd tot een figuur uitgewerkt met een handvat eerder dan met een bijtstaaf. Fluitjes en belletjes waren niet langer vanzelfsprekend, terwijl aan deze modellen nog steeds ringetjes gemonteerd werden waarmee de rammelaars aan een ketting of lint gehangen konden worden. Met een herbronde inspiratie die niet op status gericht was, raakten rijker ogende rammelaars in deze eeuw bij een veel ruimer publiek verspreid. 

 

Dieren uit het circus, zoals aapjes, beren en olifanten, veroverden samen met clowns en andere zotskappen de kinderkamers, in het bijzonder de aan het poppentheater ontleende Polichinelle of Mr Punch (Jan Klaassen). Naast personages uit kinderverhalen als Alice in Wonderland en Peter Pan, werden ook bekende kinderversjes in rammelaars verbeeld.  

 

Tegen het einde van de negentiende eeuw vonden edelsmeden inspiratie in beroemde personen en belangwekkende gebeurtenissen. Dergelijke thema's konden louter decoratief zijn, maar ook voor propagandistische doeleinden gebruikt worden. Machthebbers maakten hiervan even vaak gebruik als dat ze er het doelwit van waren. Zo liet Napoleon 111 een opmerkelijke rammelaar vervaardigen om het net industrieel toepasbaar geworden aluminium als nieuw luxeproduct te promoten, terwijl zijn illustere voorvader al karikaturale figuur op talrijke rammelaars geportretteerd werd. 

 

Vooral vanaf de twintigste eeuw duiken goedkopere alternatieven op, zoals rammelaars in alpacca en blik. Ivoren en benen bijtringen werden door bakeliet en plastic vervangen. De opkomst van rammelaars in minder duurzame materialen was een voorafspiegeling van hun verdere evolutie tot de felgekleurde kunststofspeeltjes van vandaag.

 

Ko Goubert 

 


INFO

 

Tentoonstelling

Klatergoud en zilveren bellen

Een verzameling rammelaars

Nog tot 10 januari 2010

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10.00 tot 17.30 uur

Gesloten: maandag

 

Zilvermuseum Sterckshof Provincie Antwerpen

Hooftvunderlei 160

2100 Antwerpen (Deurne)

Tel. 03 360 52 52

www.zilvermuseum.be