U bent hier

Jan Toorop - In de Nes (nachtleven)

Jan Toorop - In de Nes (nachtleven)
Jan Toorop, In de Nes (nachtleven), 1889, olieverf op doek, 67 x 77,5 cm.

 

In dit schilderij zien we twee vrouwen, 's avonds of 's nachts in de smalle Amsterdamse straat 'De Nes': één van hen heeft een huilend kind aan de hand. Wat er precies voorvalt is niet helemaal duidelijk. Men heeft het wel eens geïnterpreteerd als een vrouw 'die van een nachtelijke escapade is teruggekeerd en de verwijten van haar zuster over zich laat gaan' (uit: 'Jan Toorop' van J.B. Knipping, Amsterdam, 1946, p. 23), en ook wel als 'een moeder die haar dochter afhaalt bij het huis van ontucht' (uit: 'Het Fin-de-siècle in de Nederlandse schilderkunst', van B.H. Polak, 's-Gravenhage, 1955, p. 90).

 

Nu was 'De Nes' in deze tijd een levendige uitgaansbuurt; er waren theaters als Frascati, Alhambra, 'café-concerts' als Victoria, waar gemusiceerd en gedanst werd of varietévoorstellingen plaatsvonden. Wat de juiste interpretatie van dit schilderij ook zijn moge, Jan Toorop heeft er ongetwijfeld een beeld in willen geven van een banale gebeurtenis uit het nachtleven van een grote stad. Typerend is, dat het niet gaat om de vrolijke maar om de donkere kant daarvan. Meerdere malen heeft Toorop zich in deze tijd beziggehouden met dergelijke onderwerpen uit de keerzijde van het maatschappelijke leven.

 

Op een afstand gezien, lijkt 'In de Nes' geschilderd in overwegend paarsblauwe tinten. Van dichtbij, nemen we echter korte, regelmatige penseelstreken waar, die naast elkaar zijn aangebracht in steeds verschillende, vaak contrasterende kleuren: blauw naast roze, wit, geel of groen.

 

In deze wemeling van verftoetsen krijgen de kleuren een tinteling, waarmee Toorop de nachtelijke sfeer 'in de - zoals Willem Paap in dezelfde tijd schreef - nauwe straat tussen de van gaslicht vlammende Nes-huizen' (uit: 'Vincent Haman' van Willem Paap, Amsterdam, 1954, p. 174), heeft willen weergeven. Toorop heeft deze manier van schilderen met kleine, naast elkaar geplaatste toetsen van verschillende kleuren - ook wel aangeduid met de term divisionisme of pointillisme - voor het eerst in Brussel leren kennen in het werk van Fransen als Seurat en Signac en Belgen als Van Rijsselberghe en Lemmen. In de kring van deze kunstenaars zag Toorop eveneens het gebruik van kleuren, die niet langer afgestemd zijn op een directe weergave van mensen en dingen, maar gekozen zijn om de emoties die zij oproepen. Men onderzocht hoe kleuren als rood en geel verbonden zijn met warmte en aggressiviteit, en hoe een kleur als blauw daarentegen somberheid of beklemming kan suggereren. Paarsblauwe tinten kleuren het straattafereel van Toorop. Met deze tinten en de tegenstelling met het wit en geel accentueerde hij de emotionele lading van dit voorval. Het zijn kleuren, die zó slechts in een schilderij bestaanbaar zijn en daar een alledaags stuk werkelijkheid een bewogen stemming geven.

 

Ook Breitner schilderde in zijn 'Waspit', een eenvoudig stuk straatgebeuren: een meisje uit de Amsterdamse waskaarsenfabriek, zich voorthaastend over straat. Maar in tegenstelling tot het schilderij van Toorop bevat Breitners werk geen verwijzing naar een bewogen verhaal. Wat we zien is een neutraal moment uit het leven van dit meisje, dat Breitner fascineerde door de boeiende beweging van vormen en kleuren, die hij er in ontdekte. Dit schilderij is opgebouwd uit grote kleurvlakken en vlekken, geschilderd in grauwe tinten. De beweeglijkheid van de figuur wordt op een geraffineerde wijze opgevangen door de statischer vlakken van de ramen, muur en straat. De kleuren doen zich voor als een zo goed mogelijke benadering van de waargenomen kleuren. Daarentegen maakt de schetsmatige, weinig gedetailleerde vormgeving ons bewust, dat het hier niet een stuk werkelijkheid maar een schilderij daarvan betreft. Deze vormgeving heeft Breitner doelbewust gebruikt als een middel om de spontaniteit van zijn waarneming voelbaar te maken.


Jan Toorop, (Poerworedjo 1858- 1928 Den Haag).

Opleiding aan de Polytechnische school in Delft, aan de Amsterdamse Academie en aan de Ecole des Beaux Arts te Brussel. Werkte van 1884-1885 in Machelen bij Brussel. Invloed van James Ensor met wie hij een reis naar Parijs maakte. Werd in 1885 lid van de Société des Vingt (les XX) in Brussel en werd in deze tijd beïnvloed door het divisionisme van Seurat. Was van 1885-1886 in Londen waar hij Whistier ontmoette; kwam onder de indruk van de ideeën van W. Morris. Na 1887 afwisselend werkzaam in Den Haag, Katwijk aan zee, Amsterdam, 's zomers sedert 19 03 in Domburg en Nijmegen. Schilderde en tekende portretten, landschappen, figuurstukken, symbolistische voorstellingen, achtereenvolgens en soms ook gelijktijdig op impressionistische, divisionistische en symbolistische wijze.


George Breitner, (Rotterdam 1857- 1923 Amsterdam).

Opleiding o.a. aan de Haagse Academie, bij Willem Maris, op het atelier Cormon te Parijs en aan de Amsterdamse Academie. Werkte in Den Haag 1875-1886, Rotterdam 1882-1883, daarna te Amsterdam. Hij is de voornaamste vertegenwoordiger van het Amsterdamse impressionisme. Schilderde vooral straatscènes en figuurstukken.