U bent hier

J. C. J. van der Heyden - Verzameling

J. C. J. van der Heyden - Verzameling

Het commentaar op de feitelijke hoedanigheid van deze prent kan kort zijn. Verzameling is een blad uit een grafisch 'boek' dat twaalf losse prenten bevat zonder bepaalde volgorde. Deze bladen zijn bedrukt met verschillende vormen of groeperingen van vormen; de vormen zijn afdrukken van simpele, metalen voorwerpen, zoals: oogjes, spijkers, hoekijzers, enzovoort, of het zijn citaten uit andere werken van Van der Heyden, meestal uit zijn schilderijen: kruizen, kaders, dambordmotieven, cijfers, enzovoort. De plaatsing van deze vormelementen op het stuk papier kan in deze prenten ook sterk wisselen. Soms is de plaatsing heel beredeneerd, dat wil zeggen sterk rekening houdend met bepaalde absolute gegevens van een stuk papier (dat er een middelpunt is, diagonalen, assen); in andere gevallen, zoals bijvoorbeeld in dit blad Verzameling, lijkt de ordening van de dingen toevallig en is er van een beredeneerde compositie schijnbaar geen sprake. Dat is te zeggen, het effect van de prent is dat er van compositie geen sprake is. Deze prent gaat over verschillende soorten van compositie; of liever, het boek gaat daar over, deze prent is een onderdeel van dat theoretische commentaar dat Van der Heyden, in beeldende vorm, in dit boek neerlegt; en eigenlijk gaat al het werk van deze kunstenaar over compositie.

Compositie is, grosso modo, het ordenen van de visuele onderdelen (vormen, kleuren) tot een geheel. Dat ordenen van de onderdelen gebeurt evenwel niet zomaar; de ordening dient te beantwoorden aan een functie. Als een schilder bijvoorbeeld een landschap met ondergaande zon wil schilderen, dan heeft hij daarvoor een reeks onderdelen: bomen, gras, heuvels, wolken, blauwe lucht, een zon, schaduwen, en zo meer. Die moet hij ordenen in zijn schilderij met het oog op een functie: het op realistische wijze laten zien van een zonsondergang. Daarmee, met die functie, is een bepaalde basisordening in feite al voorgeschreven: de zon moet laag boven de horizon staan, de schaduwen van de bomen moeten lang zijn, de kleuren kunnen niet die helderheid hebben die ze zouden hebben wanneer de zon hoog in de hemel staat, hij zal de bomen links en rechts zetten, maar niet in het centrum als daar de lage zon te zien is omdat hij de blik op die ondergaande zon onbelemmerd zal willen laten. Met andere woorden: compositie is een ordening van onder- delen op zodanige wijze dat het schilderij er een unieke betekenis door krijgt: bijvoorbeeld de betekenis van zonsondergang. Maar het is duidelijk dat de functie waaraan een compositie zou moeten beantwoorden in de abstracte kunst moeilijk is vast te stellen. Want wat is het 'verhaal' van een schilderij waarop een zwarte lijn staat, een rood vierkant en een geel vierkant ?

Uit de geschiedenis van de moderne abstracte kunst blijkt dan ook dat het probleem van de compositie voor vrijwel alle hedendaagse kunstenaars een centraal probleem geworden is. (En de artistieke geldigheid van Van der Heydens Verzameling is deels dat deze prent zich dan ook met een wezenlijk, relevant probleem van hedendaagse kunst bezighoudt, - en niet zomaar iets verzint). De landschapsschilder kon zeggen: die zon staat laag boven die horizon, omdat ik de zonsondergang wil uitbeelden en het laag staan van de zon is daarvoor karakteristiek; die boom staat daar links, omdat anders de ondergaande zon niet goed te zien zou zijn. En binnen zijn manier van schilderen zou dat een aanvaardbare 'verklaring' van die compositie zijn. Maar wat zou Mondriaan moeten zeggen over een rood vierkant dat ergens links boven staat ? Dat het daar staat omdat hij het daar wel mooi vindt ? Het is duidelijk dat zo'n verklaring Van een totaal andere orde zou zijn dan die van de landschapschilder, - en omdat de meesters van de abstracte kunst dat terdege beseften, zijn zij gaan proberen om te komen tot een heldere compositieleer voor abstracte schilderijen, in de jaren 1915-1930 zien we, daarom, een opvallende theoretische activiteit aangaande juist het probleem van de compositie; vrijwel alle belangrijke abstracte schilders (Malewitsj, Mondriaan, Kandinsky, Klee, Van Doesburg, Delaunay e.a.) hebben er uitgebreid over geschreven. Dat bewijst wel hoezeer het probleem hen bezighield.

Het is hier niet de plaats om de verschillende opvattingen over de compositie van abstracte schilderijen toe te lichten. Hier gaat het nu om datgene wat deze prent, Verzameling, over het probleem van compositie uitspreekt. En dan komt het er in feite op neer dat Van der Heyden compositie ervaart als de persoonlijke, en arbitraire ingreep die het oorspronkelijke ding, en de oorspronkelijke elementen (dus: het blad papier en de vormen die erop gedrukt kunnen worden) veranderen tot een werk van beeldende kunst. Anders gezegd: kunst maken is dat aanraken van de dingen. Van der Heyden is daar nogal lakoniek in. Het is zijn inzicht dat, in de meest algemene zin, kunst ontstaat wanneer een oorspronkelijk ding verandert door aanraking, door een kunstenaar, in een aangeraakt ding. En wanneer de aanraking niet een geïsoleerd gebaar is, maar integendeel de verschillende produkten die de kunstenaar levert aanrakingen van eenzelfde type vertonen, zodat wij een min of meer constante persoonlijkheid erachter kunnen vermoeden, en een min of meer constant nadenken erover, dan is het mogelijk van beeldende kunst te spreken. (Hiermee heb ik overigens alleen maar één aspect genoemd van wat beeldende kunst uitmaakt). Dat aanraken hoeft verder niet ingrijpend te zijn of buitengewoon complex. Van der Heyden vindt dat kan worden volstaan met eenvoudige tekens; en hoe hun ordening is, is niet direct terzake.

Tegenover de noodzakelijke ordening in bijvoorbeeld een Mondriaan, staat het effect van de niet-ordening bij Van der Heyden; niet de vormgeving van de aanraking is voor Van der Heyden primair, maar de aanraking zelf. Dat vindt in deze prent plaats: omdat de dingen als het ware op het papier zijn gevallen, is er geen systeem van compositie dat wij als iets bijzonders zouden kunnen interpreteren. Door de tekens is het papier, op volstrekt toevallige plekken, aangeraakt, meer niet. Dat is het commentaar van deze prent op wat compositie heet. Zo willekeurig, bijna, is deze prent; zo willekeurig zijn de andere prenten; en ook zo willekeurig is de ordening van de twaalf prenten in het boek. Kunstwerken zijn dingen die zijn aangeraakt door een individu, daarna leiden ze een autonoom bestaan. De bezitter van het boek kan een eigen volgorde bepalen; hij kan de prenten ook 3x4 aan de muur hangen. Daarbij ontstaat dan een compositie van prenten die als totaal even willekeurig is als deze verzameling van tekens in deze prent Verzameling. Maar de tekens zijn wel gezet door het individu Van der Heyden; dat is een feitelijke hoedanigheid waar dit blad, hoe lakoniek verder ook, nooit meer onderuit kan komen.