U bent hier

Honoré Daumier - Le pardon

Honoré Daumier - Le pardon
Honoré Daumier, Le pardon, Olieverf op doek, 38 x 68 cm, omstreeks 1865/67, Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam
 
Hoewel Honoré Daumier als karikaturist grote vermaardheid heeft verkregen, is hij als schilder altijd tamelijk onbekend gebleven. Niettemin werd hij juist door kunstenaars van zijn tijd, zoals bijvoorbeeld Courbet en Corot, beschouwd als een van de grootsten, ook op het gebied van de schilderkunst. Door geldgebrek bleef hij bijna zijn leven lang gedwongen om karikaturen te maken, die hij meestal gemakkelijk kon verkopen. Toen hij eenmaal tijd had om te schilderen begon zijn gezichtsvermogen achteruit te gaan.
 
Het afgebeelde schilderij, 'Le Pardon', maakt deel uit van een lange reeks schilderijen, litho's en tekeningen, die de gang van zaken in het gerechtshof tot onderwerp heeft. We zien hier een advocaat, die tijdens zijn pleidooi met een pathetisch gebaar op een gekruisigde Christus achter de rechters wijst, terwijl zijn cliënt, ongetwijfeld een arme slokker, met gebogen hoofd afwacht naast een bewaker. Ogenschijnlijk is alles in orde: de advocaat pleit voor clementie en wijst daarbij op het lichtend voorbeeld, dat alle zondaars vergeeft. Wanneer men echter weet dat Daumier niet alleen een afkeer had van het gerechtelijk apparaat, maar bovendien een atheïst was, dan krijgt het schilderij een heel andere betekenis: een maskerade, waarin een aantal corrupte lieden, die er alleen maar op uit zijn hun eigen macht te vergroten onder het motto 'Gott mit uns' altijd weer kans zien om de kleine man te grazen te nemen.
 
Daumier had alle reden om zowel de justitie als de kerk te wantrouwen. De verschillende revoluties die hij meemaakte liepen voor hem als republikein steeds weer op een teleurstelling uit. Onder het reactionaire regiem van Karel X was allang niets meer te bespeuren van liberté, fraternité of égalité. Toen deze onder druk van de oppositie na hevige straatgevechten in Parijs in juli 1830 plaats gemaakt had voor zijn kleinzoon Louis Philippe, de 'burgerkoning', was er ook onder de republikeinen hoop op een meer democratisch bewind. Zij kwamen wederom bedrogen uit. De koning ontpopte zich dadelijk als een waar zakenman, voornamelijk er op uit om zijn eigen zak te spekken; daarbij maakte hij ruim baan voor de heerschappij van het kapitalisme, mede dankzij het feit dat het kiesrecht alleen voorbehouden bleef aan de zeer gegoede klasse.
 
Hoewel zijn daden er geen aanleiding toe gaven, is het peervormig hoofd van Louis Philippe wereldberoemd geworden door de karikaturen van mensen als Philippon en Daumier. De laatstgenoemde gaf hem in 1831 weer als een gigantische Gargantua, die de overvloedige gaven van de gezeten bourgeoisie over een plank zijn opengesperde mond laat bin-nenkruien, terwijl onder zijn zetel een lintjesregen plaats vindt voor de mensen die hem het meest bevoordeelden. Deze prent bezorgde Daumier zijn eerste gevangenisstraf en geldboete.
 
Tijdens de julimonarchie kwam er een stand op die het bijzonder slecht had, namelijk de arbeidersklasse oftewel het proletariaat. De rechten van de mens golden niet voor hen, totdat de monarchie in 1848 weer op rumoerige wijze werd vervangen door een nieuwe republiek. Deze zou echter weer van korte duur zijn. Nadat de voorlopige regering algemeen kiesrecht had ingesteld en een aantal sociale maatregelen had genomen, werd bij de verkiezingen een volksvertegenwoordiging gekozen zonder één enkele socialist. De sociale maatregelen werden weer ingetrokken, hetgeen opnieuw tot een hevig oproer leidde. De regering wees nu een dictator aan, vervolgens werd een president gekozen, en deze, niemand minder dan Louis Napoleon maakt zichzelf in 1852 weer keizer, gesteund door leger, kerk en zakenlui.
 
Dit alles geeft een weinig opwekkend beeld van het maatschappelijk klimaat waarin Daumier leefde. Hij was in de eerste plaats solidair met de man van de straat, die hoe dan ook steeds weer de dupe werd van de machtsstrijd die boven zijn hoofd gevoerd werd. Daarbij koos de kerk nooit de zijde van het proletariaat, integendeel, meestal streden kerk en dictatoriaal of reactionair gezag hand in hand tegen ongeloof en revolutie. Het is dan ook tegen deze achtergrond dat 'Le Pardon' gezien moet worden als kritiek op een gang van zaken die Daumier tenslotte, getuige zijn litho 'Progrès', ieder geloof in vooruitgang ontnomen moet hebben.