U bent hier

De restauratie van het pre-Eyckiaanse Ursulaschrijn

Ursulaschrijn, ca.1400-1420, Zuidelijke Nederlanden, gepolichromeerd eikenhout, hoogte 19,2 cm, breedte 27, 9 cm, diepte, 14,5 cm, Memling in Sint-Jan-Hospitaalmuseum, Brugge.

 

Op 21 oktober 1489, feestdag van de heilige Ursula, vond een ceremonie plaats in het Brugse Sint-Janshospitaal. De zusters en broeders hadden de relieken van elfduizend maagden uit het oude Ursulaschrijntje naar het nieuwe, door Hans Memling beschilderde, Ursulaschrijn getransfereerd. Oud ingewisseld voor nieuw; ook op kunst staat een houdbaarheidsdatum.

 

 

PRE-EYCKIAANSE SCHILDERKUNST

 

We weten relatief goed hoe indrukwekkend vernieuwend de Vlaamse Primitieven vanaf het derde decennium van de vijftiende eeuw waren. Over de prehistoric, of de periode van anticipatie vóór hen, weten we schrikbarend weinig. Na het overlijden van Lodewijk van Male in 1384, werd Bourgondisch hertog Filips de Stoute, die met zijn dochter Margaretha getrouwd was, graaf van Vlaanderen. Onder zijn impulsen en die van zijn opvolgers, werden de steden in de Bourgondische Nederlanden opzienbarende econo­mische en kunstzinnige productiecentra. De magnificentia die de Bourgondische hertogen najaagden, was niets min­der dan geldsmijterij. Maar ook stadsbesturen en vermo­gende burgers waren overtuigd van het belang van kunst als teken van macht. Dat gevoel voor decorum zou de mo­tor blijken achter de opgang van de Oudnederlandse kunst. Een voorbeeld: de straf die de Gentse baljuw van de Vier Ambachten in 1411 wegens onregelmatigheden kreeg, be­stond uit het financieren van een schilderij met het Laatste Oordeel voor de stad.

 

Op het vlak van de miniatuurkunst zijn we relatief goed bedeeld met overgeleverd perkament. De situatie van de paneelschilderkunst is deplorabel. Alles wat vóór de Pri­mitieven kwam, tussen 1380 en 1420, geraakte hopeloos uit de mode. Kunst was een gebruiksvoorwerp en eens uit de gratie, was de toekomst van het functieloze object on­zeker. Natuurlijk heeft de Beeldenstorm van 1566 talloze slachtoffers gemaakt en daarna moesten er nog vijf eeuwen komen.

 

Slechts een dertigtal stukken staan heden als pre-Eyckiaan­se paneelschilderkunst gecatalogeerd. Tien daarvan zitten in Belgische collecties. Je kan ze vergelijken met tien kleine eilandjes die tot dezelfde archipel en bij uitbreiding tot hetzelfde land behoren, maar met elk een licht afwijkend dialect. 'Pre-Eyckiaans' is een rigide opdeling die voorbij­gaat aan een hypercomplexe situatie. In Parijs, dat vóór het Vlaanderen van de Primitieven nota bene nog altijd het kunstencentrum en dé kunstzinnige melting pot van West-Europa was, zijn realistische tendensen te ontwaren. Kunst houdt zich niet aan staatkundige grenzen: schetsen en mensen komen al eens ergens. Kunstenaars waren mobiel: dezelfde man die beeldhouwde voor de Bourgondische her­tog, kon zijn geluk beproeven bij de concurrerende broer enkele kilometers verderop. Beïnvloeding is een vitaal pro­ces, maar het is een struikelblok voor de veralgemenende kunstgeschiedenis.

 

Pas recentelijk is de kunst rond 1400 een aantrekkelijk onderwerp geworden. Van 2004 tot 2006 waren er ten­toonstellingen in Parijs, Dijon, Bourges, Nijmegen, Boeda­pest, Luxemburg en Brugge — niet mis voor een moeilijk toegankelijk onderwerp. Kunstenaars uit de Nederlanden werden in die tijd een hype. De sterren droegen namen als Jan Boudolf uit Brugge, Claus Sluter uit Haarlem, Andre Beauneveu uit Valenciennes, Jacquemart de Hesdin uit Artois of Jan Maelwael uit Nijmegen en zijn neven Paul, Herman en Johan.

 

 

GOUD EN VERMILJOEN

 

Het eikenhouten Ursulaschrijn is zo onbeduidend klein dat een dilettant haast moet denken dat het om een antiek stuk speelgoed gaat. Dat het om één van de sleutelwerken voor de duiding van de kunst van de Primitieven gaat, zou zelfs een ingewijde in de kunst misschien niet bevroeden. Het is ook niet een topkunstenaar die er zijn tijd aan gewijd heeft. Men vermoedt dat het weleens binnen de muren van Sint-Jan ontstaan zou kunnen zijn en dat er een broeder met godsvrucht aan gewerkt heeft. Waar men bijna zeker van is, is een situering binnen de Brugse schildertraditie. Een houten reliekschrijn kostte aanzienlijk minder dan de edelmetalen voorbeelden uit de romaanse stijlperiode. Er moet een substantiële productie geweest zijn, ook al is het Mauritiusschrijn in Namen het enige andere bekende werk van rond 1400 dat bewaard gebleven is.

 

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) restaureerde het Uruslaschrijn recentelijk en onder­zocht het met allerlei technieken in het labo. Een in halfver­heven reliëf gesneden heilige Ursula is in een niche de ster van het kleine kapelletje. De draperie van haar gewaad is bekwaam vakmanschap. In de zoom van hermelijn schui­len haar maagden. Ursula onderging het martelaarschap en werd met haar volgelingen door pijlen vermoord; de goudkleurige pijlen zijn een verwijzing. Als patrones zorg­de ze, toepasselijk voor het ziekenhuis, voor een vredige dood. Rechts van haar staan een geschilderde Maria met Kind en een Johannes de Doper. Links van haar staat het heilige duo Cecilia en Barbara. Die laatste was Patroonesse tegen eene haestige dood. Mensen waren als de dood voor een schielijk overlijden waarbij geen sprake van biecht of sacrament kon zijn. Cecilia waakte over de begeleidende li­turgische muziek. De zijkanten herbergen een lam met een vaandel en een kruis.

 

Pigmentanalyse bracht zes schilder­lagen aan het licht. De meeste figuren zijn sterk bijgewerkt. Enkel Johannes is bijna volledig intact en getuige van de originele schildertechniek. Sporen van vergulding zijn duidelijk zichtbaar, ook al zijn dat relicten van latere datum. Het gebruik van bladgoud is een cruciaal kenmerk van pre-Eyckiaanse schilderkunst. Achtergronden, stoffen of halo's kregen vaak een gouden kleurtje met ingewerkt relief. Het geperfectioneerde ge­bruik van olieverf door Van Eyck maakte die traditie over­bodig.

 

Na de onderhoudsbeurt, reinigen en mechanisch wegne­men van storende overschilderingen, verscheen in de ver­miljoenrode achtergrond een rankwerk van decoratieve twijgen. Oranjerode stengels met komma-achtige blaadjes, zoals in contemporaine miniatuurillustraties, maken de compositie af. Ook de palmtak van Barbara en een bijl in een boom naast Johannes kwamen aan de oppervlakte. Dateren is een moeilijke opgave: men neemt een ontstaan tussen 1400 en 1420 aan. Behalve bij de Kruisigingstrip­tick van Melchior Broederlam en Jacques De Baerze van 1399, gebeurt dateren hoogstens bij benadering. In feite is de vroegste volgende datering van een bewaard werk in onze contreien die met bronnen gestaafd kan worden, die van De aanbidding van het Lam Gods in 1432. Jan van Eyck had er toen al een carrière opzitten, maar we weten amper hoe die was verlopen.

 

Al in 1864 figureerde het schrijntje in een Mechelse expo rond oude religieuze kunst, maar bekend werd het nooit echt. Dit handzame kleinood plaveide het pad voor de grote kunst van de Vlaamse Primitieven, maar om dat te begrijpen was er specialistische kennis en een restauratie nodig. Gehavend zal het altijd blijven en van een mindere god kan men geen topkunstenaar maken, maar Ursula en haar schrijntje zijn klaar voor een nieuw leven.

 

Matthias Depoorter

 


INFO

Tentoonstelling

De restauratie van het Pre-Eyckiaans Ursulaschrijn

Nog tot 11 april 2010

Open: van dinsdag t.e.m. zondag van 9.30 tot 17.00 uur

Gesloten: maandag

Memling in Sint-Jan-Hospitaalmuseum  

Mariastraat 38

8000 Brugge

Tel. 050 44 87 43

www.brugge.be 


BIBLIOGRAFIE

Dominique Deneffe, Famke Peters, Wim Fremout, ed. Cyriel Stroo, Pre-Eyckian Panel Paintings in the Low Countries
Reeks: Contributions to Fifteenth-Century Painting in the Southern Netherlands and the Principality of Liège (nr.9), Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK), www.kikirpa.be


ILLUSTRATIES

Ursulaschrijn, ca. 1400-1420, Zuidelijke Nederlanden
gepolichromeerd eikenhout, hoogte 19,2 cm, breedte 27,9 cm, diepte 14,5 cm? Memling in Sint-Jan - Hospitaalmuseum, Brugge

Tentoonstelling over de restauratie van het Ursulaschrijn in Memling in Sint-Jan - Hospitaalmuseum, Brugge

Foto's KIK-IRPA, Brussel