U bent hier

De onbekende wereld van Lucas Cranach - Een kunstenaar in de tijd van Dürer, Titiaan en Metsys

Lucas Cranach de Oude, Een vrouwelijke personificatie van Justitia, 1537, Privécollectie.

 

Wat weten we aan deze kant van de Rijn over Lucas Cranach de Oude? Dat hij zinnelijke en tegelijk ijskoude naakten schilderde - vele Adams en Eva's-, en dan stopt het. Terwijl men in het Groeningemuseum focust op Van Eyck tot Dürer, snijdt BOZAR een fijn hoofdstuk Cranach aan. 

 

 

DE AANZET

 

Rond 1500, aan het begin van zijn carrière, was Lucas Cranach de Oude (1472-1553) in Wenen te vinden. Hij maakte voornamelijk religieuze schilderijen en houtsneden, kweet zich beeldig van zijn taak, maar moest opboksen tegen het genie van Nürnberg, Albrecht Dürer (1471-1528). Wat Dürer presteerde in zijn verzameling van houtsneden De grote passie (1496-99) en Het boek van de Apocalyps (1498) was zo vernieuwend en feilloos, dat iedereen zich ten noorden van de Alpen moest verhouden ten opzichte van die krachttoer. Ook Cranach ontwierp beelden bij het bijbelse verhaal van Johannes en het einde van de wereld, maar zonder echt los te komen van het grote voorbeeld. Parafraseren, hoe kundig en inventief ook, bleek het enige haalbare, behalve daar waar het de emotionaliteit betrof. Cranach liet Christus in de hof van olijven klapwiekend met de armen en pathetisch schreeuwend op de knieën zak­ken. Hij vond zijn eigen stem in de overdrijving, de expressie en de dynamiek.

 

Terwijl hij deugdelijk werk afleverde, zoekend naar wegen om vernieuwend en invloedrijk te kunnen zijn, bracht hij een andere Albrecht, Albrecht Altdorfer (ca. 1480-1538), op ideeën. De organische opname van de menselijke figuur in het landschap beïnvloedde de zogenaamde telgen van de Donauschool. Het betreft een artificiële naam want van een school was eigenlijk geen sprake. Mensen als Altdorfer en Wolf Huber vervaardigden aan het begin van de zestiende eeuw in Beieren en Oostenrijk op expressie en het landschap gespitste kunst. Altdorfer wordt geaccrediteerd met het eerste zelfstandige landschap in de geschiedenis van de schil­derkunst.

 

 

EEN VROEG MEESTERWERK

 

De tijd waarin Cranach leefde mag dan wel als de 'nieuwe tijden' geboekstaafd staan, het was niettemin ook een tijd van oproer, spanningen en epidemieën. Tussen 1503 en 1506 waarde de zwarte dood - de pest - in de Duitstalige gebieden rond. Of dit nu de reden achter de bestelling van Het martelaarschap van de heilige Catherina was, is niet bekend, maar dat het een grandioos jeugdwerk betreft, hoeft geen verder betoog. In drieluikvorm wordt het malheur van Catharina opgevoerd. Zij bekeerde zich tot het christendom en werd door keizer Maxentius - hopeloos verliefd op haar, maar zonder succes - tot de marteldood veroordeeld. Het rad dat haar diende te verpletteren, brak getroffen door de bliksem in twee. Maxentius liet haar onthoofden, waarna het vocht dat uit haar gehavende lichaam stroomde, Alexandrië van de pest bevrijdde.

 

Cranach schilderde het wervelende moment waarop het folterrad door de bliksem geraakt werd. Ongelukzaligen worden reeds door het rad verpletterd. Iets van die commotie, de biddende argeloze Catharina en de monumentaal uitgerekte figuren doen ons denken aan Dirk Bouts en Hugo van der Goes. De in detail uitgewerkte vegetatie is eveneens een vingerwijzing. Kenners zijn het niet eens over de ontstaansdatum: enerzijds denkt men aan een vroege datering rond 1504-1505, anderzijds denkt men aan 1508-1509. Cranach maakte in 1508 een reis naar de Nederlanden. Bracht hij wat inspiratie met zich mee?

 

Na dat vroege meesterwerk begon zijn lange volwassen schildersperiode als hofschilder van achtereenvolgende keurvorsten van Saksen in Wittenberg. Van 1505 tot 1550 hield hij vast aan zijn functie en werd een van de rijkste burgers in de stad. Cranach vervaardigde een karrenvracht aan portretten van de keurvorsten en andere prelaten en dignitarissen. Een speciaal portret betreft dat van Martin Luther uit 1520. Het is sereen, serieus, protestants.

 

 

HET NAAKT

 

Cranach was een fameus naaktschilder, maar hij kreeg daar niet zomaar een vrijgeleide voor. Het kunstig decorum stipuleerde dat naakt in de kunst nog altijd verbonden moest zijn met de gepaste iconografie. De naakte bronzen David van Donatello (eerste helft van de vijftiende eeuw) en de marmeren en reusachtige versie van Michelangelo uit 1504 waren opflakkeringen van rebellie. Donatello hoefde zijn held vanwege iconografische redenen niet per se bloot te geven, maar beriep zich op de antieke kunst waarin het naakt ta­boeloos een belangrijke plaats innam. Naaktfiguren zorgen voor geheel eigen expressiemogelijkheden.

 

Cranach kon zich alvast met het eerste mensenpaar uit de bijbel uitleven, aangezien zij kledingloos voorgesteld worden. Ruim vijftig van deze voorstellingen zou zijn atelier produceren. En ook met dit thema en deze composities ging hij de concurrentie met Dürer aan. Het fundamentele verschil zit in de proportieleer. Dürer zocht naar de perfecte vorm van het menselijk lichaam, dat naar de antieke leer de maat van alle dingen moest zijn. Bekendst in deze is Leonardo da Vinci's Vitruviaanse figuur. Cranach stoorde zich niet aan dergelijke intellectuele bekommernis en koos voor een meer persoonlijk schoonheidsideaal.

 

In zijn Oordeel van Paris uit 1527 komen drie godinnen naakt ten tonele, gelijkend op de pose van De drie Gratiën van Rafael (Musée Condé, Chantilly). Hermes roept de Trojaan Paris tot de orde en gebiedt hem onder Hera, Athena en Aphrodite de mooiste godin te kiezen. Door Aphrodite aan te duiden kon hij de mooiste vrouw ter wereld schaken. Helena, vrouw van de Griek Menelaos, werd op die manier de twistappel die de oorlog tussen de Trojanen en de Grieken veroorzaakte.

 

Zijn trio godinnen is tegelijk meisjesachtig en licht tweeslachtig. Het modelé en andere schilderkunstige besognes vormden op dat moment niet het hoofddoel. Het ging om vereenvoudiging, om gemaniëreerde poses, immer piekfijn geschilderde achtergronden met bomen, heesters en dorpen. We zouden het de sprookjesachtige behandeling van Cranach kunnen dopen. Het zinnelijke, sensuele en het morele en didactische van de boodschap - Troje ging immers ten onder - bleken een grote hit.

 

Tussen 1515 en 1520 schilderde Cranach twee schilderijen waarop een zogenaamde godin van de bron een hoofdrol speelt. Op een zacht vegetatief bed van bloemen en gras ligt een naakte godin languit te soezen. Het waren de eerste werken met dergelijk thema benoorden de Alpen. Slapende Venus van Giorgione geldt als voorbeeld. Wat Cranach precies wilde communiceren, is voer voor discussie. Bovenaan zegt een opschrift in steen: "Ik, nymf van de heilige bron, rust. Onderbreek mijn slaap niet." De voyeur in ons wordt bijna berispend aangesproken. Aan haar voeten foerageren twee volwassen patrijzen die ons enerzijds doen denken aan de jacht en anderzijds aan seksualiteit. Wederom baadt het tafereel in een decoratief en behaaglijk idioom.

 

Dat Cranach wel degelijk aanleg had voor geestverroerende kunst, blijkt uit een zelfportret uit 1531. In de ogen die ons net niet aankijken, herkennen we een ziel die de wereld gezien heeft. Hij oogt zelfs wat melancholisch, en al is er veel fout gegaan met het werk - bijgesneden, overschilderd -, het maakt indruk en toont een Cranach die net iets dieper groef.

 

In een tijd dat Titiaan en Dürer op picturaal vlak de plak sloegen, een tijd waarin Europa een correctere en dus weidsere kijk op de wereld kreeg en godsdiensttroebelen aan de orde waren, timmerde Lucas Cranach godsvruchtig aan de weg. De dynamiek en lichte pathetiek van zijn beginjaren gaf hij op om sensuele, vlot verkopende producten te maken. En verlangde men toch iets cerebraal, dan kwam hij zijn klant tegemoet. Het familiebedrijf draaide op volle toeren.

 

Matthias Depoorter

 


ILLUSTRATIES

Lucas Cranach de Oude, Apollo en Diana, ca. 1472, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Lucas Cranach de Oude, Een vrouwelijke personificatie van Justitia, 1537, Privécollectie

Lucas Cranach de Oude, De lentenimf, na 1537, National Gallery of Art, Washington

Lucas Cranach de Oude, Het oordeel van Paris, 1527, Statens Museum for Kunst, Kopenhagen


INFO

Tentoonstelling

De wereld van Lucas Cranach Een kunstenaar in de tijd van Dürer, Titiaan en Metsys

Van 20 oktober 2010 tot 23 januari 2011

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur, donderdag tot 21 uur

Gesloten: maandag

Paleis voor Schone Kunsten

CircuitKoningsstraat

1000 Brussel

Tel. 02 507 82 00

www.bozar.be