U bent hier

Barokbozzetti uit Oostenrijk - De kracht van de verbeelding

Franz Anton Maulbertsch (omgeving), Val der enge/en, olieverf op doek, 34,8 x 24,6 cm.
 

DE KUNST VAN HET SCHETSEN

 
Al in de vierde eeuw vóór Christus was Aristoteles van mening dat de tekenkunst deel moest uitmaken van het curriculum van elke jongeling. Hij dacht dat tekenen, of bij uitbreiding het kijken naar beeldende kunst, het onderscheid tussen goed en kwaad verscherpte. Later predikte de vijftiende- en zestiende-eeuwse renaissance in Italië de suprematie van de tekening, aangeduid als disegno. Alle kunst begon bij de tekening: oog en hand werden geoefend, waardoor het brein ontvankelijk werd voor de waarneming. Michelangelo maande in geschrifte, op deze manier, een leerling aan: "Teken Antonio, teken Antonio, teken en verdoe je tijd niet." Disegno was tezelfdertijd het in de geest vormgeven van een idee, als de praktische uitwerking van het denkproces op papier. Door ondermeer aan het tekenen een conceptueel gewicht toe te kennen, kreeg de beeldende kunst een intellectuele grond. Dit moest haar positie als mechanische kunst doen verschuiven in de richting van de zogenaamde 7 vrije kunsten uit de middeleeuwen - de taal, de meet-, reken-, en sterrenkunde en de muziek.
 
De getekende of geschilderde schets was behalve training ook een tussenstap in het arbeidsproces van een groot altaarstuk of van een muurschildering. De vraag, vanaf de zestiende eeuw, naar dergelijke grootschalige werken was gelieerd aan de Contrareformatie en het vorstelijk absolutisme. De meester ontwierp een verkleinde versie van het grote altaarstuk, opdat desgewenst een ploeg van assistenten de eigenlijke bestelling kon leveren. Met dergelijke gerationaliseerde arbeidsverdeling kon het atelier op volle toeren draaien. Die miniatuurversie had ook een contractuele hoedanigheid: de kunstenaar kwam met de opdrachtgever tot een vergelijk middels de schets, waarin het uitzicht van de bestelling werd vastgelegd.
 
In die tijd gebruikte men een ratjetoe aan termen voor voorbereidende werken in de schilder-, beeldhouw- en bouwkunst, naargelang de staat van afwerking: pensieri, crabbelinge, scizzo, modello. Het onderscheid is niet altijd eenvoudig te definiëren. Een bozzetto is een voorbereidende olieverfschets die het midden houdt tussen een losse krabbel op papier en een afgewerkt modello. Het diende om het specifieke probleem van de compositie, met enerzijds de groepering van de figuren en anderzijds de dieptewerking, aan te pakken. Nog meer aan de orde was de zoektocht naar de kundige lichtinval. Veel bozzetti zijn rudimentair in kleur aangezet, maar de lichtwerking is onderzocht. Sommige bestaan enkel uit grijs, wit en zwart, wat deze zoektocht nog benadrukt.

 

 

VERSCHUIVINGEN IN SCHILDERKUNST EN RECEPTIE

 

Toen lijnolie als bindmiddel werd gebruikt, maakte dit de minutieus gecomponeerde ondertekening van een schilderij overbodig, want de veel kortere droogtijd liet wijzigingen tijdens het schilderen toe. Het was Titiaan die met zijn ultieme werk een begin maakte met het schilderen met brede penseelstreken en een pasteus verfoppervlak. Samengevat kan men stellen dat deze feiten vanaf de zestiende eeuw impulsen gaven aan het ontstaan van een vrijere expressie. De tekening verloor in de handen van de verzamelaar zijn praktijkgebonden functie en werd een esthetisch object. De radicaalste visie hield Sebastiano Ricci er in de achttiende eeuw op na. Hij opperde dat een modello het echte origineel was en het altaarstuk slechts een vergrote versie. Daarbij komt dat verzamelaars kunstkenners werden. Dit was reeds lang een privilege van adel en clerus, maar sinds de zestiende eeuw legde de koopkrachtige hoge burgerij zich hierop toe. Van originele bozzetti was men zeker dat het eigenhandig werk van de meester betrof, iets wat bij het altaarstuk zelf, niet altijd duidelijk was. Het kennerschap blijkt bijvoorbeeld uit de negatieve commentaren die Peter Paul Rubens kreeg, omdat in specifieke gevallen enkele door assistenten geschilderde partijen niet aan het verwachte niveau voldeden.
 
Dat de bozzetti uit het Landesmuseum Joanneum geconserveerd zijn, is een directe reflectie van het belang dat men er na verloop van tijd aan hechtte. In hedendaags opzicht zijn ze sinds een halve eeuw het onderwerp van gerichte kunstwetenschappelijke studie. De voor ons obscure Oostenrijkse laatbarok krijgt in Brugge de kans om ontsluierd te worden. Protagonisten zoals Martin Johann Schmidt (bijgenaamd Kremser Schmidt), Franz Anton Maulbertsch en Carlo Carlone worden gerecupereerd. Maar wat precies maakte deze meestal middelgrote probeersels tot gegeerde hebbedingen?
 

 

DE VERBEELDING AAN HET WOORD

 

Verbeeldingskracht wordt niet zelden gepercipieerd als de motor van het scheppend vermogen van een kunstenaar. De intensiteit, gepaard met de kwaliteit van de uitvoering, bepaalt zijn envergure. De scheppende act zelf wordt sinds lang ervaren als een magische handeling. Mythologisch beeldhouwer Pygmalion schiep uit ivoor een vrouwelijke schoonheid, op wie hij vervolgens verliefd werd. Het is die aanspraak op een perfecte nabootsing van de natuur die aan de kunstenaar een beetje het aura van een god verleent. Iets van die magie wordt geopenbaard in het onaffe van bozzetti. We weten niet goed hoe die fantasierijke beelden in het hoofd van creatieve mensen ontstaan, maar we zijn toch een geprivilegieerd waarnemer van hun embryonale staat. Onze ogen volgen de levendige penseelstreken, de rake toets of de lijnen en arceringen. Dit is het persoonlijke handschrift.  En zo doen de schetsen zelfs een beroep op onze verbeelding die de lacunes spontaan opvult. Neurofysiologisch beleven we een lustgevoel bij het aanschouwen van de neerslag van de spontane actie in een bozzetto alsof we de creatie van de artiest herbeleven. Al in de eerste eeuw schrijft Plinius de Oudere over de onvoltooide laatste werken van kunstenaars dat zij soms meer bewonderd worden dan de voltooide:  "( ... ) omdat daarop de oorspronkelijke schetsen en feitelijke overwegingen van de schilder nog te zien zijn en bij de betovering die de waardering met zich meebrengt het verdriet wordt gevoeld om de hand die tijdens het scheppen verstijfde."
 
De opdrachtgever van de plafondschilderingen in de Carolus Borromeuskerk stond erop dat hij de schetsen van Rubens kreeg; geen abnormale eis, want de uitgewerkte ontwerpen kwamen veelvuldig in het bezit van de koper. Rubens mocht ze houden ten faveure van een nieuw zijaltaarstuk. Hij willigde deze eis in omdat hij hen beschouwde als de kern van zijn artistieke praktijk, zijn intellectueel kapitaal. Een ander eloquent voorbeeld kennen we van Michelangelo. Hij vernietigde schetsen en modellen om zijn concurrenten tijdens zijn afwezigheid in het atelier, niet de kans te gunnen ze te stelen. Hij wilde ook het beeld ophangen dat hij geleid werd door goddelijke inspiratie: zijn werk als een soort onbevlekte ontvangenis. Baldassare Castiglione meende in zijn boek De hoveling uit de zestiende eeuw dat de ware kunstenaar op nonchalante wijze creëert.
 
Het lijkt soms alsof we raken aan de privacy van een kunstenaar: olieverfschetsen met daarop de ideeën in hun meest naakte vorm, zonder maquillage. Er bestaat vaak een discrepantie tussen een barok retabel dat gevangen zit in de eigen retoriek, en bozzetti die op directe wijze appelleren aan de beschouwer. Dit mag niet verhelen dat het hoofddoel het voltooide schilderij bleef. Maar over de queeste zelf vertellen de bozzetti ontegenzeglijk het mooist.
 
 
Matthias Depoorter
 

INFO

Barok vol leven. Barokbozzetti uit Oostenrijk

Nog tot en met 12 mei 2008
Open: dinsdag tot en met zondag van 9.30 tot 17.00 uur 
Gesloten: maandag 
 
Groeningemuseum
Dijver 12
8000 Brugge
Tel. 050  44 87 11